
Kasteelvrouwe
DichtTerwijl hitte en droogte voortduren en branden vanuit het zuiden oprukken, zit deze dichter aan een ziekenhuisbed. De zieke is soms helder en soms verward. De uitweg naar de wereld van alledag is als een tocht door een doolhof. De gezondheid is broos, het verzet groot.
KASTEELVROUWE
van beneden kan ik de kantelen tellen ik weet
dat ze er is dat ze de kunst tot in het uiterste
beheerst om uit te kijken zonder gezien te worden
in de slagschaduw stelt ze zich zo op dat ze ziet wat
ze wil ze brengt offers zonder zichzelf te verliezen
van beneden tel ik de kantelen voor het vertrouwde beeld
een onregelmatigheid betekent dat ze boven beweegt
van uitkijkpunt naar uitkijkpunt gaat ze om te vergewissen
of wat ze ziet nog altijd is wat het was en of wat ze weet
nog even waar is zodat wat waar is steeds waar blijft
van beneden zie ik hoe de kantelen haar weerhouden
wind op de huid te voelen ze vreest zout in wonden
zo zeer dat ze zich alleen nog laaft aan zoet en zoeter
ze strijdt niet meer ze hoeft niet zo nodig haar leed is
gestold en gestapeld tot de burcht waarin ze schuilt










