
Antoine Lacet en Minnie Kruip bij de 3 losse stukken die liggen te drogen in de houtschuur bij Minnie Kruip. Foto: Henri Walterbos
Historisch houten beeld Joop Kruip van Lichtenvoordse Bonifaciusziekenhuis en SKB gaat voor restauratie
Cultuur LichtenvoordeWINTERSWIJK/LICHTENVOORDE/AALTEN/EIBERGEN - “Hee, het houten standbeeld dat nog uit het ziekenhuis in Lichtenvoorde stamt staat er niet meer. Alleen maar een lege tegel.” Het viel een medewerker van Streekziekenhuis Koningin Beatrix (SKB) in Winterswijk op dat de plek nabij de kinderafdeling/afslag naar Radiologie kaal was en daarom pleegde deze een belletje naar de actieve Kunstcommissie in het ziekenhuis. Het was weggehaald, zo bleek, vanwege de slechte staat waarin het beeld verkeerde door weersinvloeden, ruim 40 jaar lang. Tot diens opluchting bleek het beeld niet in de houtversnipperaar belandt maar dat Antoine Lacet uit Eibergen, lid van de Kunstcommissie van SKB, zich er al om had bekommerd. Het kunstwerk ligt in drie doorweekte en zwaar gehavende stukken nabij Aalten zorgvuldig opgeslagen te drogen, in de houtschuur van Minnie Kruip, weduwe van de Lichtenvoordse kunstenaar Joop Kruip, die het beeld in 1968 in opdracht maakte voor het RK Ziekenhuis Bonifacius in Lichtenvoorde. Bij het samengaan van alle Oost-Achterhoekse ziekenhuizen in Groenlo, Lichtenvoorde en Winterswijk, die opgingen in SKB, ging het beeld mee naar Winterswijk als herinnering, maar kwam het eigenlijk op een plek te staan waar het niet had moeten staan. Althans zo wordt er nu anno 2026 naar gekeken.
Door Henri Walterbos
Kunstcommissie SKB
“Toen ik een keer in het ziekenhuis was een aantal jaren geleden, zag ik al dat het beeld er niet meer goed bij stond. Ik ben toen naar de balie gegaan en heb dit gemeld. Er kwam iemand van de kunstcommissie bij, maar daarna heb ik er nooit meer iets van gehoord. Het beeld had daar nooit buiten moeten staan,” vindt Minnie ook, die erg blij is dat Antoine contact met haar opnam en er werk van maakt om het eikenhouten kunstwerk te redden.
Antoine Lacet, zelf kunstenaar, was oprecht begaan met de toestand waarin het beeld zich bevond en vond gehoor bij zijn medekunstcommissieleden in het SKB en Minnie Kruip, om te pogen het beeld te restaureren. Zowaar geen sinecure. “Anderhalf jaar geleden ben ik toegetreden tot de kunstcommissie van het SKB. Afgelopen november kwam het beeld ter sprake met de vraag ‘wat moeten we ermee?’ In januari werd besloten dat het beeld daar weg moest omdat het zo slecht in elkaar zat, door het weer. Toen we het beeld van dichtbij gingen bekijken en naar de weerkant hebben gekeken, zag je dat het totaal verweerd was aan die kant. Van achter het raam ernaartoe kijkend zie je er eigenlijk niet zo heel veel bijzonders aan en denk je dat het beeld er nog wel redelijk uitziet. Toen we besloten het beeld weg te halen moesten we wel weten waarheen. Zodoende kwam ik in contact met Minnie, omdat ik vond dat we contact met eventuele nabestaanden van de kunstenaar moesten zoeken, of zij er nog interesse in hadden. Dat bleek het geval. Ik wist niet wat het beeld inhield en had zelf ook nog nooit van Joop Kruip gehoord. Ik vond het een gotspe dat het beeld als gewoon brandhout weg zou gaan, dat kan niet. Daarom heb ik mij opgeworpen er iets mee te gaan doen. De kunstcommissie heeft toen op 26 januari besloten, dat het beeld een andere bestemming moest krijgen, precies op de dag waarop Joop 58 jaar daarvoor officieel de opdracht kreeg om het beeld te gaan maken. Een bijzonder detail. Alsof het zo moest zijn. Ik heb het beeld met de zoons van Minnie en Joop opgehaald en hier in de schuur te drogen gelegd. Met de grootste zorg hebben we het uit elkaar gehaald. Het waren drie losse onderdelen die ooit op elkaar en in elkaar waren gezet. Het viel gelukkig niet uit elkaar. We hebben het op een ladder gelegd en naar buiten gedragen naar de auto. Het was wel zwaar door alle vocht. Het bovenste deel is kapot en de onderkant is van binnen uitgevreten omdat het vocht van onder naar boven kon. Het middelste deel is nog het meest intact.”
