
‘Het is eigenlijk precies gegaan zoals ik als kind al voor me zag’
Cultuur‘De aanwezigheid van zulke clubs is zo belangrijk voor kinderen in de Achterhoek. Hoe moeten ze anders ooit op het idee komen dat zij thuis horen in die wereld?’
Door Theo Soontiëns
GENDRINGEN - Loek Meijer uit Gendringen danst en zingt in Moulin Rouge. Dat is zijn beroep. Dat klinkt eenvoudig en zakelijk, maar iedereen die iets weet over de weg naar professioneel acteurschap, weet dat daar weinig vanzelfsprekendheid heerst. Het is meestal een weg van vallen en opstaan, van zoeken en verdwalen, van vinden en gevonden worden. Een door hard werken verworven vakmanschap is geen garantie op een plek op de bühne. Toeval, geluk, of zo je wilt, synchroniciteit zijn evenzeer noodzakelijk. Maar stuur daar maar eens op.
Ik heb een afspraak met Loek in een café om de hoek bij het Beatrix theater in Utrecht. We hebben een uur want daarna moet hij aan het werk. In mijn voorbereiding heb ik internet afgestruind om alles te lezen wat er over hem te vinden is, want ik had nog nooit van hem gehoord. En dat terwijl zijn wortels in Gendringen liggen. Ik blijk zijn vader te kennen; en zijn opa bracht met een paardenkar bij ons thuis de melk. Maar Loek zelf was ik nog nooit tegengekomen. Mijn tekortkoming, blijkt later in het gesprek. Ik had hem als kind en jongere al in de Achterhoek kunnen zien optreden.
Van wie bun i’j d’r ene?
Achterhoekser kan een gesprek niet beginnen, juist in Utrecht. Loek moet erom lachen. Hij spreekt geen dialect (meer) sinds hij de Achterhoek verliet om in Zoetermeer en Den Haag zijn (voor)opleiding te beginnen. In die wereld en in dat vak kun je niks met Achterhoeks. Integendeel. Dus zit er een perfect Nederlands sprekende jongeman van nog geen dertig jaar voor me, die me vertelt hoe hij als jochie van zeven lid werd van het kinderkoor dat onder leiding van Lucy Jansen regelmatig optrad in diensten in de Katholieke kerk in Gendringen. Het was ook die Lucy die zijn talent zag toen ze hem een rol gaf in een kleine musical. Ze nodigde Loek uit om te komen zingen en spelen bij “Musical Producties Gaanderen”, waar zij ook dirigeerde. Loek is Lucy er nog steeds dankbaar voor. Want daar kreeg hij de kans om de stap te zetten naar de grote musical.
‘Ik herinner me nog heel helder hoe ik als kind van negen mee mocht doen met het jubileumgala van MPG. Voor het eerst in het grote Amphion. Het was een overweldigende ervaring. Zo overweldigend dat ik de tweede avond het podium niet meer op durfde om mijn solo te zingen. Maar ergens daar wist ik al: dit ga ik later voor mijn beroep doen. Dat was geen opgewonden voornemen van een naïef kind, dat was voor mij vanaf dat moment de kompasrichting waarop ik voer.’
Ondersteuning
Nu dromen veel Achterhoekse kinderen zulke dromen, maar als ze die ten uitvoer willen brengen en hun studierichting daarop aan willen passen zijn er veel ouders die dan op de rem gaan staan en hun kind ervan overtuigen dat die beter eerst maar een vak kan gaan leren. ‘Pabo of zo. Dan heb je in ieder geval een diploma waar je een bestaan mee kunt verzekeren.’
Zo niet de ouders van Loek. Misschien was het de rustige toon waarop hij zijn toekomst voor hen schilderde, misschien waren het de verschillende stappen die hij zette, misschien ook waren zij ook gewoon ruimdenkende ouders die de voorkeuren van hun kind leidend lieten zijn. Hoe dan ook, steeds hebben zij Loek vol vertrouwen gesteund in zijn tocht naar het grote podium. Ook toen hij op zijn twaalde auditie deed voor de voorstelling “Joseph and the Amazing Technicolor Dreamcoat” die door Joop van der Ende werd geproduceerd. Ook toen Loek op zijn zestiende al naar Zoetermeer verhuisde om aan zijn vooropleiding te beginnen: ‘Ik heb eigenlijk ook best veel geluk gehad, zou je kunnen zeggen. Eigenlijk al vanaf het moment dat iemand mij meenam naar het kinderkoor. Dat Lucy Jansen mij daar zag en hoorde en mij meenam naar MPG. Dat überhaupt MPG er was! De aanwezigheid van zulke clubs is zo belangrijk voor kinderen in de Achterhoek. Hoe moeten ze anders ooit op het idee komen dat zij thuis horen in die wereld?’
Op de vraag waarom zijn ouders niet in paniek raakten toen zij hoorden van zijn plannen antwoordt Loek dat de oorzaak wellicht ook lag in de generaties lange betrokkenheid van zijn familie bij dingen als schutterijen en koren. Oma speelde toneel. Opa stond als voorzitter van de schutterij regelmatig op het podium en vader zingt in een koor. Voor hen was het podium niet onbekend. Misschien was het juist wel logisch en passend dat hun (klein)zoon die hobby’s tot professie zou gaan maken. ‘Ook die achtergrond heeft mij gesteund.’
