Deel van het titelblad van de vertaling van Van Berchens kroniek. Foto: PR

Deel van het titelblad van de vertaling van Van Berchens kroniek. Foto: PR

Willem van Berchen schreef in 15e eeuw als eerste over de Gelderse draak

Grensnieuws

GELDERN/NIJMEGEN – Een draak heeft de hoofdrol in de sage over het ontstaan van Gelre (het graafschap en hertogdom dat voortleeft in de naam Gelderland en in de Duitse plaatsnaam Geldern). De eerste die er gewag van maakte was de Nijmeegse priester Willem van Berchen (1415?-na 1481). Hij schreef erover in zijn Chronicon Geldriae. Van die kroniek is voor het eerst een integrale Nederlandse vertaling verschenen.

Door Sander Grootendorst

“De kroniek vormt het begin van de Gelderse geschiedschrijving”, meldt de uitgever. Maar erg bekend is het werk zelf niet.. De twee enige bewaard gebleven handschriften, in Nijmegen en Hamburg, zijn pas in 1870 en 1950 uitgegeven. “Willem van Berchen schreef een verhaal met veel anekdotes en pakkende details, waarmee hij zijn lezers wilde boeien. Hij vertelt legendarische verhalen over graven en hertogen, de aangrijpende geschiedenis van wrede oorlogen en tal van wetenswaardigheden over de bouw van kerken en kloosters. Nijmegen neemt in de kroniek een bijzondere plaats in. Van Berchen schrijft trots over de Romeinse en Karolingische voorgeschiedenis van zijn geboortestad. De laatste handelingen spelen zich af in en om de Sint Stevenskerk in Nijmegen, waaraan hij als kanunnik was verbonden. De kroniek eindigt met de inlijving van het hertogdom Gelre in het Habsburgse rijk en de inhuldiging van Maximiliaan van Oostenrijk als nieuwe heer. Van Berchen is er in juni 1481 vermoedelijk zelf getuige van geweest.”

Het valt niet geheel uit te sluiten dat Van Berchen de sage zelf verzonnen heeft. In de kern luidt het verhaal als volgt (er bestaan verschillende versies van): Een woeste draak met lichtgevende ogen zaaide dood en verderf aan de oevers van de Niers. De draak hield zich op onder een mispelboom en geen edelman durfde het aan hem tegemoet te treden. Uiteindelijk gingen twee broers, Wichard en Lupold van Pont, het beest te lijf en samen doodden ze de draak, die voortdurend de kreet ‘Gelre’ uitstiet. De dappere daad bleef niet onbeloond. De broers kregen de grond in bezit waar de draak had geleefd en ze bouwden er hun burcht, die ze Gelre noemden. Vanaf dat moment voerden ze een heraldisch wapen met drie mispels. Wichard trouwde met de dochter van de Zutphense graaf en de rest is geschiedenis…

Bosontginning
Bovenstaande tekst is te lezen in een bijdrage van de Zutphense archeoloog Michel Groothedde aan het vierdelige standaardwerk Het verhaal van Gelderland. Hij geeft daarbij ook de ‘veel waarschijnlijkere’, maar nogal prozaïsche verklaring van het woord Gelre: “De betekenis van de naam, en daarmee van de provincie, is dan ‘(land van de) vruchtbare bosontginning’.” In de negende en tiende eeuw werd Gelre aangeduid als ‘Gellero’ of ‘Gellera’. ‘Gel’ wil zeggen: vruchtbaar (verwant aan het huidige woord ‘geil’). En ‘ro’ (een verkorting van ‘rode’): een voor landgebruik geschikt gemaakt stuk bos, verwant aan het huidige woord ‘rooien’.

Maar sages laten zich niet zomaar ontkrachten. Geldern gaat prat op haar legendarische oorsprong. Zo had de stad tot 1945 geen weerhaan, maar een draak op de torenspits. In 1921 en 1922 werd in Geldern  noodgeld uitgegeven met een afbeelding van de draak. In 1990 werd op de markt een fontein geplaatst met de Gelderse draak.

Willem van Berchen: Gelderse Kroniek. Onder redactie van Leo Nellissen, Louis Swinkels & Johan Oosterman. Uitgeverij: Verloren.


Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant