In de Vuelta hoopt Reinderink ook op persoonlijk succes, waarbij hij met extra aandacht uitkijkt naar etappe 18, een individuele tijdrit met start en finish in Vallalodid.
In de Vuelta hoopt Reinderink ook op persoonlijk succes, waarbij hij met extra aandacht uitkijkt naar etappe 18, een individuele tijdrit met start en finish in Vallalodid.

Pepijn Reinderink rijdt seizoen vol grote koersen, nu wacht de Vuelta

Sport Ruurlo

RUURLO – Een rit winnen in zijn eerste grote ronde, dat zou de kers op de seizoenstaart zijn voor wielrenner Pepijn Reinderink (23), die zaterdag begint aan de Vuelta. Kort voor vertrek is er thuis in Ruurlo even tijd om stil te staan bij de stappen die hij dit jaar op het hoogste niveau zet: ‘Het is loeizwaar, maar voor mij geldt vaak hoe zwaarder, hoe beter.’

Door Luuk Stam

Bijna tweehonderd dagen is hij dit jaar al van huis geweest. Natuurlijk, daar zaten ook tal van reisdagen, trainingsweken en twee hoogtestages bij, maar zijn lijst wedstrijden is vrij indrukwekkend. Van klassiekers als Milaan-San Remo, de Ronde van Vlaanderen en de Amstel Gold Race tot rittenkoersen als de Tirreno en de Dauphiné, Reinderink reed ze allemaal. “Mijn kracht is denk ik ook dat ik alles een beetje kan”, klinkt het bij de nuchtere Achterhoeker. “Al kom ik het best tot mijn recht in de heuvelklassiekers, met relatief korte klimmen. Inspanningen van vijf tot tien minuten, die liggen mij heel goed.” 

Daar doe je het altijd
nog voor, om uiteindelijk
zelf die wedstrijden te kunnen winnen


Zijn wedstrijden rijdt de Ruurlose tweedejaars prof voorlopig veelal in dienst van de kopmannen binnen zijn Belgische ploeg Soudal-Quick Step, onder wie Olympisch kampioen Remco Evenepoel, sprinter Tim Merlier en toptalent Paul Magnier. Ook die laatste – pas 21 jaar oud – is een afmaker pur sang. “Als ik weet dat die jongen kan winnen, dan vind ik het machtig mooi om daarvoor te rijden, dan geef ik alles wat ik heb”, vertelt Reinderink, die zijn contract onlangs met twee jaar verlengde. “Het is speciaal om voor zulke kampioenen te werken. Maar voor je eigen kans mogen gaan, is nóg leuker. Daar doe je het altijd nog voor, om uiteindelijk zelf die wedstrijden te kunnen winnen.”

Aanvallen
Wellicht komt die kans er ergens in de komende weken al. Richting de Vuelta reist hij deze week weliswaar af met de Spanjaard Mikel Landa als de kopman binnen zijn ploeg, maar die keert terug van een zware blessure en start zonder klassementsambities. Komen ze samen in een kopgroep te zitten, dan zal Reinderink alsnog voor zijn kopman moeten werken. Toch is de verwachting dat er ook voor hemzelf dagen met een vrije rol zullen komen, om bijvoorbeeld in een overgangsetappe in de aanval te gaan met het doel om een rit te winnen: “Als het een keer goed valt, moet dat zeker kunnen.”

Eerder deze maand in de Ronde van Polen kreeg de twintiger al de ruimte om voor eigen kans te rijden. Daar was hij in de derde etappe lange tijd met een kopgroep op pad. Die groep redde het niet, toch reed de man uit Ruurlo nog naar plek zeven. Het was weeral een bevestiging dat hij het allerhoogste niveau aankan, inclusief de opeenvolging van de wedstrijden. “Ik herstel goed, sta steeds weer uitgerust aan de start. En mijn motor is behoorlijk uitgebreid. Je voelt het aan je lichaam, je voelt aan alles dat je sterker wordt. Vorig jaar had ik zeker nog geen grote ronde kunnen rijden, nu laten ook de testen zien dat ik er klaar voor ben.”

