
Herdenking dwangarbeiders Suderwick: ‘De zwarte bladzij is omgeslagen’
GrensnieuwsSUDERWICK – Met een indrukwekkende herdenkingsdienst werd in de St.Michaelskirche in Suderwick afgelopen zondagmorgen de razzia van Rotterdam en Schiedam herdacht, die vanaf 10 en 11 november 1944 diepe wonden achterliet in het toch al zo getroffen Rotterdam. Tijdens die dagen werden zo’n 52.000 mannen tussen de 17 en 40 jaar door de Duitse bezetter bij hun families weggerukt om een onzeker lot tegemoet te gaan. Daarmee was het de grootste razzia die de nazi’s ooit in Nederland gehouden hebben. Veel mannen werden per trein naar het oosten van Nederland en naar Duitsland vervoerd om dwangarbeid te verrichten. In Suderwick, werden precies op de grens met Dinxperlo, 250 Rotterdammers gevangen gezet in kamp Stolte en Terstegge aan de Heelweg.
Door Iris Jansen
De omstandigheden waren erbarmelijk en vele inwoners uit Suderwick en Dinxperlo probeerden het lot van de mannen te verzachten door de geboden hulp in vorm van eten, kleding en medische verzorging. Willem Geven uit Dinxperlo, wiens vader ook betrokken was bij de hulp aan de Rotterdammers, maakte vorig jaar een interessante documentatie, die nu te vinden is op de website van het Heimatverein Suderwick.
De Heimatverein was tevens de organisator van de herdenkingsdienst, die goed werd bezocht. Op het voorterrein bij de kerk waren 250 paar schoenen opgesteld, naar idee van Lex Schellevis. Koor Vision zorgde op mooie en stemmige wijze voor de muzikale omlijsting.
Anton Stapelkamp, burgemeester Aalten die zelf 45 jaar in Rotterdam heeft gewoond, sprak over het bombardement op Rotterdam waarbij honderden mensen om het leven kwamen en over de razzia in Rotterdam. In 2004 organiseerde Stapelkamp in Hillegersberg zelf een herdenking voor de slachtoffers van de razzia en werd er een plaquette onthuld. Maar ook vanuit zijn familiehistorie voelt hij zich betrokken bij de razzia en de onderduikgeschiedenis. Zijn vader en enkele andere mannelijke familieleden doken onder in de buurt van Aalten. Eén daarvan werd opgepakt en vond de dood tijdens de Totenmarsch Wittstock, een week voor het einde van de oorlog. Stapelkamp: “Die oorlog is een zwarte bladzijde in onze gezamenlijke geschiedenis en het is goed dat die onder ogen wordt gebracht. Wonden moet je schoonmaken, anders kunnen ze niet genezen. Maar dat schoonmaken is ook pijnlijk. Duitsland heeft dat de afgelopen tachtig jaar met vallen en opstaan gedaan, vele Duitsers hebben daarin hún verantwoordelijkheid genomen. Juist daardoor kunnen we nu constateren dat de Duits-Nederlandse verhoudingen zo goed zijn, de wonden van dit zwarte verleden zijn genezen, de zwarte bladzijde is omgeslagen.”
Lied
Aansluitend zong Johan Meijer, singer/songwriter uit Amersfoort, een zelfgeschreven lied over de razzia en het lot van dwangarbeiders. Daarna vertolkte hij een lied met als tekst een gedicht geschreven door wijlen Wim de Vries, die zelf dwangarbeid moest verrichten in Kassel. Enkele regels van zijn gedicht staan op het monument in Overloon, een tekst die ook als een rode draad door de herdenkingsdienst liep:
“Straks gaan we weer terug naar het heden, En hoe men ’t wendt en keert of plooit, Wij zullen veel moeten vergeven, Vergeten echter doen we nooit”.
Willem Geven en Rudi Ostermann, wiens vaders betrokken waren bij de hulp aan de Rotterdammers en Gerold Messink, wiens oma Emma ter Stegge de mannen van extra eten voorzag, spraken net zoals Petra Taubach van de Stadt Bocholt, Gerda Brethouwer,van het Nationaal Onderduikmuseum, en Lex Schellevis nog enkele woorden ter overdenking. Woorden die ook aansloten op het gedicht van Wim de Vries.
Willem Geven, die de bijna vergeten historie van de Rotterdamse dwangarbeiders in kamp Stolte en Terstegge op mooie wijze documenteerde, beschrijft daarin nog veel meer mensen die zich vanuit Dinxperlo en Suderwick en met gevaar voor eigen leven, het lot van de dwangarbeiders aantrokken. De documentatie is voorzien van veel fotowerk en verhalen. De documentaire is te bekijken via heimatvereinsuderwick.de.























