De Berkellandse CDA-wethouder Arjen van Gijssel wil meer 'Achterhoek in Den Haag'. Foto: Leonard Walpot
De Berkellandse CDA-wethouder Arjen van Gijssel wil meer 'Achterhoek in Den Haag'. Foto: Leonard Walpot Leonard Walpot

Berkellandse CDA-wethouder Arjen van Gijssel vlast op Kamerzetel

Politiek Borculo Ruurlo

BORCULO – Maar liefst 26 kandidatenlijsten zijn (voorlopig) door de Kiesraad geldig verklaard voor de komende Tweede Kamerverkiezingen op 22 november. De grote vraag is wiens vlag straks het straatbeeld gaat domineren en wiens vlag er straks halfstok bijhangt. De belangen zijn groot. Het CDA verloor in 2021 bij de laatste Kamerverkiezingen 4 zetels en zakte terug naar 15. Inmiddels is Wopke Hoekstra als lijsttrekker vervangen door Henri Bontenbal en is het CDA in alles ‘hoopvol’ naar de toekomst.

Door Rob Weeber

Het verkiezingsprogramma van het CDA, ‘Recht doen. Een hoopvolle agenda voor heel Nederland.’, doet een appel op herstel van oude normen en waarden, zoals fatsoen, omgangsvormen en gemeenschapszin. Ook het vergroten van bestaanszekerheid van gezinnen is een belangrijk item. Verder is het een pro-boer verkiezingsprogramma, ondanks dat Bontenbal naar eigen zeggen van het imago plattelandspartij af wil. Het CDA moet voor de gehele bevolking staan, voor brede welvaart. De komende weken worden met bijzondere belangstelling gevolgd door CDA-wethouder Arjen van Gijssel (54). Niet alleen hoopt hij dat zijn partij goed uit de verkiezingen komt, maar ook heeft hij ambities voor een Tweede Kamerzetel. “Ik sta op plek 26. Dat lijkt ver, maar je hebt maar 17.000 voorkeursstemmen nodig voor een Kamerzetel.”

Heel
Nederland
kan leren van
de Achterhoek

Van Gijssel studeerde economie aan de Rijksuniversiteit van Groningen en trok naar het westen voor een baan bij het Ministerie van Financiën, waar hij werd ingezet op het terrein van de ‘internationale financiële diplomatie’. “Ik woonde in Gouda en reisde Europa door als rechterhand van bewindslieden als Wim Kok, Hans Hoogervorst en Gerrit Zalm. Dat was een zeer leerzame tijd waarin ik veel contacten heb opgedaan. Op enig moment echter, ik werkte toen al in Hilversum als regionaal belangenbehartiger Oost bij Aedes, de Vereniging voor Woningcorporaties, besefte ik dat ik behoefte aan meer eindverantwoordelijkheid had. Maar ook wilden mijn vrouw en ik terug naar de regio, in ons geval naar de Achterhoek. We wilden onze kinderen de vier seizoenen laten beleven. Zo ben ik uiteindelijk in Ruurlo terechtgekomen en wethouder geworden, een geweldige baan. Mijn ambitie mag dan wel de Tweede Kamer zijn, maar stiekem hou ik toch veel van het wethouderschap.”

Leren van de Achterhoek
Dat regionale plattelandsgevoel zit diep bij hem. Zijn opa had een kleine boerderij in Koekange, Drenthe, en zijn vader was ambtenaar in Zwolle en hield zich onder meer bezig met de eerste grote ruilverkaveling. Zelf is hij ook lid van de P10 , het netwerk van de grootste plattelandsgemeenten van Nederland. Doel van P10 is belangenbehartiging van de plattelandsgemeenten richting Den Haag en Brussel. “De Achterhoek is een regio waarin heel veel ‘van nature’ gebeurt. Neem bijvoorbeeld het project ‘Opzoomer Mee’ in Rotterdam, een project om de cohesie in straten en buurten te bevorderen. Dat wordt groots gebracht, terwijl wij dat in de Achterhoek al lang kennen. Dat heet ‘naoberschap’ hier. Kijk bijvoorbeeld eens naar het grote bloemencorso in een kleine gemeenschap als Rekken. Dat is alleen maar mogelijk dankzij die gemeenschapszin. Probleem is dat we hier te bescheiden zijn en onvoldoende uitdragen wat we doen en hoe goed we zijn. Het vicevoorzitterschap van de VNG van Mark Boumans, burgemeester van Doetinchem, is echt nog een uitzondering. Mijn oproep aan de Achterhoek daarom is: ‘Be good and tell it.’ Heel Nederland kan leren van de Achterhoek. ”

