
Ingrid Stausebach en Louwrens van den Bos hebben de verhuisdozen in De Heurne ingepakt. Foto: Frank Vinkenvleugel
Afscheid van De Heurne, een weemoedig ‘adios’ met traantje
Wonen De Heurne DinxperloDE HEURNE - Louwrens van den Bos en Ingrid Stausebach hebben na ruim vijftig jaar De Heurne en Dinxperlo verlaten: ze zijn verhuisd naar het westen van het land. Noodgedwongen, maar dankbaar voor een lange periode en het levensgeluk in de grensstreek. In Wassenaar woont het duo nu dichterbij hun dochters. Een afscheidsverhaal, met een lach en een traan.
Bij velen zal de naam Louwrens van den Bos een belletje doen rinkelen, de (intussen voormalig) inwoner van De Heurne stond immers voor de klas en heeft in zijn carrière als leerkracht vele jonge Dinxperloërs in zijn klaslokaal gehad.
De reden van de verhuizing is even simpel als triest. “Dat heeft met onze gezondheid te maken”, stelt de senior onomwonden. “Mijn vrouw is ziek en als voormalig Duits ambtenaar die in Nederland woont, heeft ze op basis van de regels geen recht op thuiszorg. Ik verzorg haar, maar toen ik recent wekenlang uitgeschakeld was, was er niemand om goed voor haar te zorgen. Dat was rampzalig, eigenlijk is onze verhuizing dus ook een vlucht. Nu gaan we dichterbij onze dochters wonen. Voor de goede orde, dat is niet de fout van de mensen hier, maar van de nationale overheden. Want dit geldt niet voor een timmerman of welk ander beroep dan ook.”
Een favoriete plaats in de Achterhoek? “Dat was toch bij de boerderij van mijn ouders in Barlo. Volgens mij is het de oudste boerderij van Aalten. Wij hebben er ook een tijdje gewoond. Dat was een raar verhaal, want als Nederlandse ambtenaar mocht ik niet in Duitsland wonen en als Duitse ambtenaar mocht mijn vrouw niet in Nederland wonen. In afwachting van een woning in Dinxperlo woonden we daar in Barlo samen. Ik wist dat dit niet mocht, maar speelde open kaart. Ik heb toen ook geroepen: ‘Als het van jullie niet mag, dan ontsla je me maar’.”
Wanklank
Het is de enige wanklank die in het interview valt, want Van den Bos is juist heel dankbaar voor zijn periode dat hij in De Heurne en Dinxperlo woonde. “Ik kwam in 1969 op de openbare school in Dinxperlo te werken en mijn vrouw werkte op de basisschool in Suderwick. We werden op handen gedragen.”
Van den Bos kocht op een gegeven moment de kleuterschool in De Heurne. “Met een Chileense timmerman heb ik die toen helemaal verbouwd en er eerst een woning van gemaakt”, klinkt het met gepaste trots. “Later hebben we er verschillende appartementen van gemaakt.”
Weiland
De onderwijzer weet wat hij het meeste mist. “Het meest wat ik van de Achterhoek mis zijn de Achterhoekers en het weiland van buurman Henk ter Horst met kippen, ganzen, eenden en kalkoenen.”
Zover kwam het niet, later betrok het duo een woning aan de Welinkweg in Dinxperlo. “Maar daar in Barlo was bij die boerderij ook een driehoekig bosje, dat is voor mij het mooiste plekje. Naast Bredevoort, want dat plaatsje vind ik ook heel mooi.”
Noaber
De in Haarlem geboren Van den Bos weet nog goed hoe zijn debuut in de Achterhoek was. “Mijn vrouw komt uit een stadje achter Frankfurt en ik uit het westen. In het begin ervaar je als je hier komt wonen een ander gevoel, een ander volk. De cultuur was hier aanvankelijk moeilijk te begrijpen, hier hebben ze de mening niet voor op de tong. Als je er echter eenmaal langer bent, leer je het noaber-gevoel. Dat moest ik als westerling echt leren. Het duurde even, maar het was zeer ontroerend dat te ervaren.”
In zijn ‘Dinxperlose periode’ zette Van den Bos zich ook op maatschappelijk vlak in. “Ik was betrokken bij de actiegroep tegen de kweekreactor in Kalkar. Veel mensen dachten dat we hele dagen aan het protesteren waren, maar negentig procent van de tijd was het gewoon studeren. Informatie verzamelen, bij ons op zolder lagen heel wat artikelen uit kranten en tijdschriften.”
Ook was Van den Bos betrokken bij het ‘Grenscomité.’ “Dat was een comité dat zich inzette voor mensen die problemen ondervonden aan de grens.”
Van den Bos was tevens vier jaar voorzitter van het Cultureel centrum in Dinxperlo en betrokken bij het vluchtelingenwerk in het grensdorp. “En ik heb meegewerkt aan het boek ‘Het lab’ van auteur Karel Berkhuysen. “Hiervoor heb ik veel research gedaan. Zo hebben we de verhalen van Jan van Kuik nagegaan, de man die vier concentratiekampen heeft overleefd. Van hem werd gezegd dat het een praatjesmaker was, maar ik heb drie van de vier genoemde voormalige concentratiekampen bezocht. Hij had ze wel op een rijtje, want zijn verhalen klopten.”
2024
Terug naar het nu. De dozen zijn allemaal ingepakt, verplaatst naar Wassenaar, maar nog niet allemaal uitgepakt. Dat neemt ook nog wel even in beslag. Wat rest zijn herinneringen aan De Heurne en Dinxperlo. Terugdenkend besluit Van den Bos vol dankbaarheid: ‘’Het was voor ons de hemel op aarde.”