Blij mee
“Ik had dit nooit verwacht, ben er erg blij mee,” reageert Minnie. “En de datum klopt. Die kon ik achterhalen uit oude zakagenda’s van Joop. Daarin noteerde hij jarenlang elke dag even heel kort wat er die dag gebeurd was. ‘Half negen op, negen uur naar ziekenhuis. Ontwerp voor houten beeld in de hal goedgekeurd en kan er mee beginnen.’”
Over het beeld en waar het voor staat weet Minnie nog het een en ander. “Joop vond dat mensen eromheen moesten kunnen lopen, de onderkant voor kinderen moest zijn, dus heeft hij dingen uitgebeeld die kinderen leuk vinden. Daarboven staat dan een zwangere vrouw, een moeder met een kind op de arm. Bovenop staan twee mannen die een ziek iemand tillen. Het staat dus voor de gemeenschap, een doorsnee mensenleven, en de hulp aan de zieke mens.” “Het is de personificatie van iedereen die bestaat. Het beeld zegt ‘dit ben jij en je mag het op je eigen manier vormgeven.’ Er zit bijna een mystieke gedachte achter, alles omvattend,” vult Antoine aan. “Volgens mij kwam de opdracht voor het beeld van de directie van het ziekenhuis Lichtenvoorde. Zeker weet ik dat echter niet meer. Ik was vooral met de kinderen bezig en Joop in zijn atelier,” graaft Minnie in haar geheugen.
Naast de symboliek van het beeld die Joop Kruip er aan gaf, staat het beeld ook voor 16 jaar RK Ziekenhuis ‘St. Bonifacius’ in Lichtenvoorde, van 1968 tot 1984, toen SKB zijn deuren opende en de andere ziekenhuizen ophielden te bestaan, en ook nog eens voor 42 jaar ziekenzorg in het SKB.
Restaureren
Antoine nam contact op met Jaap Nijstad uit Gelselaar, de schrijver van het boek over de werken van Joop Kruip en ‘een kenner op dit gebied,’ weet Antoine. “Hij is mee wezen kijken en zei dat het beeld wel weer te restaureren valt, voor zover hij het kon bekijken en daar dan een plan voor gemaakt moest worden. En restaureren houdt in dat hij dan weer exact moet worden zoals hij was. Het is een prachtig beeld. Ik heb zoveel respect voor de maker. Er zit zoveel symboliek in dat beeld. Dat heeft mij wel getroffen. Het beeld is al een keer gerestaureerd geweest, zo’n twintig jaar geleden, maar dat is niet helemaal goed gebeurd. Als we het plan hebben dan moet je kijken welke middelen je daarvoor nodig hebt en hoe je daar aan komt, en wie dat dan zou kunnen doen. Jaap weet misschien al iemand die contacten heeft met een school waar restaurateurs worden opgeleid, en het daar dan als opleidingsproject aanbieden. Het hangt eerst af van hoe het droogproces verloopt en hoe lang dat duurt. Dat kan maanden of misschien nog wel een jaar duren. Maar mochten er anderen zijn die hier iets mee zouden kunnen en willen, laat het weten, kom gerust kijken. Dat doen we echter wel op een gecontroleerde en verantwoorde manier. Dit is al een mooi begin.”
Terug naar SKB
Antoine en Minnie hebben allebei dezelfde gedachte over waar het beeld naar toe zou moeten gaan, na restauratie. “Het zou natuurlijk het allermooiste zijn dat hij straks na restauratie weer in het SKB terecht komt, maar dan niet meer buiten. Daar moeten we dan maar eens naar kijken straks,” straalt Antoine bij de gedachte alleen al. Minnie met hem.









