Sander Grootendorst. Archieffoto: Achterhoek Nieuws

Sander Grootendorst. Archieffoto: Achterhoek Nieuws

‘Na de dood is er niets dan herinnering’

Veur de Draod

ACHTERHOEK - In Veur de Draod beantwoorden Bekende Achterhoekers gevoelige vragen en helse stellingen. Wie antwoordt legt direct een beetje zijn ziel bloot. In deze aflevering Dichter des Achterhoeks Sander Grootendorst.

Door André Valkeman

1) Mijn mentale bui is:
“Opgewekt, zo ook vandaag. Ik hoor een zingende merel. Vandaag is het de geboortedag van mijn moeder, ik heb dan altijd even digitaal contact met mijn zus en broer. Mijn moeder overleed alweer lang geleden, ze was een hele tijd ziek geweest. Van haar heb ik geleerd bij de dag te leven.”

2) Ik lijk het meest op ‘mien va/mo’:
“Van allebei heb ik ongeveer evenveel, zowel innerlijk als uiterlijk. Al kun je aan mij niet direct zien dat mijn moeder van Indonesische afkomst was. Maar laatst vroeg iemand die mij verder niet kent daarnaar: hij zag het aan mijn manier van lopen. Terwijl ik zelf juist het idee heb dat ik loop zoals mijn vader, van wie werd gezegd dat het leek of hij probeerde zich tegelijkertijd langzaam én snel voort te bewegen – misschien een vorm van verlegenheid die ik ook heb.”

3) Mijn grootste angst:
“De angst om een dierbare te verliezen deel ik waarschijnlijk met vrijwel iedereen. Of dat je ’s morgens wakker wordt en je geheugen doet het niet meer. Maar het is geen acute angst, die heb ik eigenlijk niet. Morgen zien we wel weer verder. Ben ook niet bang in het donker of voor spinnen, integendeel, ik hou van spinnen en insecten.

Misschien zit mijn grootste angst wel daar, maar dan omgekeerd: de angst dat insecten zullen verdwijnen, het zijn er al zoveel minder dan pakweg vijfentwintig jaar geleden. Dat de metselbijen zich op een dag niet meer melden bij het bijenhotel… Zou verschrikkelijk zijn. In bredere zin is dat toch weer de angst dat de onverschilligheid de overhand krijgt, dat het de mensen allemaal niets meer kan schelen, dat ze het mooie en goede niet meer zien.’’

4) Na de dood is er:
“Een lang antwoord is mogelijk, maar ik hou het kort: Na de dood is er niets dan herinnering.”

5) Ik kan buiten de Achterhoek wonen:
“Nee. Sinds mijn zesde woon ik aan deze kant van de IJssel en ik ga hier niet meer weg. Vanwege de mensen en het landschap. En omdat ik op de hoogte wil blijven van wat er allemaal gebeurt. Er valt in de Achterhoek nog heel veel te ontdekken.”

6) Dit was mijn laatste vechtpartij:
“Interessante vraag aan een pacifist. Heb nooit gevochten, behalve met woorden. Ben alleen als sussende persoon heel af en toe bij een vechtpartij ‘betrokken’ geweest. De laatste keer is alweer een tijdje geleden. Het kon er bij het wekelijkse zaalvoetbaluurtje met de dagblad-collega’s in Doetinchem fanatiek aan toegaan. Herinner me dat twee van hen het na een vermeende overtreding buiten wilden uitvechten. Zover is het net niet gekomen.”

7) Als ik één bundel mag meenemen naar een onbewoond eiland, dan deze:
“Bijna onmogelijk te beantwoorden, als ik een blik op mijn boekenkast werp. Maar toch: mijn oog valt op een bundel van de Poolse Wisława Szymborska, dichter van vertellende poëzie met verrassende wendingen, ze weegt het leven lichter, om de Nederlandse dichter Hans Lodeizen te citeren.

En ze is als Nobelprijswinnares redelijk bekend, dan voel ik me op dat eiland nog met lezers wereldwijd verbonden. Van haar zijn deze regels: ‘Wat is poëzie eigenlijk?/ Op deze vraag is al/ menig weifelend antwoord gegeven./ Maar ik weet het niet en daaraan houd ik me vast/ als aan een reddende leuning’.”

8) De mens is monogaam:
“Of het biologisch of gedrag is, valt niet meer te achterhalen, denk ik. Bij niet-monogaam in de zin van meerdere partners tegelijk kan ik me niets voorstellen. Ik noem mijn vriendin de allerliefste-superlatiefste en daarvan kan er natuurlijk maar eentje zijn.”

9) Mensen met accent zijn:
“Naar mijn idee heeft iedereen een accent of dialect. Van degenen die de standaardtaal spreken, is dat officieel geaccepteerd en tot norm verheven. Streektalen als Achterhoeks werden lang als minderwaardig gezien. Tegenwoordig is er meer respect voor dialect, al neemt het aantal dialectsprekers af. De accenten blijven wel.

Het is op zich handig om een taal te spreken en schrijven die veel mensen kunnen verstaan, Babylonische spraakverwarring brengt je ook niet verder. Joop Hekkelman uit Gorssel, docenten cursus Achterhoeks, zegt dat iedereen de woorden zo mag opschrijven als hij of zij ze zelf zegt. ‘Vot’, ‘voort’ of ‘vort’? Alle drie correct! Ik zou willen dat ik zo’n leraar Nederlands had gehad.”

10) Dit komt er op mijn grafsteen:
“Het wordt crematie, maar voorlopig nog even niet. Geen grafsteen en geen grafschrift dus. Misschien zou het iets zijn geworden als ‘In zijn gedichten leeft hij vot/voort/vort’… Dat hoop ik dan maar.

Hoe origineler de teksten die dichters verzinnen, hoe sneller die begraafplaatsen gemeenplaatsen worden, zo lijkt het. Al die ogenschijnlijk suffe clichés zijn waarheden als koeien.”