Afbeelding

Appelvinken

Dicht

Een overpeinzing, een waarneming en een korte dialoog leidden tot een gedicht des Appelvinks: een groot uitgevallen vinkachtige met forse snavel.

Appelvinken

Sinds negentien dagen ben ik ouder
dan mijn vader ooit is geweest.
En op deze dag strijkt langs de beek
een paartje appelvinken neer,
helder in mijn verrekijker. Voorgoed
buiten het bereik van mijn vader
en buiten het bereik van mijn moeder;
beiden zijn ze jong gestorven.

Een echtpaar passeert, de man vraagt:
‘Bent u vogelaar?’ ‘Ja,’ zeg ik, ‘en ik kijk
naar twee appelvinken.’ De vrouw zegt:
‘Die zie je niet zo vaak.’ ‘Nee, dat klopt.’
Mijn ouders zagen nooit appelvinken.
Maar gelukkig hoefden zij ook nooit
te ervaren dat de geschiedenis
die zij overleefden zich zou herhalen.

Gezamenlijk vliegen de vogels op.
Appelvinken zoeken zaden, ze roepen
naar elkaar. Geschiedenis schrijven ze niet.