
Bosbeek en Harmsbeek niet meest aansprekende beken; wel waardevol cultuurhistorisch bezit
NatuurWINTERSWIJK - We staan er niet vaak bij stil, zo gewend zijn we eraan, maar als Winterswijk bij natuurliefhebbers ergens om bekend staat, dan zijn het wel zijn prachtige, natuurlijk aandoende beken. Zoals de Bosbeek en Harmsbeek.
Door Ronald van Harxen
In het oosten van Ratum lopen twee beekjes waarvan weinigen het bestaan zullen kennen: de Bosbeek en de Harmsbeek. De laatste is genoemd naar boerderij Harmshuus waar de beek direct na het begin vlak achter langs loopt. De naam Harmshuus is van recente datum. Voorheen stond de boerderij bekend als Mensink. Als zodanig werd deze al genoemd in het verpondingscahier uit 1647. De oudste vermelding dateert zelfs uit 1299. Of de voornaam van een van de Mensinks op enig moment overging op de boerderij?
De naam Bosbeek is weinig specifiek, maar zal verwijzen naar de bosjes waar hij doorheen loopt en die ten tijde van de ontginning in de jaren dertig zijn aangeplant. Beide kruisen kort na hun begin de Ratumseweg, om bij de Sellinkweg bij elkaar te komen en gezamenlijk het laatste stuk af te leggen. Net voor de Veldboomweg voegt de beek zich bij de Ratumsebeek.
De Harmsbeek is de oudste van de twee. Delen ervan zijn al zichtbaar op kaarten uit de tweede helft van de negentiende eeuw. Het tracé werd later verlegd en de beek werd naar achteren verlengd. De onnatuurlijk aandoende knik tussen Harmshuus en de fraaie scholtenboerderij Broerink dateert uit de eerste helft van de jaren zestig toen de beek werd verlegd en een aftakking naar boerderij Hericks werd dichtgegooid. Tegenwoordig is het een vrij saaie beek, te midden van intensief agrarisch land. Op de oevers staat fluitenkruid, een soort die in onze streken sterk heeft geprofiteerd van de toegenomen bemesting. Het laatste deel loopt door een bosje en langs een bosrand; de oevers zijn begroeid met wijfjesvaren. Hier heeft de beek een wat natuurlijker karakter.
De Bosbeek is van latere datum, mogelijk begin twintigste eeuw. Hij is verbonden met de ontginning van de heidevelden die van oudsher ten noorden van de scholtenboerderij Sellink lagen. Goed is dat te zien waar de Bosbeek, net voordat de Harmsbeek zich erbij voegt, diep ingesneden en kaarsrecht in het landschap ligt. Blijkbaar was het daar een stuk natter toen de beek werd gegraven. De beek ‘ontspringt’ oostelijk van de Ratumseweg, vlak bij de lange oprit naar boerderij Herickshaar. Opvallend is dat deze boerderij al in 1890 wordt genoemd, maar pas in 1930 op de kaart verschijnt.
De langgerekte, enigszins bollende strook oud bouwland ‘de Hoge Haar’ die er vlakbij ligt en ook nu nog goed herkenbaar is, lag aanvankelijk als een enclave in de heide. De bouwkamp was begin negentiende eeuw eigendom van Lambertus Heerk(u)s die dichtbij op boerderij Hericks woonde. Al te beste grond was het blijkbaar niet; het viel in bouwlandklasse vier, met een belastbare opbrengst van slechts zes gulden per hectare. Ter vergelijking: de belastbare opbrengst van bouwland in klasse een werd toen op 26 gulden geschat. Overigens: de omringende heide (klasse 2) werd slechts op een opbrengst van veertig cent per hectare geschat.
Van de eertijds uitgestrekte heidevelden resteert nu nog slechts een snippertje, weggedrukt tegen de grens met Duitsland. Het grasland dat de Bosbeek kort na het bosgebiedje langs de Sellinkweg oversteekt, wordt in de lengte doorsneden door de slechts gedeeltelijk toegankelijke zandweg die vanaf de Sellinkweg naar Broerink loopt. Het betreft een perceel dat in 1832 nog met
dennen was aangeplant die gaandeweg plaatsmaakten voor gras. Het verschil tussen beide delen is groot. Oostelijk van de zandweg is het intensief productiegrasland, glad en strak met alleen raaigras en een enkele paardenbloem. Het westelijke deel bestaat uit oud, weinig bemest grasland zoals dat vroeger overal voorkwam. Op veel plekken staat reukgras, het gras dat verantwoordelijk is voor de geur van ‘ouderwets’ hooi. Voorheen stonden graslanden er vol mee, nu vind je het alleen op de weinige plekken die niet of nauwelijks bemest worden. Tussen het gras staan kruipend zenegroen en echte koekoeksbloem, beide kensoorten van weinig bemeste, drassige gronden.
Zowel de Bosbeek als de Harmsbeek behoren niet tot de meest aansprekende beken van Winterswijk. Toch is ook hun geschiedenis onlosmakelijk verbonden met de wording van het Winterswijkse cultuurlandschap en vormen ze een waardevol cultuurhistorisch bezit.










