
‘Men neme een levende mol’: Monnikenwerk over 17e-eeuws receptenboek
Grensnieuws’s-HEERENBERG/EMMERICH/ZUTPHEN – Tien jaar hebben auteur Mirjam van Velzen en transcribent/vertaler Dineke van Krimpen aan het boek gesleuteld. Alleen al het door hen verrichte monnikenwerk rechtvaardigt een tweevoudige presentatie van ‘De beproefde remediën van Christina Poppinck’: vorige week in Zutphen (beiden zijn actief voor het Erfgoedcentrum aldaar) en afgelopen zaterdag in ’s-Heerenberg. Op een steenworp van Emmerich waar de hoofdpersoon van ‘Van mummiepoeder tot zilverschoon’ (het boek heeft een tweeledige titel) in 1613 werd geboren.
Door Sander Grootendorst
En er is meer: Apotheker Christina hield zich met geneeskrachtige kruidenmengels bezig, net als Machteld ten Ham, haar ’s-Heerenbergse tijdgenote. Waar Christina op maatschappelijke waardering kon rekenen, werd Machteld als ‘heks’ gedood op de brandstapel.
Die onrechtvaardige tegenstrijdigheid was het specifieke thema van de bijeenkomst in het Stadsmuseum en het oude raadhuis van ’s-Heerenberg ertegenover. Museum-voorzitter Adri van den Dikkeberg deed aan de hand van een powerpointpresentatie het leven van Mechteld uit de doeken en Mirjam van Velzen deed een boekje open over Christina. Het standsverschil tussen beide zeventiende-eeuwse vrouwen zorgde ervoor dat de één zich vrijelijk kon bewegen – ze kocht zelfs “zonder dat er een man aan te pas kwam” een huis in Amsterdam – en de ander een gemakkelijke prooi was van bijgeloof en bekrompenheid in tijden van tegenspoed (zoals het oplaaien van de pest aan het begin van die eeuw).
Een tweede belangrijke factor speelde mee, legde Van Velzen uit: “De Poppincks verhuisden naar Keulen, een multiculturele stad. Uit heel Europa kwamen kunstenaars, muzikanten en ambachtslieden ernaartoe. Verschillende geloven konden naast elkaar bestaan. De welvaart was groot, de tolerantie ook. Er zijn nauwelijks heksenprocessen geweest. En het is maar de vraag of het met Christina zo goed was afgelopen als ze in Emmerik was gebleven. Want apothekers konden echt onder vuur komen te liggen als ze bijvoorbeeld een verkeerd keelrecept hadden voorgeschreven of iemand niet van de pest konden afhelpen.”
![]()
‘Heksenboek’
Het receptenboek dat Poppinck bij leven bijhield, kwam uiteindelijk terecht in het Zutphens archief. Mogelijk omdat een arts het vanuit Duitsland meenam nadat de inboedel van Poppinck bij opbod was verkocht. “Zutphen telde diverse apothekers en stadsdokters die waren opgeleid in Duitsland.” Van Velzen raakte in de ban van Poppincks boek, niet in de laatste plaats omdat het was gerubriceerd als ‘heksenboek’. Wie van hekserij werd beschuldigd, ontkwam in vroeger eeuwen over het algemeen niet aan een openbaar proces. “Maar Christina Poppinck is dat nooit overkomen”, concludeerde Van Velzen na uitgebreide bestudering van historische documenten. “De term ‘heksenboek’ kreeg het boek dan ook pas in de 19e eeuw toen het archief voor het eerst systematisch werd geïnventariseerd. En ja, die inventarisatie werd uitgevoerd – sorry, heren in de zaal – door mannen. Ze hadden nogal wat vooroordelen tegen vrouwen die boeken schreven. Er bestond ook weinig historische kennis over heksen. Als je dan een boek met zulke opmerkelijke recepten leest waarin ook nog eens geheime tekens staan, dan is de associatie met hekserij gauw gelegd.”
Geheime tekens? “Ja, dat was in die tijd gewoon een hobby van veel mensen...”
Zo zet je 19e-eeuwse patriarchale archivaris op het verkeerde been.Wat vermoedelijk wél klopt: de familie Poppinck is oorspronkelijk afkomstig uit het Zelhemse. Een boerderij van die naam bevindt zich daar tot op de dag van vandaag.
Koekjes
Van Velzen reikte twee eerste exemplaren van het boek over Poppinck uit, eentje aan burgemeester Harry de Vries van Montferland, die zich als man bijna ongemakkelijk was gaan voelen (grapte hij), en eentje aan Christa van Dee uit Netterden, de ‘burgemeester’ van EMOJI, een fictieve gemeente die bestaat uit Emmerich, Montferland en Oude IJsselstreek. Van Dee zet zich in voor goede verhoudingen aan weerszijden van de grens.
De burgemeester van Emmerich kon de boekpresentatie wegens ziekte niet bijwonen. Misschien was een van Poppincks recepten hem van pas gekomen…
Eh, nee, toch maar niet... Twee leden van de kledinggroep van het Stadsmuseum droegen enkele recepten voor en een derde had geneeskrachtige koekjes gebakken ‘tegen bloederige diarree’. Die smaakten nergens naar: “Maar ze zijn ook niet voor het lekker”, zei bakster Tamara Nakken.
Misschien dit als alternatief? Lees en huiver: “Neem een levende mol met huid en haar en doe hem in een koperen buis. Strooi er een handvol zout over en sluit de buis af met koperdraad, zodat er niets uit kan. Zet deze dan in een heet kolenvuur en laat het verbranden tot het verpulverd is. Vermeng dan het poeder met eierolie en smeer daarmee de breuk in tot die geheeld is. Probatum est” (oftewel: het is beproefd).
Was getekend: Christina Poppinck.
Mirjam van Velzen-Barendsen en Dineke van Krimpen (redactie): Van mummiepoeder tot zilverschoon. De beproefde remediën van Christina Poppinck. Zutphen 2025: Achterhoek Uitgevers.









