3.500 kilometer in de benen: Daan Russchen wordt onthaald bij café De Deur in Zutphen. Eigen foto

3.500 kilometer in de benen: Daan Russchen wordt onthaald bij café De Deur in Zutphen. Eigen foto

Kankerpatiënt Daan Russchen uit Zutphen overwint bergen – letterlijk en figuurlijk

Maatschappij Zutphen

ZUTPHEN – Zutphenaar Daan Russchen (50) kreeg de diagnose uitgezaaide nierkanker. Hij ging niet bij de pakken neerzitten. Zodra het kon maakte hij een fietstocht van 3.500 kilometer. Daarover schreef hij het boek ‘Panta rhei: Alles stroomt’.

Door Sander Grootendorst

Daan, hoe gaat het met je gezondheid?
“Dat is voor mij een ingewikkelde vraag. Sinds ik ben begonnen met de behandeling voor kanker weet ik niet meer hoe het is om je gewoon te voelen. Binnenkort heb ik weer een scan: altijd heel spannend. Ik leef van scan tot scan. Het maakt niet eens zoveel uit wat de uitslag is: je dealt ermee en je gaat weer door. Zodra het kon ben ik weer naar mijn werk gegaan. Ik werk zelf in de zorg, bij het Zilveren Kruis. Je wilt niet thuis op de bank blijven zitten tot je dood bent.”

En je bent gaan fietsen
“Mijn operatie was ik oktober geweest, april vorig jaar begon ik mijn fietstocht. Achteraf denk ik: wat een waanzinnig idee om zo kort na zo’n intensieve behandeling, waarbij een nier is verwijderd, op de fiets te stappen, nagenoeg ongetraind. Maar ik was heel vastberaden.”
“In de periode na de diagnose moest ik regelmatig naar het ziekenhuis. Het voelde als een soort huisarrest. Toen zich een pauze van drie maanden aandien, besefte ik: ik weet niet of ik ooit nog weer zoveel tijd krijg. Misschien kom ik straks terug en is het foute boel, dan heb ik die drie maanden toch mooi gehad.”

Ben je van huis uit een fietser?
“Ik ben helemaal geen fietser. Het was aanvankelijk ook niet mijn plan. Ik overwoog naar Australië te gaan. Maar grote delen van Europa ken ik helemaal niet. Bijvoorbeeld de Balkan. Toen kwam ik op het idee om te gaan fietsen. Ik koos voor een uitgezette route vanuit Dubrovnik in Zuid-Kroatië. 3.500 kilometer.”

Viel het mee of tegen?
“Van tevoren had ik vooral opgezien tegen de Alpen. Dat was naïef, in Montenegro en en Albanië heb je óók bergen. Die zijn veel grilliger en zwaarder, met stijgingspercentages tot twintig procent. Mensen verklaarden me daar voor gek. Aan een eigenaar van een bed and breakfast vroeg ik of ik mijn fiets veilig buiten kon laten staan. Hij zei: ‘Ja, dat kan, je hoeft hem ook niet op slot te zetten, geen mens wil hier fietsen.’ Ik dacht: waar ben ik aan begonnen?”

En de Alpen?
“Die stelden niet zoveel meer voor. Dertig kilometer tussen de acht en de vijftien procent. Maar al met al was het natuurlijk wel een tocht van piepen en kraken. Elke etappe een overwinning op mezelf. Heel symbolisch allemaal. En leerzaam: dat je soms even moet terugschakelen... dat je alles op je eigen tempo kunt doen. En ik had het met veel poeha aangekondigd, het was mijn eer te na om af te haken. Dat was op zichzelf weer een worsteling in mijn hoofd: Wat had ik te bewijzen? Voor wie? Niemand zou me een nietsnut noemen als ik het niet had gered. Ik heb zelf juist waardering voor mensen die erkennen dat ze iets niet kunnen.”