Ongezien hoekje
Met die oproep refereert hij ook aan de lage vertegenwoordiging van de Achterhoek in Den Haag. Op de CDA-lijst bijvoorbeeld staat in de toptien slechts een dame uit Gelderland, Ermelo, en wel op plaats tien. Hij laat een plaatje zien met vertegenwoordiging uit de periferie van de randstad. Voor de Achterhoek geldt dat de regio en een lage vertegenwoordiging heeft en een hoge ontevredenheid over Den Haag. Twente bijvoorbeeld is beter vertegenwoordigd. “De Achterhoek is een ongezien hoekje en we moeten zorgen dat we beter vertegenwoordigd zijn in Den Haag. Daar kun je namelijk het verschil maken voor je regio. Veel plannen vanuit Den Haag worden landelijk uitgerold. Maar het is niet logisch dat je bijvoorbeeld het rekeningrijden voor deze regio net zo duur maakt als voor de Randstad. Hier is nauwelijks alternatief in de vorm van openbaar vervoer. Veel gezinnen hebben een of twee auto’s nodig om bereikbaar te blijven. Dat ligt in de Randstad anders, daar is een fijnmazig openbaar vervoersnetwerk.”

Richting geven aan boeren
Een ander punt van zorg voor hem is dat van de boeren. Hij hekelt de Haagse strategie die tot felle protesten leidden. “Mijn credo is dat je mensen richting en toekomst moet geven. Dat geldt ook voor de boeren. Ze bepalen dan zelf wat ze moeten doen. Ik spreek veel jonge boeren en die weten echt wel wat ze moeten doen, maar de politiek zet in op een halvering van de veestapel. Dat zorgt niet alleen voor onrust over hun toekomst, maar ook voor een enorme verschraling van het platteland. We moeten bovendien de agrosector koesteren, het vormt een belangrijk exportproduct. Boeren zijn meer dan een voedselproducent, zij zorgen voor gezond voedsel en voor een gezonde bodem en natuur. Gelukkig hebben we binnen het CDA een goede stem voor de boeren in de persoon van Eline Vedder. Zij is zelf ook melkveehoudster en staat op plek 2 van de kieslijst.”

Omtzigt te somber
De zorg vanuit het CDA voor een betere bestaanszekerheid voor gezinnen gaat ook over wonen. Van Gijssel is voorzitter van de thematafel ‘Wonen & Vastgoed’ van 8RHK ambassadeurs. “Die krimpgedachte destijds was rampzalig. Maar ook de zet van minister Hugo de Jonge om de betaalbaarheidsgrens voor nieuwbouwwoningen naar 390.000 euro op te trekken is funest voor starters en jonge gezinnen. Hun perspectief op het verkrijgen van een woning raakt verder uit beeld. Ook hier is het noodzakelijk dat we samen optrekken en ervoor gaan. Ik heb recent 2,4 miljoen voor woningbouwprojecten in Berkelland binnengehaald, waarvan men van tevoren zei dat het me nooit zou lukken. Dat kan dus wel. Wat dit betreft vind ik Pieter Omtzigt te somber in zijn voorspelling dat hervorming van de bestaande bestuurscultuur van ons land vijftien jaar kost. Dan ga je er met z’n allen niet genoeg voor.”