Hennie van de Mosselaar in zijn werkplaats, met kanonnetjes op de werkbank in verschillende modellen en stadia. Foto: Henri Walterbos

Hennie van de Mosselaar in zijn werkplaats, met kanonnetjes op de werkbank in verschillende modellen en stadia. Foto: Henri Walterbos

Hennie van de Mosselaar laatste Grolse kanonnenmaker

Cultuur Groenlo

GROENLO - ‘Kom d’r in. Wo’s ne snoet’n koffie hebb’n?’ Hennie van de Mosselaar (71) ten voeten uit, op zijn Grols, als hij de deur opent. “Mijn va kump van oorsprong oet Lechtenvoorde, dus ik zeg altied dat ik enen dröppel Lechtenvoords blood hebbe. De rest allemoale Grols,” lacht Hennie als ik hem zeg zijn Grolse dialect prachtig te vinden, en uniek nog. Je hoort het niet vaak meer, helaas. “Ik vind ’t mooi um dat in stand te holl’n, ok woorden as ‘bus met ’t hoedeltje?’ Met les veur de brandweer vroag ok altied ‘mo’k ’t in ‘t plat doon of in’t Hollands?’”

Door Henri Walterbos

Begaan met historie
Ondanks die ene druppel Lichtenvoords bloed voelt Hennie zich een echte Grollenaar, begaan met een stukje historie en het in stand houden ervan. Reden voor het bezoek aan huize Van de Mosselaar is dat de heer des huizes de laatste ambachtelijk maker van het Grolse kanon is in miniatuurvorm.

“De interesse om Grolse kanonnen te maken komt omdat ik vroeger met Frans Nijkamp als timmerman werkte bij Reukers Bouwbedrijf. Frans maakte deze kanonnen al jaren en woonde ook nog bij mij in de buurt, dus ik kende hem al zo’n 40 jaar. Frans was ook nog bij de brandweer dus daar kende ik hem ook nog van. Toen ik in 2021 met pensioen ging vroeg Frans aan mij of ik interesse had om het maken van kanonnetjes over te nemen. Toen heb ik gezegd dat ik dat wel wilde proberen. Ik kreeg toen een model van Frans die me zei ‘probeer die maar eens na te maken en dan moet je maar kijken of je er wat voor voelt.’”

Hennie deed een poging en kreeg er zowaar plezier in. “Toen ik het eerste kanonnetje klaar had na twee weken ben ik naar Frans toegegaan en heb hem het resultaat laten zien en gezegd. ‘Dit is’t eworden, moar ’t is mien wal een betjen tegen evallen, want d’r zit meer wark in dan wat ik edach had, moar ik vind ’t wal leuk, dus ik wil ’t wal van oe oavernemmen.’ Hee zeg ‘ik geef oe ne tiene,’ glundert Hennie. “Ik heb wel tegen Frans gezegd ‘As ik dee dinge make, goa ik oe neet veur de veute lopen, ie mot ze gewoon blieven maken veur de klanten woar ie ze altied al veur maakt.’ We hebben toen wel afgesproken dat we één keer in de week of twee weken samen gingen werken in de werkplaats. Dan kan ik goed zien hoe jij het doet en kan daarvan leren. Dat hebben we zeker anderhalf jaar gedaan. Een stuk of twintig hebben we er samen wel gemaakt, maar toen ging Frans zijn gezondheid steeds meer achteruit en is hij in 2023 na een geslaagde operatie toch overleden.” Het raakt Hennie nog steeds. Een foto van zijn leermeester hangt boven zijn werkbank, naast dat van zijn overleden brandweermaatje Tonnie Krabben. Al werkt hij alleen in zijn keurig opgeruimde werkplaats, het voelt voor hem als een niet te verbreken drie-eenheid. ‘Dee beide köpkes kiekt of ik ’t good doo,’ zegt Hennie vertederd.

Ontzettend prutswerk
“Je moet er gevoel voor hebben, en geduld. Het is een ontzettend prutswerk, tuntelwark. Je moet wel bedenken dat je met zo’n kanon twee tot twee en een halve dag druk bent, 17 tot 18 uur. Inmiddels ben ik er wat handiger in geworden omdat ik van Frans alle malletjes en beitels gekregen heb die hij altijd gebruikte, het koperwerk, alles. Ik heb mijn werkplaats hier helemaal voor ingericht. Ik denk dat ik er inmiddels zeker wel 45 zelf gemaakt heb. Ik maak ze voor de Slag om Grolle, de VVV, er zijn er al wat naar Engeland, Duitsland en Canada gegaan. Er staan heel wat Grolse kanonnen over de wereld verspreid. Heel wat Grollenaren die uit gezworven zijn hebben er eentje meegenomen.”

‘Dee beide
köpkes kiekt
of ik ’t good
doo’


‘Kanongebulder’
“Het mooiste vind ik dat ik twee modellen maak, een groter en een kleiner formaat. Alles van eikenhout. Allemaal op schaal van het kanon uit 1575 dat op de kanonsbulten staat.” Binnenkort wil Hennie op een eigen website, waar hij de naam al van heeft bedacht, Kanongebulder, allerhande zaken laten zien rondom het maken van de Grolse kanonnen. “Ik geef nog niet alles weg want Frans had ook nog een eigen techniek hoe hij het ijzerwerk rondom de wielen van het kanon maakte. Ik ben het toen iets anders gaan doen en zei Frans ’A’k dat zestig joar eerder had ewettten, had ik ‘t ok op dee manere edoan.’” Een echte Hennie van de Mosselaar is herkenbaar. Op de onderkant staan zijn initialen, HVDM.

Hennie neemt de vrijheid om het te doen wanneer het hem uitkomt. “Ik ben ook nog stadsgids en vanaf 2006 ben ik voorzitter van de Jeugdbrandweer Oost Gelre/VNOG (Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland). Ook geef ook nog beroepsmatig voorlichting ‘Brandveilig leven’ in onze Veiligheidsregio, maar ik sta iedere morgen om kwart over zeven op en ben dan al snel in de werkplaats. Ik begin altijd in een opgeruimde werkplaats, want ik ruim altijd alles op als ik stop de dag ervoor.”

Opvolging
Kent Groenlo de Sociëteit Grolse Wanten die alles in het werk stelt om de Grolse Wanten traditie tot in eeuwigheid te laten bestaan en te kunnen blijven maken, hoe zit het met het ambacht van het maken van de Grolse kanonnetjes, die al vele decennia gemaakt werden door wijlen Jan Overbekking, Hendrik Wisseborn, Frans Nijkamp? Hennie hierover. “Ik heb destijds met Frans afgesproken dat zijn zoon Sander het op den duur over gaat nemen. Hij wil dat wel doen maar hij werkt nog, dus hoe precies verder weet ik niet. Mocht er iemand zijn die het wil leren dan sta ik daar wel voor open.”

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant