
‘De elektrische crossmotor rijdt fenomenaal, ik zie er de toekomst in’
SportHUMMELO – Na ruim dertig jaar zwaait Doetinchemmer Johan Hartemink (65) komende week af als voorzitter van motorcrossvereniging TCD Hummelo. Een gesprek over liefde voor de sport, oog voor de natuur en de intrede van de elektrische motorcross: ‘Als rijder heb je niks aan dat geluid.’
Door Luuk Stam
Wie met de voorzitter van een crossclub een ronde langs de baan maakt, verwacht wellicht verhalen over het kiezen van de juiste sporen in het zand, over enthousiast publiek bij de wedstrijden of over onnavolgbare inhaalacties, maar met Johan Hartemink (65) kan het net zo gemakkelijk over de groene omgeving gaan. Of over de nestkastjes die rondom het Hummelose crosscircuit De Heksenplas overal in de bomen hangen. “Tijdens een wedstrijd vliegt er hier vaak een koolmeesje op en neer om z’n jongen te voeren”, vertelt de TCD-voorzitter. “Dieren hebben geen last van geluid, het is geen bedreiging voor ze.”
Het geluid van de crossmotoren, daar gaat het hier vaak over. “Wij mensen vinden het of heel mooi – de liefhebbers van de motorsport – of we vinden het lawaai”, vervolgt Hartemink. “Dat projecteren we op de natuur. Maar muggen, wespen, vlinders, vogels; als er hier gereden wordt, blijven ze allemaal vliegen. De grotere dieren, reeën en konijnen, die lopen weg. Maar dat doen ze al zodra wij hier als mens het terrein betreden. Kikkers, die zitten aan de rand van de sloot in de zon terwijl motoren voorbijrazen. Totdat ik langsloop. Dan springen ze het water in, want ik – als mens – ben een bedreiging voor de natuur. Ik zeg weleens gekscherend: al die natuurliefhebbers moeten we uit de bossen houden, alleen nog maar motorcrossen.”
Regelgeving
Niet dat Hartemink zich nergens wat van aantrekt, integendeel. Na 31 jaar als voorzitter van de TCD Hummelo – in 1957 opgericht als de Tour- en Crossclub Doetinchem – weet de man die hier in totaal 33 jaar bestuurslid was als geen ander hoe het is om te balanceren tussen regelgeving, eisen van de bond, contacten met de buurt, wensen van de clubleden enzovoort. “Af en toe is dat lastig, want je kunt nooit beslissingen nemen waar iedereen blij mee is”, klinkt het even later in de kantine van clubgebouw De Daele, met uitzicht op het crosscircuit.
Het clubhuis is op De Heksenplas gevestigd in een voormalige boerderij. Toen de TCD hier begin jaren zestig van de vorige eeuw naartoe kwam, woonden hier nog mensen. Van de toenmalige bewoners mochten de crossers een deel van de boerderij gebruiken als kantine. Later kreeg de vereniging de kans om het te kopen. Door de jaren heen is het geheel verbouwd tot een volwaardig clubhuis. Waar er destijds rondom de boerderij enkel wat houten schuurtjes te vinden waren, staat er nu een grote loods met een heus machinepark. Hiernaast is de baan flink verbreed, overwoekerd groen is verwijderd, een geluidswal is aangelegd.
‘De motorcross volledig elektrisch op de Olympische Spelen, ik zie dat helemaal voor me’
Voor de ruim 800 clubleden is het circuit geopend op de woensdag en de zaterdag. Regelmatig maakt Hartemink zelf een aantal ronden, in het verleden reed hij ook wedstrijden. Hij houdt van de sport, van de strijd met jezelf en met de baan, die ronde na ronde verandert. “En de gezelligheid binnen onze vereniging is geweldig”, stelt de voorzitter. “Met daarbij een stukje sociale controle, zeker ook op het vlak van veiligheid.”
Biertaktteam
Aan de wanden in de clubkantine heel wat foto’s, veelal van prominente clubleden uit het verleden. ‘Vliegende tandarts’ Gerrit Wolsink uit Hengelo, die eind jaren zeventig tot de wereldtop in de 500CC behoorde, was hier lid. Maar ook mannen als Jacob Barth, Willie van Wessel, Peter Bergsma. En niet te vergeten Bennie Jolink, met Normaal hadden ze hier hun eigen ‘Biertaktteam’, waarvan Hartemink eveneens een tijd deel uitmaakte.
Het clubgevoel is sterk. Tal van vrijwilligers steekt hier wekelijks de handen uit de mouwen voor het onderhoud, onder wie de voorzitter zelf. “Een heerlijke manier om mijn hoofd leeg te maken”, aldus Hartemink, in het dagelijks leven werkzaam in de accountancy. “Eerst koffie, een beetje ouwehoeren, dan aan de slag. Knettersmerig worden. Uiteindelijk zijn we wel allemaal heel eigenwijze Achterhoekse mannen. Dat iemand zijn mening geeft, vind ik alleen maar mooi. Ik zeg altijd: dat is een blijk van betrokkenheid bij de vereniging.”
