
‘Tsja, is een lichaam zonder tattoo dan niet volmaakt?’
Veur de DraodACHTERHOEK - In Veur de Draod beantwoorden Bekende Achterhoekers stellingen. Wie antwoordt legt zijn ziel bloot. In deze aflevering Kaye Coppoolse (34), voormalig profvoetballer bij onder meer De Graafschap en regionaal bekend als ‘tattoo-kunstenaar’.
Door André Valkeman
1) Mijn mentale bui is:
“Het is maandag, mijn vrije dag. Mijn weekenden werk ik ook deels. Dus pak ik nu rust. Al bereid ik mijn week voor. Wie ga ik tatoeëren en wat?
Ik ben geen inloopshop. Bij mij kom je alleen op afspraak. Ik bericht mijn klanten vooraf, zijn er weinig misschien die dat doen. Ik vind het fijn ze goed voor te bereiden, hun wensen te kennen en ze op hun gemak te stellen. Zo zou ikzelf ook behandeld willen worden. Want een tattoo is geen gebruiksartikel, het blijft altijd.
Daarnaast ga ik er vandaag met mijn gezin op uit. Met mijn vrouw en kind.”
2) Ik lijk het meest op ‘mien va/mo’:
“Mijn vader leeft niet meer. Zijn uiterlijk moet ik hebben. Tenminste, iedereen zegt dat. De mimiek, bepaalde charisma, de blikken in mijn ogen, mijn lach, mijn tanden zegt mijn moeder dan. Dat is mijn vader.
Hij is nu precies twintig jaar geleden overleden. Hij kreeg een hartaanval in zijn slaap. We woonden in Kilder, in een prachtig huis.
Die ene nacht hoorde mijn broertje een geluid op de kamer van mijn ouders. Als je acht bent, denk je bij zulke rare geluiden aan verhalen uit enge sprookjes. Hij dacht dat het een slang was. Angstig maakte hij mij wakker.
Ik ging kijken, ik zag mijn vader verstikken. Dat is nog iedere dag heftig om te herinneren. Wel traumatisch voor mij, als ook voor ons als gezin.
Innerlijk ben ik mijn moeder. Mijn moeder is zacht en zorgzaam. Misschien wel te lief. Het beste met iedereen voor hebben, misschien mensen te snel vertrouwen. Dat heb ik ook. Dan krijg je soms een mes in je rug. Mensen maken gebruik of misbruik van je goedheid.
Een voorbeeld? Ik investeerde onlangs geld bij een onderneming van een goede kennis. Hij spiegelde voor het terug te geven. Dat geld is weg. Ik werd opgelicht.”
3) Na de dood is er:
“Ik was een atheïst, net als mijn pa. Uitgerekend door zijn dood niet meer. Ik lach. Best maf, toch?
Ik had een keer ruzie, in ons oude huis en de radio ging harder in volume. Mijn broer en ik en ruzie, dat haatte mijn vader. Zonder dat er iemand aan de knoppen zat, begon-ie harder te gaan. Kippenvel kreeg ik. Dan voel ik dat zijn goede geest dat doet. De energie van overledenen, zoals mijn vader, leeft door.”
4) Dit is mijn grootste angst:
“Angst? Nooit gehad, totdat ik een zoon kreeg. Ik dacht: ik ben bang om nu dood te gaan. Hoe mijn vader mij moest achterlaten, wil ik niet voor mijn zoon. Over vijf jaar heb ik de leeftijd waarop mijn vader stierf…
Als profvoetballer had ik faalangst. Had ik de zelfverzekerdheid van nu maar toen bij voetbal. Dan had ik het verder geschopt.”
5) Een lichaam is onvolmaakt als er geen tattoo staat:
“Ik moet lachen. Dat is ieder voor zich. De ene vindt het zonde van je lichaam. De ander niet. Ik zie een goede tatoeage als kunst op je lichaam. Een versiering van het lijf. Veel mensen die dingen laten zetten hebben mensen, heel vaak een partner, die tegen zijn. Dan zeg ik: je moet doen wat goed voelt voor jou. Vind jij het mooi? Doe het!
Ik heb exen op mijn lijf staan. Daar heb ik als enige spijt van.”
6) Ik kan buiten de Achterhoek wonen:
“Liever niet. Ik ben geboren in Amersfoort, maar dat we daarna snel naar de Achterhoek gingen, is een voorrecht geweest. Heerlijk. Mijn zaak zit in Drempt, ik woon in Huissen bij Arnhem. De Achterhoek blijft mijn streek. Mijn droom is een boerderijtje kopen daar, met mijn gezin. Met een paar koetjes en paarden. De Achterhoek is rust en weigeren mee te doen aan een gestrest en opgefokt leven.”
7) Dit was mijn laatste lachkick:
“De eerste giechellach van mijn zoontje. Hij lachen, ik lachen door hem, en daarna opbieden. Toen ging ik stuk. Prachtig.”
8) De mens is monogaam:
“Je kan een soulmate vinden, daar blijf je dan bij. Het gevoel van liefde is dan sterker dan impulsen iemand anders te begeren. Zo leid ik het leven.
Iedereen moet het zelf weten. Behalve vrienden. Als een goede kameraad zou vreemdgaan, zou ik hem helpen herinneren dat hij thuis vrouw en kinderen heeft. Omdat hij dezelfde waarden koestert. Daar valt ook eerlijkheid onder. Ik zou willen dat hij mij er ook op wees indien nodig.
Dus dan zou ik ook zeggen: of jij vertelt aan je vrouw of ik doe het. Want onze gedeelde waarde is ook dat we eerlijk zijn in onze relatie. Daar mag je je vrienden op aanspreken.”
9) Mensen met een accent zijn:
“De laatste die daarover iets kan zeggen ben ik. Met mijn mengelmoes van Achterhoeks en Arnhems. Mensen die dialect praten hebben een sterk profiel. Het ene accent vind je mooi, het andere minder. Friezen versta ik soms niet. Amsterdammers meestal wel.
Dialecten schetsen een volksaard en niets is beter. Maar Amsterdammers reageren direct, praten snel, oordelen misschien eerder. Wij praten meer achter in de mond, zijn gemoedelijker en wachten even.”
10) Dit komt er op mijn grafsteen:
“Ooit, in de verre toekomst: Love Never Dies. Liefde overwint zelfs de dood.”










