
Kapelmeester Ketz is gestopt
MuziekTERBORG/ZELHEM - “Je moet op een gegeven moment accepteren dat het over is, maar ik heb er wel heel veel moeite mee gehad. Ik zei tegen mezelf: ‘Albert, je moet niet met een rollator de zaal in komen.’ Verleden jaar heb ik al aangegeven dat ik het geestelijk nog wel kan, maar de knieën laten me meer in de steek. Dan zou ik Martin Lammers moeten bellen of hij met een grote kraan me weer op de stoel komt zetten,” grapt de 83 jarige kapelmeester Albert Ketz.
Door Meindert Bussink
“Het hele huis draaide altijd om muziek. Bij een verjaardag was er altijd muziek,” vertelt de bevlogen bladmuziekbaas. In het gesprek met collega Mirjam Rensink van vorig jaar, toen Ketz net van Jochem van Gelder de Gulden Gelderlander kreeg uitgereikt, vertelde hij dat de Böhmische Egerländer gedirigeerd door Ernst Mosch hem diep raakte in zijn hart. Was het de compositie, het arrangement, het instrumentarium? “Het lijkt zo makkelijk. ‘Ja van die hoempa muziek,’ zeggen ze dan, maar het is zo moeilijk. De bladmuziek is slechts een voorbeeld, maar de rest moet je er als kapelmeester aan toevoegen. Ik had daar altijd mijn eigen mening over. Soms bij de eerste tel iets verzetten, of bij een opmaat moet de voorgaande maat iets ingekort worden.”
Ie kön’t better cokes kloppen
Als iets moeilijk is, moet je ook goed oefenen: “Als het niet goed klonk, dan was het niet goed. ‘Ie kön’t better cokes kloppen,’ zei ik dan net als oud dirigent Helmink. Vroeger moest je cokes brokken voor een potkachel met een hamer stukslaan, want anders konden ze er niet in. Of hij zei: ’Ie mot d’r maor een nacht bi’j opblijven, want ’t klinkt veur gin meter’. De andere week als je terug kwam, was je ook als eerste aan de beurt.”
Ketz speelt zelf niet meer: ”Ik had een heel mooi eufonium met behulp van mijn vrouw opgespaard. Dat is een ander instrument dan een tenorhoorn. Dat is een Duitse bariton met zo’n kromme gebogen instrument. Mijn vrouw zei: ‘Je wordt heel vaak gebeld, koop dan zelf een instrument’. Ik heb er twintig jaar op gespeeld, maar toen mijn gehoor minder werd heb ik bij de Isseltaler Musikanten tegen dirigent Cyrille gezegd, volgend jaar ben ik klaar. Als een ander zegt dat het niet meer goed is, dan is het te laat.”
De buurvrouw heeft vanaf nu ook meer rust: “Voor de degene die het oefenen aan moet horen is dat niet leuk, je hoort maar één stem. Ik moest vaak technische loopjes instuderen in een rijtjeswoning wonen. Buurvrouw tante Dien zei vaak: ‘Albert, als je wilt studeren prima, maar dan niet van vijf tot zes.’ ‘Hoe zo?’ vroeg ik dan. ‘Dan is de Bold,’ zei ze dan,” lacht Ketz. “Eén keer in het jaar kreeg ze dan een bloemetje ofzo, om haar te bedanken.”
Wat Ketz nu gaat doen weet hij nog niet: “Ik denk veel met de e-bike op pad, maar niet achter de geraniums zitten. Misschien goa’k ook wal sjoelen.”











