Pauline Nijenhuis in haar tuniek van wachtwoorden. Foto: Ivonne Zijp
Pauline Nijenhuis in haar tuniek van wachtwoorden. Foto: Ivonne Zijp

Kunstenaar Pauline Nijenhuis en de kracht van kwetsbaarheid

Cultuur Zutphen

ZUTPHEN – Waar is de menselijke maat in de gedigitaliseerde maatschappij waarin alles wat je lief is zomaar kan worden afgepakt door een hacker? Op zoek naar antwoord op die vraag geeft de Zutphense kunstenaar Pauline Nijenhuis zichzelf tegen wil en dank letterlijk bloot. 

Door Sander Grootendorst

Kwetsbaarder kun je je als kunstenaar niet opstellen. Krachtiger ook niet. Nijenhuis toont in Dat Bolwerck foto’s van zichzelf, deels of geheel naakt, met op haar lichaam de wachtwoorden die volgers op social media haar hebben toegestuurd. Alleen de verwarring van zoveel letters en leestekens maakt dat je als toeschouwer niet direct kunt inloggen op het eigenste dat nog overblijft in tijden waarin alles op straat, op de digitale snelweg – ligt. Wachtwoorden als laatste bescherming. “Gek genoeg voelde het ook echt zo, terwijl ik daar lag.”

Ze weet er alles van en is bepaald niet de enige: hoe het is om gehackt te worden – dat anderen je geestelijke en fysieke zelf kunnen uitkleden tot op het bot. Die schrijnende constatering heeft Nijenhuis letterlijk verbeeld en dat kon alleen door zichzelf over te geven aan fotograaf Ivonne Zijp, die dan weer wel met veel kunstzinnigheid te werk ging en bijvoorbeeld Nijenhuis vastlegde terwijl ze zich (met haar zintuig voor kunsthistorie) had neergevlijd zoals La grande odalisque op het schilderij van Jean Ingres uit 1814 – het gezicht afgewend, de kijker de rug toekerend. Liever niet gezien willen worden, hoewel je ondertussen wéét dat Big Brother en de bezoekers van Dat Bolwerck are watching you en waar het enige wat je nog kunt doen het alsmaar instellen van een nieuw, nog weer complexer, wachtwoord is. “Een odalisque is een slavin, maar ze wil óók op haar manier de wereld redden.”

Maar hoe dan? Wat kun je nog als kunstenaar wanneer AI het werk van je kan overnemen, een ‘nieuwe Ingres’ kan produceren, niet te onderscheiden van de echte? Of een nieuwe Pauline Nijenhuis… Nou, dit dus: jezelf zijn, het allerpersoonlijkste tonen, zodanig dat AI dat niet kan raken. Op het gevaar af dat de toeschouwer als voyeur door de zalen van Dat Bolwerck sluipt, het gevaar dat je te dicht in de buurt komt van hoe de porno-industrie de mens als gebruiksvoorwerp voor de leeuwen gooit. Maar dat risico móet je wel op de koop toe nemen. “Er was hier inderdaad iemand die mij vroeg: ‘Ben jij dat op de foto’s? Ik voel me er ongemakkelijk bij’.” Net zo ongemakkelijk als de kunstenaar zelf (“de nachten vóór de fotosessie deed ik geen oog dicht”) daagt ze de toeschouwer nog verder uit: ze bouwde een tent van haar kleding – die heb je immers niet meer nodig, bij Silicon Valley kijken ze er dwars doorheen.

Mens en machine
Speels effect, die tent op de eerste verdieping van Dat Bolwerck – alsof kinderen hem hebben verzonnen op een regenachtige vakantiedag. Door de kieren tussen de kleding door kijk je omlaag naar de kunstenares die, gefilmd, een superlang wachtwoord op haar arm aanbrengt. Het heeft iets vernederends, vooral wanneer het mannenogen zijn die kijken. Nijenhuis: “De wereld van AI is een mannelijke. Ik gaf AI de opdracht een man in bikini af te beelden. Het lukte niet, het bleef bij alle mogelijke voluptueuze vrouwen.” Oftewel: hoezeer de zogenaamd steeds verder geperfectioneerde machine ook vanuit zichzelf lijkt te opereren, het is de menselijke input die hem genereert. Het ligt niet aan de machine, Nijenhuis maakt zelf juist gebruik van machines: van fotocamera’s tot machinale weefgetouwen. “Samenwerken met de mensen die machines bedienen is een verrijking, ik heb er veel van geleerd.” Dat zegt ze in de zaal waarin stukjes van de naaktfoto’s zijn uitvergroot, niet via Photoshop, maar geweven. “In een oud weefcentrum in Oostenrijk. Steeds in een andere techniek. Het goudgaren knapte continu, je moet daar als mens bij blijven, anders crasht de machine: die kan het niet alleen.”

Vendelzwaaien
Waar is het begonnen en waar zal het eindigen? In haar zoektocht kwam Nijenhuis uit bij het... vendelzwaaien. Ze bezocht schuttersgilde Sint Martinus uit Gaanderen, nodigde die uit om in de tuin van Dat Bolwerck een voorstelling te geven, niet met vlaggen uit hun eigen arsenaal, maar doeken waarop dreigende woorden van hackers te lezen zijn. Nijenhuis had zelf een rol, droeg een tuniek (“een tunica als firewall”) die is opgebouwd uit, opnieuw, een verzameling wachtwoorden.
Een opname van de voorstelling is te zien op een groot scherm, onderdeel van de expositie, aangevuld met zwart-wit beelden van vendelzwaaiers in slow-motion. “Ben zelf vendelzwaaien aan het leren, het is ontzettend zwaar, je lichaam moet hard werken en die grepen onthouden is ook moeilijk. Elke greep heeft een eigen verhaal, een eigen boodschap. Maar het is wel de menselijke maat, daar gaat het mij om, de traditie van een echte buurtschap, heel anders dan het dataïsme.” Dataïsme: het ‘geloof’ dat de mens zelf ook alleen uit algoritmes bestaat.
De groene wachtwoordentuniek hangt in Dat Bolwerck. Wachtwoorden als wapens tegen de voyeurs van Big Tech. Maar uiteindelijk ben je zelf het enige inzetbare wapen en kun je zeggen: “Ik ben een vechter”, wat Nijenhuis, die aan kickboxen doet, ook in het echt is. Een vechter met de wapens van een kunstenaar. Zachte, kwetsbare wapens, zoals, sterk uitvergroot, een briefje van haar moeder. “Ze schrijft dat ze zwanger is van mij. Deze letters zijn het eerste teken van mijn leven.” Ze vormen een ontroerend sterk wachtwoord. Het valt niet te kraken.

De expositie Folding Ambivalence is in Dat Bolwerck nog te zien tot 1 september. Ook een audio-installatie van Zeno van den Broek maakt er onderdeel van uit. “Bezoekers lopen met hun koptelefoon door de tuin en de zalen van Dat Bolwerck en ontdekken al verkennend een nieuwe digitale auditieve versie van de omgeving.” Het werk van Nijenhuis en Van den Broek vult elkaar aan; een nieuwe dimensie ontstaat.


datbolwerck.nl

Wachtwoorden als laatste bescherming. Foto: Frank Mossink
Dreigende hackerstaal, afgebeeld op een vendel. Foto: Frank Mossink

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant