
Dorpskerk Hoog-Keppel, centrum van het sociale leven
Cultuur Open Monumentendag BronckhorstHOOG-KEPPEL - Floris van Wevelinkhoven, van 1378 tot 1393 bisschop van Utrecht, gaf opvallend veel vergunningen voor bouw of herbouw van kerken. Dat hing samen met politieke, religieuze en maatschappelijke ontwikkelingen in die tijd. De bouw van kerken was een herstelmaatregel als gevolg van oorlog en plundering, bedoeld om het religieuze en sociale leven te herstellen. Maar ook om door het verlenen van privileges als bisschop invloed uit te breiden bij lokale machthebbers. Het was een vrome daad en leverde prestige op voor de bisschop en de elite, bijvoorbeeld zoals toen in Keppel de familie Van Pallandt. Kerken als de Petrus en Pauluskerk (Burg. van Panhuysbrink 11) in Hoog-Keppel, werden zo het centrum van het sociale leven. Dat gaf status en identiteit aan de gemeenschap en dat doet het nog altijd.
Eeuwenlang hebben bouwmeesters, metselaars, timmerlieden, steenhouwers en glazeniers met kennis van constructie, geometrie en bouwtechnieken zich ingespannen voor het behoud van de kerk. Tot vandaag aan toe. Immers in 2024 is de kerk opnieuw onder handen geweest van architecten en specialistische handwerklieden, zoals die dit werk al eeuwenlang doen. Daarom staat deze Dorpskerk er nog, inmiddels al 600 jaar.
Tijdens de Open Monumentendag is een expositie ingericht van alle mogelijkheden die de Dorpskerk biedt.








