
Is dodenakker ‘Rozenkamp’ ten dode opgeschreven?
Maatschappij NeedeNEEDE – Begraafplaats Rozenkamp in Neede is een gemeentelijk monument en vanuit die hoedanigheid heeft de eigenaar zorgplicht om verval te voorkomen. Het reguliere onderhoud echter wordt al jaren door een groep van zeven vrijwilligers gedaan, een aantal dat naar eigen zeggen te klein is om het perceel goed bij te houden. De gemiddelde leeftijd kruipt naar de tachtig en het is dus niet ondenkbaar dat er vrijwilligers gaan afhaken. De vraag is dan of de gemeente zelf het onderhoud weer oppakt.
Door Rob Weeber
Begraafplaats Rozenkamp telt 1150 graven en was in gebruik van 1856 tot 1977. Na de laatste bijzetting in 1977 was het onderhoud al meerdere keren een punt van zorg. Het particuliere onderhoud is in 2006 in samenwerking met de Historische Kring Neede gestart. De begraafplaats lag er toen zwaar verwaarloosd bij. Vrijwilligers hebben de plek weer aanzien gegeven en lange tijd leek het goed te gaan. Nu echter, vier jaar na het eerste interview, wordt de noodklok wederom geluid.
“Als het zo doorgaat, zijn we weldra met te weinig om fatsoenlijk onderhoud te plegen,” gaf vrijwilliger Gerard Hofman destijds al aan. “De begraafplaats is een gemeentelijk monument, maar we kunnen gezien de bezetting niet meer meedoen aan de Open Monumentendag. Ook zouden we meer grafonderhoud willen doen, maar de tijd ontbreekt gewoon. Veel graven zijn vuil en praktisch onleesbaar geworden. Dat is jammer, want het is toch een monument van de gemeenschap. Er staan zelfs nog drie rode beuken vanuit de beginperiode in 1856.” In deze situatie is geen verandering gekomen.
Vrijwilligers gevraagd
De vrijwilligers komen iedere dinsdagmiddag van 13.00 tot 15.30 uur samen, mits het weer het toelaat. Dan wordt het gras gemaaid, de gevallen bladeren geharkt en het onkruid gewied. Geïnteresseerden voor het onderhoudswerk kunnen zich melden bij de ingang van de begraafplaats aan de Haaksbergseweg. Koffie is altijd aanwezig.
Reactie gemeente
Gevraagd naar een mogelijk, toekomstig scenario, geeft de gemeente aan dat ze hierop niet vooruit willen lopen. Ze draagt weliswaar zorg voor de benodigde materialen voor het onderhoud, maar bemoeit zich niet met de mankracht. ‘Op dit moment hebben wij geen signalen dat de groep vrijwilligers het onderhoud niet langer kan uitvoeren. Mocht dit het geval zijn, dan kijken we graag naar wat het beste bij onze mogelijkheden past.’ De zaak wordt daarmee wat op de lange baan geschoven, terwijl de groep vrijwilligers vier jaar terug al de noodklok luidde.