Breed gedragen is hier de overtuiging dat de natuur en de motorcross uitstekend samen kunnen gaan. Recent kwam het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit nog op bezoek om een video te maken, die vervolgens via de internationale motorsportbond de wereld overging. In 2023 won de TCD de Duurzaamheidsprijs van motorsportbond KNMV. Een mooie eer, die Hartemink ergens niets verbaasde: “Je hoort het vaak andersom, maar bij ons is het gras groener dan bij de buren. De reeën komen hier aan de randen van de baan gras eten. Wij gebruiken geen bestrijdingsmiddelen, geen meststoffen, het is allemaal puur natuur.”
![]()
De kantine in clubhuis De Daele, vanuit de voormalige boerderij is er uitzicht op het circuit.
Jong
De voorzitter kan genieten van de rust op het terrein. Toch geniet hij net zo als er rondom de baan op een zonnige zaterdag volop levendigheid is. Als de parkeerplaats vol staat, motoren geprepareerd worden, het een komen en gaan is van rijders en begeleiders. “Op zo’n dag word je door Jan en alleman aangesproken”, vertelt Hartemink. “Jochies van 4, 5 jaar die al dingen vragen. Waarom is dit zus? Waarom gaat dat zo? Dat is prachtig. Je blijft er jong bij.”
Met zijn 65 jaar zou hij voorheen als voorzitter hebben moeten aftreden. De statuten zijn kortgeleden aangepast, het betreffende artikel over de leeftijdsgrens is vervallen, maar Hartemink heeft ’m voor zichzelf altijd aangehouden. “Anderen moeten ook een kans krijgen”, stelt de man, die ruim dertig jaar geleden als voorzitter de opvolger was van Bertus Eenink, ook die vervulde deze rol ruim 25 jaar. “En ik ben niet weg, ik kan waar nodig nog ondersteunen. Dat wordt een stuk lastiger als je wacht totdat je 75 of 82 bent.”
Waar Hartemink naar uitkijkt, is dat hij dit jaar zelf ook weer mee zal doen aan clubwedstrijden. In veertig jaar stopte hij nooit met crossen, maar als voorzitter liet hij de wedstrijden hier aan zich voorbijgaan. De volledige concentratie die het rijden vergt, was niet te combineren met de verantwoordelijkheid aan de rand van de baan. Toch is het plezier in het motorcrossen bij de Doetinchemse zestiger de voorbije jaren alleen nog maar verder gegroeid. Dankzij zijn nieuwe aanwinst, een elektrische crossmotor.
“Je hebt veel meer trekkracht, het rijdt fenomenaal, ik houd het nu veel langer vol”, klinkt het. “En ik zie er de toekomst in. De kleinere motormerken beginnen er nu mee, de grotere merken wachten totdat de internationale bond – de FIM – hier iets over gaat roepen. Het zal beginnen met een jeugdklasse, dat zo’n wereldkampioenschap alleen nog maar elektrisch wordt. En dan ergens in de jaren dertig, de motorcross volledig elektrisch op de Olympische Spelen, ik zie dat helemaal voor me, dat is toch een soort droom.”
Emotie
Zover is het nog lang niet. Zeker is dat het geluidsprobleem in dat geval definitief tot het verleden zou gaan behoren. “Wij houden ons keurig aan de regels, maar dan nog heeft de buurt er gewoon last van, dat kun je niet ontkennen”, aldus Hartemink, die ook als geen ander de emotie kent die veel crossliefhebbers bij het geluid ervaren. “Mensen zeggen: het hoort erbij. Maar dat is voor de toeschouwers. Als rijder heb je niks aan dat geluid.”
Hartemink is ervan overtuigd dat meer crossers overstag zullen gaan als ze het gemak van het elektrisch rijden ervaren. “Met name zij die het hardst roepen dat het motorcrossen voor hen zonder geluid niet meer hoeft, juist die mensen laat ik weleens op mijn motor rijden”, vertelt hij. “Zij zeggen dan stuk voor stuk: ‘Het rijdt toch wel heel erg lekker.’ Het moet langzaam groeien. Ik hoop dat mijn enthousiasme aanstekelijk werkt.”
Wedstrijden met enkel elektrische crossmotoren, die zal Hartemink hier in Hummelo als voorzitter niet meer meemaken. Wat er voor hem verandert? “Ik zal minder bezorgd zijn”, verwacht hij. “Ik ben straks niet meer verantwoordelijk, ga het veel meer los kunnen laten. Met name doordeweeks, in de avonden, dan ga ik me vrij voelen. Mijn vriendin zegt nu weleens: ‘Je zit altijd met je laptop op de bank.’ Dat ga ik niet meer doen.”
Als ze hier op bestuurlijk vlak nog eens een beroep doen op zijn expertise, dan zal Hartemink dat werk op zaterdag op de laptop van de club doen, hier in het clubhuis. Daar waar menigeen zich dezer dagen hardop afvraagt hoe ze hier de rol van de afzwaaiende voorzitter moeten invullen. “Maar dat hoorden we destijds ook: ‘Als Bertus er niet meer is, hoe dan verder?’ Nou, kijk om je heen. Er zijn heel veel stappen vooruit gemaakt. Wat er nu staat, dat neemt niemand ons meer af. Daar zijn we hier met z’n allen super trots op.”








