
Wulp versus windmolen in het Beltrumse Veld
Natuur Beltrum Borculo Groenlo RuurloBELTRUM – De zoektocht naar geschikte locaties voor windmolens in Berkelland is al jaren een hoofdpijndossier. Dit geldt echter niet alleen voor de gemeente, maar ook voor natuurbeschermers die de invloed van de witte reuzen als zeer schadelijk voor de omgeving beoordelen.
Door Rob Weeber
De raad van Berkelland vergadert op 1 april over wel of geen windmolens in het zogenaamde zoekgebied K (Beltrumse Veld). Een van de natuurbeschermers die zich hard maakt tegen de komst van windmolens in zoekgebied K is weidevogelspecialist Frans Bouwhuis (62). Hij is al 25 jaar actief begaan met de weidevogels in dit gebied en speciaal met de wulp. “We hebben hier de grootste populatie wulpen van Nederland”, legt hij uit. “Toen ik 25 jaar geleden begon, waren er twee nesten, drie jaar terug telde ik er 36. Maar het is niet alleen de wulp die daar broedt, ook andere weidevogels als grutto, kieviet, gele kwikstraat, graspieper, veldleeuwerik, scholekster en tureluur vallen straks ten prooi aan de molens.
Draai
Bouwhuis heeft zich altijd verzet tegen de locatie. Onder meer schreef hij op 2 maart nog aan de provincie Gelderland een ‘zienswijze ontwerp MER grote windmolens Oost-Gelre en Berkelland in gebied K’. “De provincie heeft een draai gemaakt in haar beschermingsbeleid voor weidevogels toen bekend werd dat Berkelland en Oost-Gelre ruimte zochten voor windmolens. Het bewuste gebied is namelijk altijd weidevogelgebied geweest, maar in 2018 wilde de provincie het onder de werking van de Omgevingsverordening brengen. Dat betekent dat het op de kaart van weidevolgelgebieden wordt opgenomen en er geen initiatieven voor zonneparken of windturbines meer mogelijk zijn. Echter, met in het achterhoofd de plannen van Berkelland en Oost-Gelre, heeft men het op die kaart weggelaten. Hier is dus met voorkennis gehandeld. Het antwoord op mijn zienswijze is vaag. Ik heb gevraagd wat dat woordje (nog) betekent, maar krijg geen antwoord meer.”
‘Samenvattend: Het Beltrumse veld is niet als weidevogelgebied op de kaart van de verordening opgenomen, wel in een ontwerpkaart. Het staat wel op de kaart van het Natuurbeheerplan als gebied waar we subsidies voor weidevogelbeheer openstellen. Het is dus een weidevogelgebied, maar dat weidevogelgebied kent (nog) geen planologische bescherming.’
Ook verstoot men tegen de regels van de Wet natuurbescherming die ‘het opzettelijk verstoren van vogels’ verbieden. Dit geld voor geheel Nederland. Windturbines hebben dit effect, het leidt tot permanent habitatverlies.”
Noise Pollution
De impact van windmolens op weidevolgels wordt onderschat, stelt Bouwhuis. “In 2020 gaf de WUR dit al in haar publicatie ‘Impact op weidevogels door windturbines wordt onderschat’ aan. Het is niet alleen de directe sterfte door aanvaring met de turbines van bijvoorbeeld baltsende vogels, maar ook de indirecte sterfte als gevolg van ‘noise pollution’. Door het toegenomen omgevingsgeluid gaat de communicatie tussen ouders en jongen verloren met als gevolg dat predatoren meer kans maken.”
Vooral de wulp gaat volgens hem de komst van windturbines merken, omdat zij hun nesten verder uit elkaar hebben liggen dan bijvoorbeeld de kieviet. Zij hebben meer ruime nodig die echter afneemt door de bouw van de windturbines. Algemeen geldt straks dat de negatieve effecten als gevolg van windturbines op de populaties niet te compenseren zijn, aldus Bouwhuis. Hij geeft tot slot de provincie gevraagd een ecologisch onderzoek te doen in de broedmaanden april/mei, zodat een goede indruk kan worden verkregen. “Het is jammer als de plannen doorgezet worden. We hebben de afgelopen jaren hard gewerkt met onder meer de boer en de loonwerker om de weidevogel te beschermen. Dat mag niet verloren gaan.”
Goedkope wind wordt duur
In zijn protesten naar de overheden werd Bouwhuis bijgestaan door Klaas Bron uit Eefde-West. Deze wees hem onder meer op een artikel uit het Financieel Dagblad getiteld ‘Goedkope wind wordt duur’. Daarin staat dat ‘wind op land sinds jaren 70 significant afneemt met circa 0.5 % (zie KNMI).’ Een business case voor 20 jaar geeft een verminderde opbrengst van 28 procent energie. De vraag is ook als het niet meer rendabel blijkt, wie de verwijderingskosten van de chemische vervuiling van het landschap betaalt. De overheid of de burger.












