
Yacob en Reme. Foto: PR
Wat betekent ‘thuis’ als je tussen twee culturen opgroeit?
Maatschappij LochemTwee jongeren uit één gezin vertellen hoe zij identiteit, afkomst en thuisgevoel ervaren
Door Marlies Enderink
LOCHEM - Reme (18) is 4 als ze samen met haar moeder in Nederland aankomt. Haar broer Yacob (14) is hier geboren. Hun ouders komen uit Soedan. Broer en zus komen uit hetzelfde gezin, maar beleven identiteit ieder op hun eigen manier. Wat hen verbindt, is het belang dat ze hechten aan respect en jezelf kunnen zijn.
Voor Reme is identiteit nauw verbonden met haar waarden. Ze heeft een passie voor het helpen van anderen en ziet respect als iets dat mensen samenbrengt. “Respect moet wederzijds zijn,” zegt ze. Dat principe neemt ze mee in alles wat ze doet. Ze voelt zich het meest Nederlands wanneer ze met haar vriendinnen is of Nederlandse feestdagen viert, zoals Koningsdag en Sinterklaas. Tegelijkertijd voelt ze zich sterk verbonden met de cultuur van haar ouders, vooral wanneer ze thuiskomt na een bezoek aan Afrika en haar familie weer ziet.
Voor Reme is ‘thuis’ geen vaste plek. Zowel Nederland als het land van haar (voor)ouders voelen als thuis. “Hier ben ik opgegroeid, hier wonen mijn vrienden. Maar daar spreek ik de taal van mijn familie en leef ik de cultuur waarmee mijn ouders zijn opgegroeid.” Ze voelt geen druk om te kiezen tussen twee identiteiten. “Waar ik ook ben, ik voel me daar thuis.”
Haar achtergrond speelt een kleine rol in het dagelijks leven. Ze bidt voor het eten, ook als ze met vriendinnen uit eten gaat, en viert christelijke feestdagen in de kerk. Toch merken anderen dat vaak niet. “Mensen zijn soms verbaasd dat ik gelovig ben. Je ziet dat niet aan iemand.”
Reme krijgt ook te maken met vooroordelen, vooral over Afrika. “Veel mensen denken bij Afrika alleen aan armoede, terwijl Afrika zo veel meer is.” Ze vindt het belangrijk dat mensen begrijpen dat er, net als overal ter wereld, grote verschillen bestaan. Ook haar naam roept soms onbegrip op. “Mijn naam spreek je uit als ‘riem’. Het betekent iets moois en puurs, maar mensen maken er grapjes over. Dat laat ik meestal langs me heen gaan.”
Yacob kijkt anders naar identiteit. Hij houdt van voetbal, afspreken met vrienden en winkelen. Voor hem is aanpassen vanzelfsprekend. “Bij mijn familie sluit ik me aan bij hun cultuur, met vrienden leef ik gewoon Nederlands.” Hij ervaart dat niet als een probleem, maar juist als iets positiefs. “Ik vind het fijn dat ik beide culturen ken.”
In tegenstelling tot zijn zus is ‘thuis’ voor Yacob één duidelijke plek: zijn eigen huis. Zijn achtergrond heeft volgens hem weinig invloed op zijn dagelijks leven. “Ik ben hier opgegroeid, dus alles gebeurt hier.” Over zijn huidskleur is hij nuchter. “Iedereen is anders. In mijn vriendengroep lijkt ook niemand op elkaar.”
Wat hij vooral wil dat mensen begrijpen, is dat identiteit niet vaststaat. “Mijn achtergrond heeft me gevormd, maar ik verander ook. Over een jaar ben ik waarschijnlijk weer anders in mijn denken en doen.”








