
25 jaar jaar werken aan één glasobject… Nieuwe expositie A-Quadraat vol verrassingen
Cultuur VordenVORDEN – De expositie ‘Meesters in beeld’ in de Vordense galerie A-Quadraat kun je uiteraard bezoeken zonder dat de makers (de meesters) daarbij aanwezig zijn – sterker nog: het is een aanrader. Maar het is altijd een aangenaam en informatief extraatje als ze er wél zijn om hun werk toe lichten. “En er is dit keer veel te vertellen”, zei galeriehoudster Ad Borest vooraf.
Door Sander Grootendorst
De glaskunstenaars Rachel Daeng Ngalle en Willem van Oijen en schilder Eva de Visser waren zondagmiddag te gast op hun eigen feestje: de opening van de expositie. Na de inleidende woorden van van Reinder van Rijckevorsel, “ooit burgemeester van Lichtenvoorde” – hij prees de galerie aan de Mosselseweg als een ware aanwinst voor de Achterhoekse cultuur – ging het publiek de tot galerieruimte omgetoverde voormalige schuur in, even later vergezeld door de kunstenaars.
Al gauw regent het vragen, zoals: “Hoe lang doe je eigenlijk over zo’n kunstwerk?” Het antwoord van Willem van Ooijen is verrassend spectaculair: “Hier heb ik vijfentwintig jaar over gedaan. Nee, niet constant aan gewerkt, vaak had ik andere bezigheden, soms had ik ook even geen zin. Tot de dag kwam waarop ik tegen mezelf zei: Nu moet het echt af.”
Een vraag die je misschien open moet laten, maar vooruit: Wat stelt dit kunstwerk voor? Dat kan iedere bezoeker vanzelfsprekend voor zichzelf uitmaken – de een vergelijkt het met een olifantenpoot, de ander met een lamp –, maar het verhaal erachter geeft onmiskenbaar een meerwaarde: het kunstwerk is een glazen hoed. “Hij wordt gedragen door stamhoofden – chiefs – van stammen in Noord-West-Amerika.” Niet deze van glas natuurlijk, maar wel net zulke verfijnde exemplaren, ze worden daar gemaakt van de wortels van dennenbomen.
Zo overbrugt één kunstwerk jaren en afstanden, Nederlandse handvaardigheid verbonden met die van American natives.
Glaskunst beoefenen is sowieso een kwestie van geduld. Een kwart eeuw is héél lang, maar omdat glas veel meer tijd nodig heeft dan brons om, eenmaal uit de oven, af te koelen, moet je soms wel zeven weken wachten voordat je verder kunt, zegt Van Oijen.
Hij runt in Amsterdam een glaskunstatelier samen met zijn partner Daeng Ngalle. Bij binnenkomst van de ‘schuur’ valt je oog meteen op twee kunstwerken: het ene is een geelgroene eivorm, tot stand gekomen via de roll-up-techniek, vertelt Daeng Ngalle aan het groepje dat zich rond háár verzameld heeft. ”Je levert het bij de glasblazer als een platte tegel aan, waarin je het motief al hebt aangebracht. De uitkomst is voor de kunstenaar zelf een verrassing.” Of zij en Willem aan glasblazen doen? “Nee, dat is niks voor ons. Je krijgt er hoofdpijn van en het wordt ook verschrikkelijk warm in het atelier. Petje af voor de echte glasblazer.”
Het tweede kunstwerk dat meteen opvalt, is een schilderij van Eva de Visser uit Leiden. Een vluchtige blik laat je even in de waan dat je een zeventiende-eeuws stilleven voor je hebt. Maar daarvoor is het toch te eigentijds minimalistisch. “Ik kijk altijd met een schuin oog naar de kunstgeschiedenis”, zegt De Visser. “Een vaas goed kunnen schilderen, dat was in de zeventiende eeuw je visitekaartje als kunstenaar: ‘Kijk eens, hoe goed ik dit kan’. Dit specifieke werk ontstond in het kader van een tentoonstelling in Den Haag. Het ging erom een boeket te schilderen, maar het was in een tijd van het jaar dat er nauwelijks wat bloeit. Ik schilderde twee vliegende koolmeesjes boven de vaas; zij zijn hier eigenlijk de bloemen.”
Vogels spelen de hoofdrol op meer schilderijen van De Visser, soms als portret (boomklevers), soms als ongenode gasten aan tafel (huismussen). “Ik zag ze voor het eerst in Berlijn: mussen die in groten getale op het terras de restjes komen opeten.” Leuk voor op de foto, maar nog veel spannender – bijna magisch – op een schilderij.
De bezoekers stellen niet alleen vragen, ze geven ook hun mening.“Glaskunst en schilderijen, en zoveel kleuren”, zeggen twee vrouwen tegen elkaar. “Maar het is heel mooi neergezet, zodanig dat het elkaar versterkt en met elkaar communiceert.”
Over visitekaartjes gesproken…
“Het inrichten van een expositie gaat min of meer intuïtief”, zegt galeriehouder Ad Borkent, naamgenoot en wederhelft van de vrouwelijke Ad. “We vullen elkaar aan, de een ziet het net weer iets anders dan de ander. Vaak slaan we even een dagje over, zoals afgelopen donderdag. Een dag later kijk je er weer met nieuwe ogen naar.”
Het publiek kan de meesterwerken nog tot en met 10 december komen bezichtigen.
Informatie en openingstijden: galerie-a-quadraat.nl.