De studie
Zo rustig hij als kind de stappen nam die genomen moesten worden, zo rustig was ook de overstap naar de grote stad. In Zoetermeer begon hij op de opleiding Dutch Academy of Performing Arts waar hij in 2016 afstudeerde. Ook hier komt zijn Achterhoekse nuchterheid van pas. ‘Je hoort wel van jonge mensen die in de grote stad vereenzamen. Daar had ik gelukkig geen last van. De opleiding was pittig, maar daar ontmoette ik ook mensen die leuk vonden wat ik leuk vond. We trokken veel met elkaar op, steunden elkaar ook in de studie. We hadden allemaal talent, maar op zulke scholen word je echt binnenste-buiten gekeerd. Acteren, dansen, zingen zijn activiteiten die dicht aan schuren tegen wie jij bent als mens. Je staat dingen te doen waar je heel kwetsbaar je ziel en zaligheid in legt. En dan komt daar zo’n docent die zegt: “Hm.. Ik vind het niks.” Dat komt wel hard binnen. En het duurt een paar jaar voor je door krijgt dat het vooral allemaal smaak is. Voorkeuren van een docent. Dat merk je als je audities moet doen. Elke keer weer. Je wordt afgewezen. Ja, je wordt vaak afgewezen. Niet omdat je niet goed genoeg zou zijn. Maar omdat de regisseur een andere smaakje wil. Daarom is het goed dat je op die opleidingen leert hoe je daarmee moet omgaan. En dat schept ook sterke banden met studiegenoten. Ik speel nu ook met twee klasgenoten in deze productie Moulin Rouge. Dat voelt heel vertrouwd. Nee, je krijgt de ruimte niet eens om je eenzaam te voelen, je moet aan het werk. Tenminste, zo zag ik dat.’
Ja, je wordt vaak afgewezen. Niet omdat je niet goed genoeg zou zijn. Maar omdat de regisseur een andere smaakje wil.
De praktijk
Nadat hij afgestudeerd was op de DAPA, studeerde Loek tot 2020 aan het “Lucia Marthas Institute for Performing Arts” in Amsterdam. Dat is een HBO instelling. En daarna begon het werken in de praktijk. Moulin Rouge is niet de eerste productie waar Loek in speelt. Hij maakte al deel uit van het ensemble van “Miss Saigon” in Wenen en in “Goethe! Das Musical” in Bad Hersfeld. Ook speelde hij in “Pinokkio”, “Aladdin” en “The Bodyguard”. Maar deze “Moulin Rouge” vind hij wel de meest fantastische show om te doen. Hierin voelt hij dat hij al zijn kwaliteiten kwijt kan. Dat de show meer dan een jaar loopt, maakt hem ook beter in alle facetten van zijn werk. En het biedt ook een jaar inkomenszekerheid, ook niet onprettig.
Op de vraag of hij meer danser is dan zanger of acteur geeft Loek een interessant antwoord dat ook een tipje oplicht van de permanente kinnesinne tussen deze vorm van commercieel theater en het “gesubsidieerde toneel”.
‘In musical kun je alle drie doen. In een musical spelen is hard werken. We spelen acht shows in de week. Fysiek en mentaal stelt het hoge eisen. Want elke keer moet je er weer staan alsof het je eerste keer is. Dat kan natuurlijk niet, dus er komt heel veel spel- en zangtechniek bij kijken. Ik merk dat er soms, vanuit het gesubsidieerde toneel een beetje wordt neergekeken op het genre musical. Alsof we geen serieuze theatervorm zouden zijn. Die afschotting is helemaal niet nodig. De genres vullen elkaar aan. Allebei spreken ze een ander soort publiek aan; allebei hebben we een functie.’
Mijn kwaliteit is allereerst danser. En dan zanger.
‘Mijn kwaliteit is allereerst danser. En dan zanger. Ik ambieer niet een hoofdrol, zoals een aantal van mijn collega’s dat wel doen. Ik kan mijn ei goed kwijt in mijn taak als “Swing”. Inzetbaar op verschillende plekken in de voorstelling: Ik ken maar liefst negen rollen. Voor elke voorstelling hoor ik welke van die negen ik moet spelen. Elke keer dus andere dansen, teksten, plekken waar je moet zijn. Daar ligt mijn kracht. En dan helpt die rust die ik altijd al heb gehad mij heel erg.’
Terugkijkend vanaf dat jongetje van zeven is hij gelukkig met hoe het allemaal is gelopen. ‘Eigenlijk helemaal zoals ik het als kind al voor me zag. Binnenkort ga ik trouwen, dat markeert mooi deze eerste fase van mijn leven. En dan maar eens kijken wat er verder nog allemaal gaat gebeuren.’
Loek is de komende maanden nog te zien in de voorstelling “Moulin Rouge” in het Beatrixtheater in Utrecht








