
Hanz Mirck met het manuscript van 'Labberkoeltje'. In het middelpunt staat de wind.
Foto: Sander Grootendorst
In nieuw boek Hanz Mirck voert de wind het woord
Cultuur ZutphenZUTPHEN – Uitnodiging van de Zutphense schrijver Hanz Mirck voor een interview over zijn nieuwe boek: “Kom maar gezellig naar het huis waar de wind is opgegroeid”, appte hij. “Ik stuur je de pdf van Labberkoeltje alvast toe.” Bij het digitale doorbladeren werd het duidelijk: de wind is de hoofdpersoon van de ‘prozagedichten’ die de lezer tegemoet waaien.
Door Sander Grootendorst
Het gebeurt je niet elke dag dat je kunt aanbellen bij de wind en dat de wind dan open doet. In de achtertuin is een zeer licht briesje voelbaar; een ander woord daarvoor: labberkoeltje. “Als de wind net niet waait en de zeilen hangen zo’n beetje slap naar beneden”, zegt Mirck.
Het is een van de vele hoedanigheden van de wind, van storm tot stilte. In het boek passeren ze allemaal de revue. De lezer kijkt een kleine 120 pagina’s lang naar de wereld door de ogen van de wind. En – zoals in elk boek – door de ogen van de schrijver. Wind en schrijver vallen samen.
Mirck is in dit huis daadwerkelijk opgegroeid. Het verhaal van de wind vermengt zich met dat van zijn puberteit. Zoals de wind zich in werkelijkheid door meerdere luchtlagen beweegt, bevat de tekst van Labberkoeltje meerdere lagen. Mirck: “Het gaat ook over het klimaat. Toen ik het boek al af had, las ik wat de filosoof en bioloog Arita Baaijens zegt over het klimaat: we moeten natuurlijke fenomenen een stem geven. Dat is wat ik heb gedaan.”
Leerlingen
“Het werd steeds breder. Als docent besefte ik dat mijn leerlingen er een rol hun hebben, de jeugd van tegenwoordig. Ik heb me ook door hun levens laten leiden. Uiteindelijk gaat het boek over de tijdgeest.”
De opening speelt zich af in een klaslokaal (Mirck geeft Nederlands op het Staring College in Lochem).“Wat wil je worden?” luidt de eerste zin. De vraag die vervolgens het hele boek blijft doorwaaien. Wie was je, wie ben je, wie wil je zijn? Welke hoedanigheid van de wind? Als lezer laat je je meenemen door Mircks poëtisch schrijvende pen. Je moet er de tijd voor nemen, ‘prozagedichten’ zijn compacte teksten, ‘concentratiebommen’, zoals collega-schrijver Hans Heesen over Mircks vorige boek Sirius opmerkte.
“Het idee voor Labberkoeltje ontstond in coronatijd. Het was zo stil, mensen voelden zich opgesloten. Buiten waaide de onrustige wind. Ik legde het af en toe opzij, liet het idee rijpen. Ondertussen heb ik nog een boek geschreven, over het gevangeniswezen in Nederland. Daarna pakte ik het idee weer op, ging ik ermee spelen. Op een gegeven moment had ik de toon te pakken en liet ik me meevoeren. Ik leerde de wind steeds beter te begrijpen.”
Tegen de vluchtige tijdgeest in is de hoofdpersoon, de met de taal spelende wind, in Labberkoeltje op zoek naar diepgang, naar inhoud. Hij denkt na over zijn eigenschappen. Ook over zijn destructieve kracht. De wind gaat chaotisch te werk, maar een boek vraagt om ordening, het moet een keer af zijn. “Ik had flarden, fragmenten”, zegt Mirck. “Ik ging zoeken naar een lijn. Heb het verhaal opgedeeld in seizoenen. En op het eind laat ik de wind verdwijnen.”
Valkuil
Mirck (55) begon zijn literaire carrière in 2003 met de dichtbundel Het geluk weet niets van mij. Hij was (de eerste) stadsdichter van Zutphen, een taak die hij ook in Apeldoorn vervulde. Labberkoeltje is zijn twaalfde officiële publicatie. Is er een grote gemene deler in te vinden? Mirck: “Jean-Pierre Rawie, de dichter die mij ooit de J.C. Bloemprijs uitreikte, prees het ‘experimentele en het traditionele’ in mijn werk. Blijkbaar is dat mijn stijl.” Onderweg komt de wind, alias de auteur, van alles tegen. Citaten van andere schrijvers bijvoorbeeld, daar gaat hij dan ook weer mee aan de haal. Je leest: “Denkend aan de kou kan ik niet slapen.” Een verwaaide versie van “Denkend aan de dood kan ik niet slapen” van J.C. Bloem, die ooit in Warnsveld woonde. De dichter naar wie die prijs is genoemd.
Literatuur moet “niet te particulier worden”, stelt Mirck. “Dat is een valkuil.” Labberkoeltje bevat dus geen nauwgezet verslag van zijn middelbareschooltijd, van de moeizame verhouding tot zijn vader. Wel aspecten uit die jeugd met literaire zeggingskracht. “De huiskamer die blauw stond van de rook, mijn vader was een kettingroker. De rook vormde een gordijn tussen mijn ouders.”
Daar wist de wind wel raad mee.
Schommel
“De schommel in de achtertuin was al lang niet meer in gebruik. Alleen de wind bewoog hem nog. De schommel moest weg, zei mijn vader. Symbolisch voor het afscheidnemen van je kindertijd. Een storm heeft hem omvergeblazen.” Hanz Mirck schrijft zijn teksten met de hand. Zo traditioneel dat het eigenlijk weer modern is. Hij loopt naar binnen om het manuscript op te halen. Toont de dubbele pagina met het schema voor het boek. Dan legt hij het neer op tafel. De wind krijgt er vat op, slaat de bladzijden om. Niet stormachtig, eerder tastend. Verwachtingsvol. Een schoolvoorbeeld van een labberkoeltje.
Hanz Mirck: Labberkoeltje. Uitgeverij Magonia. Presentatie 11 september (20.00 uur) bij Boek & Buro in Zutphen.