Was het alleen maar ploeteren of had je toch ook een vakantiegevoel?
“Ik zat af en toe ook gewoon lekker ergens op een terrasje met een kopje koffie voor me. Ik kwam echt wel echt tot rust. Je lijdt tien weken lang een eenvoudig leven, gaat van A naar B, zorgt dat je genoeg eten en drinken bij je hebt. Ook als niet-geoefend fietser heb je snelheid genoeg om aardige afstanden af te leggen. Onderweg ervaar je het landschap, je ruikt en hoort alles.”
“Wat ik zeker heb ervaren: het verschil tussen de landen. Vooral tussen Bosnië en Slovenië. Bosnië is nog steeds een heel beschadigd land waar je overal de sporen van de burgeroorlog ziet. Ik heb Srebenica bezocht: enorm indrukwekkend. Slovenië ademt welvaart: elektrische auto’s, mensen die aan het sporten zijn… dat land is economisch het beste uit de oorlog gekomen.”

Hoe was het om terug te keren in Zutphen?
“Toen ik de Alpen had gehad, was Duitsland opeens heel saai. Eindeloos lang heb ik langs de Rijn gefietst. Elke paar dagen stuurde ik een berichtje de wereld in met wat fotootjes, want ik fietste ook voor een goed doel:  Bij café De Deur werd ik door familie en vrienden onthaald als een held. Ze zagen het als een geweldige prestatie. Dat had ik tijdens het fietsen helemaal niet door, je bent daar gewoon niet mee bezig. Het fietsen was voor mij het nieuwe normaal. Ik moest me weer aanpassen aan een vaste plek. Ik was gewend om zo min mogelijk spulletjes bij me te hebben. Terug in Zutphen haalde ik bij de supermarkt alleen ontbijt; voor de lunch ging ik wéér naar de supermarkt...”

Dat klinkt toch ook als een anticlimax.
“Het is een gevoel dat kankerpatiënten kennen. Na de diagnose het besef: ik moet zien te overleven, de behandeling moet aanslaan. Heel tegenstrijdig, maar dat medische ritme geeft ook duidelijkheid. Het doet iets met je mentale welbevinden. Is de behandeling, in mijn geval na twee jaar, voorbij, is het ook een soort anticlimax.”
“Ik had tien weken verlof van mijn ziekzijn gehad (al moest ik in Italië nog even bloedprikken). Ik kwam terug en drie dagen later moest ik naar de apotheek nieuwe medicijnen halen. Vier dagen later was er weer een scan. Met de inmiddels vertrouwde onzekerheid.”

Maar die reis pakt niemand je meer af… En je schreef er een boek over.
“Dat heb ik grotendeels onderweg geschreven. Zonder de bedoeling er een boek van te maken trouwens. Hooguit een pdf voor mijn uroloog. Of een paar kopieën voor in eigen kring. Het is een verslag van mijn reis, afgewisseld met hoofdstukken over dingen die met kanker te maken hebben. Er zitten ook herinneringen aan vroeger in. Ik weet hoeveel ik zelf heb gehad aan boeken van ervaringsdeskundigen. Daarom heb ik besloten het als boek voor iedereen beschikbaar te maken. Als je het leest zal je merken dat het helemaal niet zwaar op de hand is, integendeel. Kijk alleen al naar de omslag: een kleurige tekening van Maite Prince. Zij heeft het boek voorzien van precies de goede illustraties, ik ben er heel blij mee.

Slotwoord: 
“Ik weet niet hoe lang ik nog te leven heb, maar dat weet niemand. Hoe dan ook kijk ik met een gevoel van geluk en tevredenheid op mijn leven terug.”

Daan Russchen: Panta rhei. Een tocht over bergen en bijwerkingen. De netto-opbrengst van het boek gaat naar de Antoni van Leeuwenhoek Foundation (kankeronderzoek).


Symbolisch vertrekpunt: ziekenhuis Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam. Eigen foto

Symbolisch vertrekpunt: ziekenhuis Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam. Eigen foto

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant