
Voormalig volleybal-trainer Kemperman: ‘Wie’d bewaegt, kump wieter’,
Sport LichtenvoordeLICHTENVOORDE - Of de leus in ons Achterhoekse dialect helemaal correct is? Geen idee, maar de betekenis is duidelijk: wie beweegt, komt verder. In zijn werk als gymleraar en in zijn vrije tijd, die grotendeels opging in het volleybal, heeft hij die overtuiging altijd uitgedragen.
Voormalig volleyballer, trainer en bestuursvoorzitter Ben Kemperman wist als kind al wat hij wilde worden. “En dat was niet mijn vader opvolgen op de boerderij in Breedenbroek,” zegt hij. “Ik wilde het onderwijs in, optrekken met jongeren, en gymleraar was het mooiste vak wat ik kon bedenken.” Gelukkig drong zijn vader ook niet aan: de boerderij werd verkocht, het gezin verkaste naar Lichtenvoorde, waar vader bij Hulshof aan het werk ging. En zo belandde een nog jonge Ben tijdens zijn kweekschooljaren bij volleybalvereniging Longa ’59.
“Ik had nog geen diploma toen Leo ten Holder mij als trainer bij Longa ’59 vroeg,”’ vertelt Ben. “Maar ik kon volleyballen en er was behoefte aan een trainer. Binnen de kortste keren stond ik de hele vrijdagavond in de sporthal om alle teams training te geven. Dat waren er toen nog niet veel, ik denk twee heren- en een damesteam. Ik probeerde altijd veel variatie in de trainingen te stoppen en ze waren leergierig, iedereen vond het leuk. Saskia en Carla Manschot, Marja Harmelink, er was een hoop talent, prachtig om dat mee te maken en de jeugd te zien groeien in hun spel. Ik herinner me dat we tweede van Nederland werden met het aspirantenteam in Utrecht. De finale verloren, balen natuurlijk, maar achteraf toch een mooie prestatie.”
Achillespees
Volleybal kun je volgens Ben Kemperman tot hoge leeftijd spelen. “Het is een sport waarbij je weinig blessures hoeft op te lopen, omdat je niet in contact komt met de tegenstander. Met mijn lengte, grote handen en sprongkracht kon ik ook een aardig potje meedoen.” Het scheuren van een achillespees in 1973 gooide roet in het eten. “Ik heb het nog wel een poosje geprobeerd, maar de sprongkracht werd minder en daarmee zat mijn volleybalcarrière er op. Helaas.”
Vanaf 1973 was Ben Kemperman veertien jaar trainer en bestuursvoorzitter, om later die bestuursfunctie nog weer eens te vervullen van 1989 tot 1993. “Het was een mooie tijd,” zegt hij, “met Europacup, met buitenlandse speelsters en trainers als Matthias Eichinger en de Slovaak Adrian Ferulik. Vreemde vogels, maar geweldige trainers.” Twee mappen heeft hij, vol krantenartikelen, foto’s en zelfs een Russisch programmaboekje.
Gruwelijk veel oefenen
Inmiddels is hij de tachtig jaar ruim gepasseerd, met wat mankementjes maar nog zeer tevreden, samen met zijn vrouw Annie. “We bridgen, en ik kijk graag tv, bijvoorbeeld naar natuurdocumentaires, naar sportwedstrijden en dan in het bijzonder naar volleybal. Het blijft een prachtig spelletje,” zegt hij, dat draait om aanleg, kracht en lengte, en natuurlijk techniek, somt hij op. “En dan gruwelijk veel oefenen, daar komt het wel op neer.”
Tegenwoordig is hij niet veel meer in de hal te zien, maar komend seizoen wil hij wel weer eens gaan kijken. Graag tot ziens in de Hamalandhal, Ben!








