Afbeelding

Worstenbroodje

Dicht

Dat je je maaltijd niet meer kunt betalen,
is op zichzelf bepaald geen schande:
elk van ons kan op dat punt belanden –
het euvel is een bureaucratisch falen.
Want, zoals wijlen een wethouder zei,
toen de Voedselbank destijds begon:
In een rechtvaardige maatschappij
zou dit niet nodig zijn. Maar ook zei hij
dat het klaarblijkelijk niet anders kon:
in theorie zijn alle inwoners gelijk,
iets wat politici vanzelfsprekend weten;
toch groeit de afstand tussen arm en rijk.
Vrijwilligers maken van theorie praktijk:
de Voedselbank biedt solidariteit en eten.

Na de opening ging ik namens de krant
op visite bij een Voedselbank-klant.
Had mijn jas nog maar net uitgedaan,
kwam zij al met een worstenbroodje aan.
Worstenbroodjes zijn niet mijn favoriet,
maar dat zei ik haar natuurlijk niet –
ze was in haar huis met zo weinig spullen
blij dat ze eindelijk haar maag kon vullen
en ook gastvrij die van een gast erbij.
Na één hap vroeg ze glimlachend aan mij:
Is het lekker, zal ik je er nòg een geven?
De Voedselbank bracht geluk in haar leven,
dat proefde je aan alles. En, heel eerlijk:
het worstenbroodje smaakte heerlijk.


Ode aan de vrijwilligers en klanten van de Voedselbank, die twintig jaar bestaat.