
Dorus Wolters, Luuk Penterman en Jan Willem Kolkman alias Donderjagers live met 'Wat doed ie met mien skelter'. Foto: PR Canisiusschool
‘Wat doed ie op mien skelter’ start Nationale voorleesdagen Canisiusschool in Harreveld
Cultuur HarreveldHARREVELD - In het kader van de Nationale voorleesdagen afgelopen week besteedde de Canisiusschool in Harreveld ook aandacht aan dialect. Het waren Donderjagers die deze gelegenheid opluisterden met het vertolken van hun onlangs gepresenteerde kinderlied in het Achterhoeks dialect; ‘Wat doed op mien skelter’. “Het is het enige optreden dat ze doen. Speciaal voor de Canisiusschool,” aldus juffrouw Carry Walterbos op het podium ten overstaan van alle aanwezige leerlingen die geduldig op hun stoel in afwachting zijn op wat komen gaat.
Door Henri Walterbos
‘A’j plat könt proaten, dan mo’j ’t neet loaten’
Voorafgaand aan het optreden houdt ze nog een kort babbeltje met leerling Lucas met de vraag of hij dialect kan praten. “A’j plat könt proaten, dan mo’j ’t neet loaten,” roept een enthousiaste Lucas lachend. Duidelijk! “Lucas kan dus goed dialect praten. Dat is wel Nederlands, maar eigenlijk meer de taal uit de Achterhoek, daar waar wij wonen,” vult juffrouw Carry aan. “Nou leek het ons heel erg leuk om vanmorgen in het dialect voor te gaan lezen. Toen wij dat bedacht hadden, toen kwamen wij dit in de krant tegen. Daar stond in: ‘Donderjagers maken nieuw kinderliedje in het dialect’,” ondertussen het artikel uit de Elna tonend aan de leerlingen en kleine Morris uit de peutergroep ‘papa’ roept, als hij vader Dorus, een van de Donderjagers, op de foto ziet staan. “Nu zijn zij speciaal voor ons hier naar toe gekomen om het liedje te spelen en zingen. Is dat nou niet bijzonder?”
Opgestoken handen
Gejuich en applaus als Dorus Wolters (gitaar), Luuk Penterman (zang), beiden uit Harreveld, en Jan Willem Kolkman (toetsen) uit Zieuwent, het podium betreden. Als juffrouw Carry vraagt hoe de mannen bij dit liedje komen antwoordt Luuk; “Wie van jullie heeft er thuis ook een skelter?”, en steekt ruim de helft van de leerlingen de hand op. “En wie heeft er een broer die er dan altijd op zit?,” vervolgt Luuk. Wederom handen de lucht in. “Dan hebben jullie er misschien ook wel twee stoeltjes op zitten.” Wederom enkele handen. “Kijk, dat is makkelijk, dan kun je er met zijn tweeën opzitten. Dat was het idee erachter.”
Op de vraag hoe ze bij naam Donderjagers komen antwoordt Dorus. “Mijn vader zei vroeger wel eens tegen mij ‘zit niet zo te donderjagen’. Wie weet wat dat betekent?”, vraagt hij aan de leerlingen. “Stoeien,” roept een meisje. “Helemaal goed,” steekt Dorus zijn duim op. “Wat wij een beetje doen is een beetje stoeien met muziek. Daarom heten we Donderjagers. Wie vindt dat een leuke naam?” Vele handen weer. “Oh gelukkig,” zucht Dorus opgelucht.
Geweldig
Dan is het tijd voor muziek. De leerlingen vinden het geweldig, weten het kleine feestje op de vroege woensdagmorgen wel te waarderen. Ook Jan Willem, Dorus en Luuk genieten.
Juffrouw Carry kijkt naderhand met plezier terug op het optreden en de reacties erop. “Het liedje werd door de kinderen al herkend, sommigen konden al meezingen! Erg leuke start van de dag! Daarna kreeg het een vervolg met voorlezen in het dialect door opa’s en oma’s. Ze lazen voor uit ‘Boer Boris hef ’n boerderiej’, ‘Opa en oma Pluus,’ het verhaal van Helligen Hendrik en ‘‘t scheetje dat gin neuze kon vinden’ uit het verhalenboek van Tante Rikie. Opa’s en oma’s waren ook enthousiast. Ze vonden het een mooie manier om het dialect erin te houden.”








