Pagina uit de stripversie van het gedicht 'De hoofdige boer' van A.C.W. Staring. Dit boek heeft Marc Weikamp in opdracht van Museum STAAL gemaakt. Dit verhaal, dat zich afspeelt in Almen, volgt de eigenzinnige boer uit het gedicht. Illustratie: Marc Weikamp
Pagina uit de stripversie van het gedicht 'De hoofdige boer' van A.C.W. Staring. Dit boek heeft Marc Weikamp in opdracht van Museum STAAL gemaakt. Dit verhaal, dat zich afspeelt in Almen, volgt de eigenzinnige boer uit het gedicht. Illustratie: Marc Weikamp

Van Boeren-Zutphensch tot Achterhoeks: animo voor streektaal groeit

Cultuur

DOETINCHEM – Geen tegenbericht gehoord: alle aanwezigen zijn woensdag veilig thuisgekomen in de dichte Achterhoekse mist. Na een bezoek aan Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers in Doetinchem voor een van de zes cursusavonden Achterhoek(s). De cursus wordt al een paar jaar elke lente en elke herfst gegeven, telkens aan zo’n veertig deelnemers. Met af en toe een uitstapje naar elders, zoals de bibliotheek in Lichtenvoorde en museum STAAL in Almen.

Door Sander Grootendorst

Die laatstgenoemde locatie is op zich de meest geschikte voor mijn bijdrage: ik mag het een en ander vertellen over A.C.W. Staring (1767-1840) – aan zijn familie is dat museum gewijd. Gevestigd tegenover het Almensch kerkje, waarvan Staring in zijn beroemde gedicht De hoofdige boer vermeldt dat “elk weet waar het staat”.

Lees verder onder de afbeelding


Pagina uit de stripversie van het gedicht ‘De hoofdige boer’ van A.C.W. Staring. Dit boek heeft Marc Weikamp in opdracht van Museum STAAL gemaakt. Dit verhaal, dat zich afspeelt in Almen, volgt de eigenzinnige boer uit het gedicht. Illustratie: Marc Weikamp

De cursus concentreert zich op de streektaal, dus ten eerste op de taal, maar toch ook op de streek, waar je het dialect niet los van kunt zien. Vandaar dat Willem Heuvel (1864-1926, besproken door Arend Heideman) en Toon Staring (zo ondertekende hij als jongeling de persoonlijkere brieven aan familie en vrienden) aan bod komen: zij hebben zowel de streek als de taal ‘op de kaart gezet’, zoals dat tegenwoordig heet.

Dat deden ze bewust – waarbij ze zich voornamelijk bedienden van het standaard-Nederlands; geen tegenstrijdigheid, want zou je in de streektaal schrijven, zou je in principe niemand buiten de streek bereiken.

Staring veroverde hij een plek in de canon van de Nederlandse literatuur, die hij tot op de dag van vandaag bekleedt. Hij leefde in de periode van de romantiek, beleed die ook in zijn gedichten en verhalen, maar gaf zijn schrijfsels tegelijkertijd een grote hoeveelheid ratio mee – misschien omdat hij eigenlijk landgoedbeheerder was; dichten deed hij ernaast. Die combinatie van gevoel en nadenkendheid maakt dat zijn werk nog steeds goed leesbaar is, helemaal vergeleken bij zijn in al te grote gebaren zwelgende collega-dichters van toen. Staring bleef zijn leven lang aan zijn woorden en zinnen sleutelen en schaven.

Volkstaal
Typerend voor de romantiek was zijn belangstelling voor het ‘volk’ en voor volksverhalen. In theorie en in praktijk. Het ‘volk’ was hem dierbaar, hij behandelde de dagloners goed en richtte ook een school op voor de kinderen van het platteland. Groot was zijn interesse voor de volkstaal, die hij zelf gesproken moet hebben, in elk geval als kind. Hij hield dialectwoordenlijstjes bij en schreef één lang gedicht annex dialoog in het Achterhoeks, door hemzelf als Boeren-Zutphensch betiteld: de volkstaal van de graafschap Zutphen. Een unicum in die tijd. Dat wil zeggen: hij schreef zijn tekst De tuchtiging der Algerijnen (naar aanleiding van de Slag bij Algiers in 1816) in het Nederlands én in de taal van zijn eigen omgeving; in diverse uitgaven zijn de beide versies op pagina’s naast elkaar afgedrukt.

Allicht speelde bij Starings keuze mee dat een Achterhoeker bij Algiers heeft meegevochten. Die jongeman komt dan ook aan het woord – Engbert heet hij in de Boeren-Zutphensche versie, Egbert in de Nederlandse. Zijn gesprekspartner heet Gaitjan, de ‘vertaling’ van Gert-Jan. Ook namen klinken thuis vertrouwder dan in den vreemde.

Staring heeft er duidelijk aardigheid in gehad om zo’n tweetalig dichtwerk te construeren. Hij zal hebben geweten dat je bepaalde dingen met de woorden waartussen je bent opgegroeid beter, makkelijker, directer en levendiger kunt uitdrukken. ‘Schilderachtig’, zo luidde een van de reacties uit literaire kringen destijds. Gebruik van de streektaal bleek een verrijking. Dat wisten ze in de middeleeuwen al, toen schrijvers zich gingen bedienen van hun eigen taal in plaats van het opgelegde Latijn. Onder hen ook Dante, die zijn meesterwerk Divina Commedia in het dialect van Florence schreef, dat later zou worden uitgeroepen tot de officiële Italiaanse taal.

Discriminatie
Na Starings experiment zou het dialect in het dagelijks leven, zeker ook van hogerhand, nog zo’n anderhalve eeuw worden verguisd - begrijpelijk met het oog op bereik en verstaanbaarheid, en de eenwording van Nederland was in de negentiende eeuw nog gaande; eenwording ook van taal. Maar verguizen is toch vooral een vorm van discriminatie.

Ondertussen bleven dialectkringen actief: zij lieten de streektaal niet verloren gaan. In het besef dat dat een grote verarming zou zijn.

Het tij lijkt gekeerd, de mist opgeklaard, een ontwikkeling die je ook in andere landen ziet (de recente herwaardering van het Keltisch Iers bijvoorbeeld).

Ongetwijfeld zal er niet meer zo massaal Achterhoeks worden gesproken als in vroegere eeuwen, nog afgezien van het feit dat streektalen zelf vernederlandsen. Maar de grote animo voor de cursus van het Erfgoedcentrum toont aan dat de streektaal voor velen iets extra’s in zich heeft dat in chaotische tijden houvast kan geven - niet navelstaarderig, niet naar binnen gekeerd, maar, net als Staring, met open blik voor de wereld om ons heen. Wat bijvoorbeeld al kan blijken uit het thema voor de volgende Flonkergood, het jaarlijkse ‘kadobuuksken’ met inzendingen van Achterhoekers in de streektaal dat steevast in maart verschijnt tijdens de Week van het Achterhoekse Boek: de korte verhalen en gedichten gaan dit keer over Europa. Het continent waarvan de Achterhoek een springlevend onderdeel vormt.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant