Art impression. Foto: PR
Art impression. Foto: PR

Grote plannen Nationaal Onderduikmuseum

Cultuur Aalten

AALTEN - Naar aanleiding van het besluit van het College van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aalten over de uitbreidingsplannen van het Nationaal Onderduikmuseum (het college heeft dit plan op hoofdlijnen beoordeeld en ondersteunt de richting ervan) werd er onlangs een persmoment gehouden in het nieuwe pand Markt 18. Burgemeester Stapelkamp sprak namens de gemeente. Namens het museum waren Wilma Winkelhorst, voorzitter van de Stichting Beheer, Henk Dijk, voorzitter van de Vereniging Nationaal Onderduikmuseum, en Gerda Brethouwer, directeur aanwezig. Ook de ontwerper van de plannen, architect Vincenth Schreurs was present om de plannen nader toe te lichten.

Door Ed Doppen

‘Kleine
verhalen
over een
grote
geschiedenis’


Gerda Brethouwer: “We willen in het museum het grote verhaal over het verzet- en onderduikverleden vertellen aan de hand van kleine verhalen en lotgevallen van gewone mensen. We beschikken nu over verschillende gebouwen, we hebben meer ruimte nodig voor grote groepen en schoolklassen, en kunnen het verhaal straks nog beter laten zien en ervaren. De lokale architect Vincenth Schreurs is gevraagd om vorm te geven aan de wensen en mogelijkheden. Belangrijk bij deze ontwikkeling is dat de gemeente van de meet af aan betrokken is en in de gedachtengang wordt meegenomen. De bedoeling is dat de verschillende gebouwen verbonden gaan worden en zo een geheel gaan vormen. Ook de, nu nog rommelige onsamenhangende, buitenruimte aan de achterzijde van het museum wordt hierbij meegenomen.”

Economische boost
Burgemeester Stapelkamp vertelt dat zo’n zes jaar geleden begonnen is met de toen nog vrij brede plannen. Deze zijn nu concreet en specifiek. Hij ziet in de plannen een prachtige kans voor het museum én een economische boost voor Aalten. Binnenkort is er het 100-jarig bestaan van het museum, dat nu uit zijn jasje is gegroeid. Het bezoekersaantal ligt nu op zo’n 25.000 per jaar, net als voor corona. Uit onderzoek is gebleken dat er doorgroeimogelijkheden zijn om tot een verdubbeling te komen van het bezoekersaantal. En als al die mensen een paar tientjes besteden bij de plaatselijke middenstand en horeca dan is dat goed voor iedereen. Mede daarom heeft de gemeente enthousiast meegewerkt. Er ligt nu een hoofdlijnen akkoord maar er moet nog een hoop uitgewerkt worden.

‘Groene oase
in versteend
centrum’


Het is de bedoeling dat de buitenruimte verandert in een groene oase. Iets dat erg welkom is in de versteende omgeving. Om dat te bereiken worden de parkeerplaatsen op het terrein opgeofferd en worden ontheffingen verleend op het gemeentelijke parkeerbeleid. Net als nu krijgt de VVV een plaats in het museum en het is logisch dat de gemeente financieel betrokken blijft.

Geen kruip door, sluip door
Architect Schreurs ligt de plannen toe aan de hand van bouwtekeningen en ‘artist impressions’. Het grote nieuw aangeschafte pand Markt 18, voorheen een kledingwinkel, krijgt zijn historische voorgevel terug, waarbij een grote raampartij dient als blikvanger. Hier komt de entree van het museum. Er komt een trap naar de eerste verdieping, waar een grote ruimte is geschikt voor wisseltentoonstellingen. Voor deze ruimte kan aan de balie een apart kaartje gekocht worden. Achterin het gebouw en in de buitenruimte komt een lunchroom/café dat toegankelijk wordt voor iedereen, ook zonder kaartje. Het Frerikspad blijft toegankelijk, maar loopt straks iets anders; vanaf de waterput bij de Dorpsboerderij zal het pad richting de Landstraat worden ingericht. Het pad blijft doorlopen (tussen Markt 14 en Markt 18) en zichtbaar maar wordt onderdeel van het museum.
Het is de bedoeling dat er een glazen rondgang wordt aangelegd die alle losse gebouwen met elkaar verbindt. Bezoekers keren telkens in deze ‘ketting’ terug. Ook wordt het mogelijk grote groepen te ontvangen, gescheiden van de reguliere bezoekers. Daar wordt de stadsboerderij ingezet, waar ook een fietsenstalling komt.

Heden en verleden
Het museum confronteert bezoekers met keuzen en dilemma’s die oorlog en conflict met zich meebrengen. Ook tegenwoordig. De jeugd en jongeren worden nadrukkelijk betrokken bij de ontwikkeling van de plannen. Deze inbreng is ook afkomstig van Duitse jeugd. Andere Duitse partners zijn Haus der Niederlanden en de universiteit van Münster. Andere partners zijn bijvoorbeeld het Mondriaanfonds, dat een substantiele subsidie gaf, en het vrijheidsfonds dat goed is voor een mooie bijdrage. Ook het ministerie van VWS doet mee omdat het museum landelijk is erkend, en de verhalen van Aalten makkelijk te verbinden zijn aan bredere nationale thema’s. De verhalen die verteld worden zijn niet die van legers en slagvelden maar de universele verhalen van gewone mensen in een oorlogssituatie.

Internationaal
Hiervoor is ook vanuit Duitsland veel belangstelling. De Duitsers werken graag met Nederlanders samen om het verhaal te vertellen. Er worden gesprekken gevoerd met de Euregio over plannen en ook het Haus der Niederlanden werkt mee net als diverse Heimat verenigingen. Het streven is om al die regionale kennis en ervaringen met elkaar te verbinden. Mede door meer de aandacht op de Duitse bezoeker te richten, zal dit tot een toename van buitenlandse bezoekers leiden. Dit maakt mede de nagestreefde groei naar 50.00 bezoekers mogelijk.

Het streven
is begin
volgend jaar
de eerste
fase af
te ronden


Planning
De grote verbouwing wordt stap voor stap aangepakt. Het museum blijft normaal open tijdens de verbouwing. Momenteel is de eerste fase van verbouwen begonnen, dit betreft het originele onderduikpand Markt 12, waar op zolder Onderduikmuseum Junior wordt gerealiseerd. Zodra de vergunningen voor de verbouwing van Markt 18 binnen zijn, is dit de volgende fase in het project. Het streven is begin volgend jaar de eerste fase af te ronden.

Van links maar rechts Wilma Winkelhorst, Henk Dijk, Anton Stapelkamp, Gerda Brethouwer, en Vincent Schreurs. Foto: Ed Doppen

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant