
Reurlse kerkverbouwing in roerige tijden (1561)
Cultuur RuurloRUURLO - Op het bruine monumentenbordje aan de Reurlse Dorpskerk worden heel wat verbouwingen vermeld. Kerk en toren stammen uit de 14e en 15e eeuw. In 1561 wordt in opdracht van kasteelheer Evert van Heeckeren de Dorpskerk opnieuw flink verbouwd. Over die datum ontdekte amateur-historicus Arjen van Gijssel nieuwe stukken in het archief van de Marke van Ruurlo en het Broek (het eigenlijke gemeentebestuur in die tijd).
‘We weten dat het dak van de kerk in 1561 werd verhoogd, overwelfd en verbreed. De ‘gewelven’ zijn die ronde plafonds met kruisbogen die je tegenwoordig in de kerk ziet. En de ‘verbreding’, dat was de vergroting van de kerk aan de zijkant, ter hoogte van Teunissen en de Noaber nu. Dat zie je op de tekening. Een paar honderd jaar later, in 1845, werd de 16e eeuwse uitbouw opnieuw vervangen door een nieuw en nog hoger stuk, waardoor er een plat dak op de kerk kwam zoals we dat nu kennen’, schrijft Van Gijssel. Een lage grijze gedenksteen aan de buitenkant herinnert nog aan die laatste verbouwing, tussen de steunberen van de kerk waar in de zomer kleine terrasjes staan.
Uitbreiding tegen tijdsgeest?
Het is eigenlijk best bijzonder dat de Dorpskerk midden 16de eeuw flink werd uitgebreid. Het moet allereerst een dure onderneming zijn geweest. ‘Dankzij recent onderzoek weten we dat de Marke van Ruurlo onder leiding van Evert in 1559 een stukje Markegrond aan de toenmalige eigenaren van het Wolsenhuis (Tolhutterweg 11) verkocht. Uit de opbrengst konden ze de ‘noodruft en verbouwing van onze kerk’ betalen, ‘te guder tiet’. Dat goede moment wordt 1561.’
Ten tweede was de verbouwing best bijzonder. Deze tijd was een nogal hectische periode in de Gelderse geschiedenis, weet de amateur-historicus. ‘We zitten tussen de Habsburgse annexatie van Gelre (1543) en de Tachtigjarig oorlog (1568) in. De Habsburgse keizer Karel V had het hertogdom Gelre ingelijfd met het Traktaat van Venlo (1543). Hij overlijdt in 1555 en zijn zoon Philips II van Spanje blijkt nogal strikt: nog meer extra belasting en minder geloofsvrijheid. Dat vonden wij in Nederland niet zo fijn en die kritiek ging ook onze streek niet voorbij.’
Roerige tijd
‘De heren van ons kasteel, met name vader Evert en zoon Jacob van Heeckeren, spelen dan een aardig deuntje mee op het regionaal en landelijk toneel, in een roerige tijd. Evert van Heeckeren staat aan Philips II het goed Schuilenburg bij Doetinchem af. Hij wordt een staatsgezind raadsheer in Gelre/Zutphen in 1561 en overlijdt in augustus van dat jaar. Maar zou hij dan de Reurlse kerkopening als opdrachtgever nog wel hebben meegemaakt? We weten het niet. Wel weten we uit een gedicht van een beroemde andere Ruurloër, de schrijver/dichter Hendrik ter Haar, dat hij verzwakt was en leed aan een ‘voortschrijdende ziekte’.’
Zijn strijdbare zoon Jacob van Heeckeren is betrokken bij het smeekschrift (1566) dat Nederlandse edelen indienden bij de landvoogdes Margaretha van Parma in Brussel. Vanwege dat smeekschrift en de daarop volgende beeldenstorm (1566) ziet Philips II aanleiding om hertog Van Alva voor herstel naar Nederland te sturen. Er volgt een bloedige zuivering, waar edelen van het eerste uur worden uitgemoord. Jacob ontspringt de dans. Hij verbouwt nog in 1572 het kasteel Ruurlo, maar dat jaar verandert Zutphen in een bloedbad na een beleg door de Spanjaarden. Voor de Van Heeckerens, die daar een deel van het jaar woonden, vast een drama. Jakob wordt vervolgens uitgesloten van een pardon in 1574 voor de edelen en is even balling.
In de juist uitgebreide kerk in Ruurlo komt er geen beeldenstorm. ‘Daar hebben de inwoners helemaal geen tijd voor. Er volgt een verschrikkelijke tijd waarin troepen, Staatse en Spaanse legers, over en weer door de streek trekken en het gebied leegroven. Ruurloërs vluchten vooral naar Lochem en in 1590 meldt Joost van Heeckeren, inmiddels tien jaar heer van Ruurlo na het overlijden van broer Jacob, dat er nog maar ‘zes of zeven’ mensen in ons dorp wonen. Dat is een beetje weinig voor zo’n mooie uitgebreide kerk. Joost van Heeckeren, zoon van Evert en broer van Jacob, vraagt om vrijstelling van belasting: het volk heeft genoeg geleden.’ Ruurlo gaat ondertussen net als andere Achterhoekse dorpen rustig over tot de nieuwe Nederlandse staatsreligie, het nederduits-gereformeerde geloof. ‘Pas rond 1603 krijgt de kerk een vermaning van de classis (hervormde kerkbestuur) uit Zutphen: het is echt tijd om de oude katholieke beelden uit de kerk weg te nemen. In Neede zijn ze onder de kerkgrond verstopt en later tevoorschijn gekomen. Helaas zijn ze in Ruurlo definitief verdwenen.’