Tijdrit
De Vuelta begint zaterdag in Italië, de start van de eerste etappe is in Turijn. Vervolgens gaat het richting Spanje, waar volop heuvels en bergen wachten. Reinderink kijkt alvast met extra aandacht uit naar etappe 18, een individuele tijdrit in Vallalodid. “Daar wil ik m’n zinnen op zetten, ook omdat een tijdrit in zo’n grote ronde voor veel jongens een veredelde rustdag is,” zegt de allrounder, die weet dat rustige dagen in het huidige wielrennen zeldzaam zijn. “Als het om de knikkers gaat, wordt er écht hard gereden, elke dag. Het is loeizwaar. Als je goed in orde bent, is het leuk koersen. En dan geldt voor mij vaak: hoe zwaarder, hoe beter.”

Reinderink is nooit wars geweest van grote ambities, hij sprak als belofterenner zelfs uit ooit de Tour de France te willen winnen. Met de kennis van nu moet hij vaststellen dat het zover niet zal komen, in het hooggebergte kan hij de pure klimmers – de lichtgewichten – immers niet volgen. “Maar de Tour rijden en daar ritten winnen, dat kan nog altijd”, klinkt het met een blik op de toekomst. “En de voorjaarswedstrijden vind ik heel speciaal. Zo’n Ronde van Vlaanderen, dat is prachtig. Daarnaast heb ik een grote zwak voor de Amstel Gold Race.”

Twee keer reed Reinderink Nederlandse enige klassieker. Dit jaar was hij er naar eigen zeggen heel goed, tot een val waarbij hij zijn sleutelbeen brak. Het heeft aan de sterke band met deze wedstrijd in Limburg niets afgedaan: “Vroeger gingen we heel vaak die kant op om te fietsen, met m’n vader en m’n broertje. ’s Ochtends vroeg weg, de fietsen achterin de auto. Later met de camper gingen we een heel weekend. Al fietsend volgden we de bordjes van de Amstel, we gingen naar het museum, keken de wedstrijd. Dat gevoel, dat blijft altijd bij.”

Kippenvel
Als hij uit dit seizoen één moment moet kiezen dat zal bijblijven, dan komt dat uit de Ronde van Vlaanderen, de eerste zondag van april. Zonder dat Reinderink het weet, hebben zijn ouders, schoonouders, vriendin en broertje zich die dag verzameld onderaan de Oude Kwaremont, de kasseienklim die in de finale van ‘Vlaanderens Mooiste’ één van de scherprechters is. “Ik kijk nooit naar de zijkant, maar we passeren daar voor de eerste keer en er staat zo ongelofelijk veel publiek. Daarom kijk ik heel even opzij. Geloof het of niet, maar de eerste toeschouwer die ik recht in zijn gezicht kijk, dat is mijn vader. Ik hoor al mijn familie, maar ik zie ze niet. Tussen al die mensen zie ik alleen mijn pa, helemaal fanatiek. Dat was zoiets moois, bijna magisch. Dan rijd je daar met kippenvel omhoog.”

Dat was zoiets moois,
bijna magisch. Dan rijd je
daar met kippenvel omhoog


Vader en moeder Reinderink volgen hun beide zoons – broertje Joris (21) rijdt op continentaal niveau – overal in Europa. In zo’n vier jaar tijd heeft hun camper bijna 200.000 kilometer afgelegd. Ze zullen ook naar Spanje rijden, waar Pepijn Reinderink een nieuw hoofdstuk zal toevoegen aan zijn bestaan als profwielrenner. Al blijft dat soms wat onwerkelijk: “Want je wordt veel geleefd. Ik vind het ook steeds weer bijzonder dat er zoveel mensen bij ons voor de ploegbus staan. Tegelijkertijd denk je dan: die profs, daar keek ik vroeger zelf ook enorm naar op. Als je daar even bij stilstaat, is het wel heel mooi om dit nu allemaal te kunnen doen.”

Voor Pepijn Reinderink is Ruurlo zijn thuis, maar de tweedejaars wielerprof is vooral veel onderweg met zijn Belgische ploeg Soudal-Quick Step. Foto’s: Luuk Stam
Hoewel hijzelf grote ambities heeft, schikt de 23-jarige zich binnen zijn ploeg ook zonder veel moeite in de knechtenrol: ‘Het is speciaal om voor zulke kampioenen te rijden.’
De Ruurloër merkt dat hij het afgelopen jaar flinke stappen heeft gezet: ‘Je voelt het aan je lichaam, je voelt aan alles dat je sterker wordt.’

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant