Het gaat over dit gebied. Afbeelding: PR
Het gaat over dit gebied. Afbeelding: PR

Het land van Winterswijk Tweehonderd jaar geleden

Algemeen

WINTERSWIJK - Wie vandaag de dag door het buitengebied van Winterswijk wandelt of fietst, ziet een landschap dat door mensenhanden is gemaakt, een cultuurlandschap. Vele eeuwen menselijke bewoning hebben het landschap gekneed en gevormd en het zijn huidige aanzien gegeven. Ons landschap is niet statisch, het verandert voortdurend. Ouderen zullen weten dat het landschap van hun jeugd alleen nog in hun herinnering bestaat. In de serie ‘Het land van Winterswijk’ neemt Ronald van Harxen de lezer vanuit het heden mee naar het verleden en weer terug. 

Ons referentie punt voor het verleden vormt het landschap zoals dat er in de eerste helft van de negentiende eeuw uitzag. In de periode daarvoor was kaartmateriaal vaak niet gebiedsdekkend en topografisch nauwkeurig. Het is daardoor lastig je een goed beeld van het landschap van toen te vormen. In de Franse tijd en de jaren daarna ontstond de behoefte aan betrouwbare kaarten en kadastrale informatie. De verdediging van het land en het heffen van grondbelasting waren belangrijke aanjagers. De kort daarvoor in Frankrijk ontwikkelde driehoeksmeting maakte het mogelijk om topografisch betrouwbare kaarten te maken en in de jaren 1843-1845 kwamen de kaarten van de Achterhoek beschikbaar. In 1832 werd het kadaster opgericht en de kadastrale gegevens die daarvoor werden verzameld, zijn tegenwoordig online ook in kaartvorm te raadplegen. Beide ontwikkelingen maken dat we ons vanaf dat moment een betrouwbare voorstelling van het toenmalige landschap kunnen maken. Omdat ik in deze serie regelmatig refereer aan het landschap in de eerste helft van de negentiende eeuw, volgt eerst een globale beschrijving van het toenmalige landschap.

Rond 1830 zien we een geheel ander landschap dan vandaag de dag. Moeilijk voor te stellen dat meer dan de helft van de gemeente – 7.293 ha. – in beslag werd genomendoor heidevelden. De grootste aaneengesloten heidevelden lagen in het noorden van Meddo, Huppel en Ratum, langs de Duitse grens. Het Vosseveld vormde een uitgestrekt heideveld dat vanuit het dorp doorliep tot aan de Duitse grens. Ook bij Kotten en in het Woold lagen grote heidevelden en veengebieden. Toponiemen als Kottense Veld, Wooldse veen, Kulverheide en Blekkinkveen herinneren daar nog aan. Centraal in de gemeente lagen er heidevelden op het Molenveld en het Grote veld. Bij Corle lag (en ligt) het Corlese Veen en bij Meddo het Meddoseveen, beide onderdeel van het Korenburgerveen.
Cultuurland – akkers en weilanden – besloeg maar net een derde (4.600 ha.) van de oppervlakte. Op het kaartje is de verdeling te zien: paars is heide, bruin is bouwland en groen is weiland. Deze verdeling is niet toevallig, maar is in hoge mate bepaald door de geologische ondergrond. Heidevelden vinden we vooral op keileemplateaus waar de natte omstandigheden voor landbouw ongunstig waren. Cultuurland treffen we overwegend in de beekdalen, waar in de laatste ijstijd opgestoven zandduinen voor relatief droge omstandigheden zorgden. Op deze zandduinen ontstonden later de essen en kampen.
Wat ook meespeelt is de grens met Duitsland die vooral door zogeheten ‘woeste gronden’ liep. De heidevelden waren in de eeuwen daarvoor geleidelijk ontstaan toen het bos wat er aanvankelijk groeide, gekapt werd om aan de toenemende behoefte aan brand- en timmerhout te voldoen. Rond 1600 had de heide waarschijnlijk zijn grootste omvang bereikt en maakte misschien wel tot 65 à 70 procent van de totale oppervlakte van de gemeente uit. In de jaren die volgden werden er gaandeweg stukjes afgeknibbeld door ontginningen van tegen het cultuurland aanliggende stukken heide of door het aangraven van geschikte plekken in het open veld.
Op de kaart is dat te zien aan de geïsoleerd liggende enclaves zoals langs de Dwarsweg in Ratum. Maar ruim tweehonderd jaar later is de meeste heide nog aanwezig.

Bos (donkergroen) in de vorm van opgaande bomen en dennen, besloeg nog geen 5 % van de oppervlakte. Het Woold was toen ook al de meest bosrijke buurtschap met bijna een derde van het geheel, op ruime afstand gevolgd door Ratum en Kotten met 17 en 18%. Let wel: het ging bij elkaar maar om 628 ha. Ter vergelijking: Winterswijk telt nu circa 2.300 ha. bos, ruim 16%. Wat op de schaal van de kaart niet te zien is, zijn de hakhoutsingels die praktisch rondom elke akker lagen. Deze dienden om wild en loslopend vee buiten te houden; prikkeldraad werd pas in 1873 uitgevonden. In 1832 besloeg de totale oppervlakte daarvan 370 ha., meer dan de oppervlakte opgaande bomen (bos). Ze gaven het in cultuur gebrachte landschap een kleinschalig en besloten aanzien. De buurtschappen (rode stippen op de kaart) kenden alleen bebouwing in de vorm van verspreid liggende boerderijen. Zelfs de dorpskern van Meddo, nu veruit de grootste van de buurtschappen, ontstond pas later. Winterswijk zelf bestond uit niet veel meer dan de markt met de kerk en bebouwing langs vier de uitvalswegen, naar Miste, Meddo. Ratum en het Woold. Bij elkaar niet meer dan een paar honderd huizen.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant