Met museumjaarkaarten op A3-formaat zwaait het publiek in de Walburgiskerk naar de camera. Foto: Sander Grootendorst
Met museumjaarkaarten op A3-formaat zwaait het publiek in de Walburgiskerk naar de camera. Foto: Sander Grootendorst

Met de museumkaart naar de Walburgiskerk

Cultuur Zutphen

ZUTPHEN – De Walburgiskerk in Zutphen mag zich officieel museum noemen. Dat betekent dat je er voortaan met je museumjaarkaart naar binnen mag. Vrijdagmiddag was dat aanleiding voor een feestje in het eeuwenoude monument in het hart van de stad. Nadat voorzitter Hanno Brand van de stichting Walburgiskerk en wethouder Sjoerd Wannet het bijbehorende document hadden ondertekend, kreeg het publiek – zo’n honderdvijftig man sterk – museumjaarkaarten op A3-formaat uitgereikt en het ging daar vervolgens vrolijk mee staan zwaaien.

Door Sander Grootendorst

Je krijgt als instelling niet zomaar een museale status. Er ging een proces aan vooraf dat drie jaar duurde. Terwijl er historisch gezien niets nieuws onder de zon is: Kees Vos, bestuurslid van de stichting, legde uit dat de oude Grieken met een ‘museon’ zowel een onderkomen ter ere van de Muzen bedoelden als een plek voor contemplatie. Voor dat laatste is een kerk van oudsher de uitgelezen plek. Maar een museum in de puur hedendaagse zin was het in wezen ook altijd al.
Vos: “Ik zie deze kerk als een ‘Gesamtkunstwerk’. Met vijfhonderd verschillende objecten die je kunt bezichtigen, allemaal onlosmakelijk verbonden met dit gebouw. Dan heb ik de 220 bekertjes van het avondmaalstel niet meegerekend.... En natuurlijk wel het orgel en de kaarsenkroon, en er zijn nog veel meer juweeltjes. Bovendien zijn er nog veel verhalen te ontdekken.”
Bovendien ontplooide de kerk al diverse museale activiteiten, zoals de jaarlijkse expositie van World Press Photo. Ook de samenwerking met Musea Zutphen is al van de grond gekomen. De nieuwe status is van die ontwikkelingen een logisch gevolg.
Het betekent uiteraard niet dat de stichting en alle meewerkende partners nu op hun lauweren kunnen rusten. De erkenning als museum vereist constante proactiviteit. “Als je niks doet, verstoft het, dan groeit het gras in de goot groeien en vallen de stukken uit de muren. Je moet de kerk levend houden en dat doe je het beste door het gebouw voortdurend te gebruiken en jezelf te blijven afvragen hoe we de presentaties kunnen blijven verbeteren en nog toegankelijker kunnen maken.

Wethouder Wannet noemde de Walburgis “de kers op de taart van het Zutphense Museumkwartier”, dat langzaam maar zeker gestalte krijgt. Musea Zutphen (het Stedelijk en het Henriette Polak), aan de andere kant van ‘s-Gravenhof, maken er deel van uit en sinds vorig jaar ook het Hanzeaat in de Bourgonjetoren. Daar komt bij, vertelde Wannet, dat de provincie er veel voor voelt om de ‘canon van Gelderland’ te presenteren in de Witte Vleugel, pal naast de Walburgis. Dat is de uitkomst van een Provinciale Statenvergadering afgelopen woensdag.

Celliste Marike Tuin verzorgde de muzikale inwijding van de museumkerk met werk van Bach, twee als zodanig verklede stadsomroepsters lazen een proclamatie voor in zogenaamd oud-Nederlands, waarin de namen van de hoofdrolspelers waren gelatiniseerd: Johannes Brandis, Sjoerardus Wannet en Cornelis Vossius. Om maar aan te geven dat elk bezoek aan de Walburgiskerk een tijdreis is: van de eeuwenlange geschiedenis naar het heden en van hier naar de toekomst.
En Walburga zag dat het goed was.


Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant