
De Boven Slinge: kroonjuweel
NatuurWINTERSWIJK - We staan er niet vaak bij stil, zo gewend zijn we eraan, maar als Winterswijk bij natuurliefhebbers ergens om bekend staat, dan zijn het wel zijn prachtige, natuurlijk aandoende beken. Zoals de Boven Slinge. De laatste in deze serie.
Door Ronald van Harxen
De Boven Slinge is wel de bekendste beek van Winterswijk en vanwege zijn natuurlijke karakter en meanderende loop volgens velen ook de fraaiste. Het is een van de weinig Winterswijkse beken met een natuurlijke oorsprong. De Boven Slinge is geen exclusief Winterswijkse beek, maar de interessantste delen liggen wel in onze gemeente.
De bron van de Boven Slinge ligt in Duitsland, in de buurtschap Estern, net iets onder Stadtlohn, op een hoogte van 54 meter. Van daaruit stroomt die Schlinge 14,5 km westwaarts om bij Oeding/Kotten de Nederlandse grens te passeren. Het eerste stuk vanaf de grens werd in het verleden om die reden ook wel de Oedingsebeek genoemd. Direct na binnenkomst kruist hij bij de Gelinkbrug eerst de Vosseveldseweg en bij de Aalbrinkbrug de Kottenseweg. Vanaf daar was in het verleden de naam Grote beek gangbaar, ter onderscheid met de Kleine beek (Oosinkbeek). In het Aalbrinkbos komen beide samen.
Vervolgens stroomt hij onderlangs de Kottenseweg door om bij de Rietbrug deze weer over te steken en links af te buigen richting het Stemerdinkbos. Een kleine kilometer later kruist hij bij de Huitinkbrug opnieuw de Kottenseweg om door het Buskersbos zijn weg te vervolgen richting de watermolen bij Den Helder. In totaal kruist hij dus drie keer de Kottenseweg; je kan zomaar denken met drie verschillende beken te maken te hebben. Hij slingert zich als het ware om de Kottenseweg heen, zijn naam eer aandoend. Bij de Berenschotmolen in het Woold bereikt hij de Bekendelle. Daarna stroomt de inmiddels rechtgetrokken beek via Miste, Bredevoort, Aalten en Varsseveld naar Westendorp waar hij verdergaat onder de naam Bielheimersbeek. Tussen Gaanderen en Doetinchem mondt die uit in de Oude IJssel. Dan heeft hij vanaf de bron 54 kilometer (hemelsbreed 43 km) afgelegd en een hoogteverschil van 42 meter ‘overwonnen’.
Het deel tussen de Duitse grens en de Misterweg kent gedeeltelijk nog een min of meer meanderend verloop en is ecologisch het meest waardevol. Vooral waar hij door houtwallen en bossen zoals het Stemerdink, het Buskersbos en de Bekendelle loopt, is de natuurwaarde groot. In Duitsland slingert die Schlinge nog maar weinig en dat geldt in nog sterkere mate vanaf de Twee Bruggen verder westwaarts.
De aanduiding ‘Boven’ laat zich verklaren in combinatie met de Beneden Slinge bij Doetinchem. Ergens in de middeleeuwen werd de tot dan toe onbetekenende Bielheimersbeek door de broeders van het klooster Bethlehem (Beelhem, Bielheim) bij Gaanderen doorgetrokken naar de toenmalige Slinge iets ten westen van de Slangenburg (Slingeburcht), naar verluidt om de watermolen bij het klooster van voldoende water te voorzien. De Bielheimersbeek nam vervolgens een deel van de waterafvoer van de Slinge voor haar rekening. In de jaren zeventig van de negentiende eeuw vond opnieuw een grootschalige ingreep plaats toen de Slinge vanaf Aalten strakgetrokken werd en gedeeltelijk zelfs een nieuwe loop kreeg. Tussen Halle-Nijman en Westendorp werd het nieuwe tracé (treffend Waterleiding geheten) aangesloten op de Bielheimersbeek en werd de oorspronkelijke Slinge van zijn bovenloop beroofd. Voor het resterende deel richting Doetinchem kwam op enig moment de naam Beneden Slinge in zwang en het deel richting Winterswijk werd later de Boven Slinge genoemd. De naam Beneden Slinge(beek) is op de topografische kaart voor het eerst in 1936 terug te vinden. Het deel tussen Varsseveld en Aalten heette toen nog Aaltense Slinge. De naam Boven-Slinge verschijnt voor het eerst in 1966 op de kaart. Overigens mondt de Beneden Slinge net boven Gaanderen uit in de Bielheimersbeek, net voordat deze de Oude IJssel bereikt. Op deze wijze komt uiteindelijk alle Slinge-water dat bij Oeding ons land in komt toch weer samen.
De Boven Slinge kent duidelijk twee gezichten. Vanaf de grens in Duitsland slingert hij tussen de vele essen en kampen door op zoek naar een doorgang naar het westen. Goed te zien is dat bijvoorbeeld waar hij onder Winterswijk opeens afbuigt naar het zuiden om het hoger gelegen plateau (het Grote Veld) waar de Driemarkweg overheen loopt, te ontwijken. Het hoogteverschil met de lager gelegen Bekendelle bedraagt op sommige plekken wel tien meter. De snelle afvoer als gevolg van dit hoogte verschil vormde in het verleden de aanleiding voor een drietal watermolens. Twee daarvan (bij de Plekenpol en bij Berenschot) hebben de tand des tijds doorstaan, de derde (Broekmolen, waar de beek de Bekendelle verlaat) is helaas afgebroken. Vandaar perst hij zich door de smalle, laaggelegen strook tussen beide delen van de Brinkeres door om zich iets verderop tussen de Misteres en de Corlese-es door te wurmen. Maar vooral meer naar het oosten, in de Brinkheurne en Kotten, doet hij zijn naam eer aan. Het deel tussen de Aalbrinkbrug (ter hoogte van de kern van Kotten) en de Huitinkbrug waar hij de Kottenseweg oversteekt naar het Buskersbos, kende eind negentiende eeuw meer dan zeventig bochten, waarvan de nodige met een haarspeldachtig karakter. In de jaren dertig van de vorige en ook nog later zijn veel van deze bochten eruit gehaald, maar er resten er nog voldoende om een goede indruk te krijgen van hoe de beek er in zijn gloriedagen uit moet hebben gezien. Tijdens de grote beekverminkingsoperatie in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd de ecologische waarde van de Boven Slinge gelukkig ingezien en bleef de beek – net als de Ratumsebeek en de Willinkbeek – gevrijwaard van grootschalige ingrepen. In recente tijd is op enkele plekken zelfs een voorzichtige hersteloperatie ingezet waarbij enkele nieuwe bochten zijn aangelegd. Een mooi voorbeeld is de omgeving van de Rietbrug waar de sloop en sanering van de voormalige kippenslachterij Grijsen in 2007 mogelijkheden voor natuurontwikkeling bood. Ook aan de overkant van de weg is toen een fraaie ‘slinger’ in ere hersteld.
Nadat de Boven Slinge in Miste de Misterweg heeft gekruist, verandert hij van karakter en heeft hij veel weg van de rechtgetrokken Groenlose Slinge. Wel slingert hij eerst nog met een grote boog om de hoger gelegen Mister Enk heen (met daarop de centraal gelegen Meenkmolen), maar vanaf het laaggelegen Bredevoort richting de Oude IJssel komt hij weinig obstakels meer tegen en meandert hij al van oudsher veel minder. “Beekverbeteringswerkzaamheden” in latere jaren deden de rest.
De geschiedenis van de Boven Slinge is nauw verbonden met de kern Winterswijk. Tienduizenden jaren waterde de Vosseveldse beek af op de Boven Slinge. Door rondstuivend duinzand (we zitten in de laatste ijstijd) raakte deze verbinding geblokkeerd en zocht de beek een andere weg, naar het noorden. Zo ontstond de Whemerbeek. In het begin van de zeventiende eeuw of nog wat eerder werd deze bij wat nu het strandbad is, afgedamd om de watermolens in de Boven Slinge van voldoende water te voorzien. Deze nam nu het grootste deel van de waterafvoer voor haar rekening. De Whemerbeek verpieterde tot het smalle stroompje dat het nu nog steeds is. Mogelijk was ook het doel om het dorp en de direct aan de beek grenzende landbouwgronden te vrijwaren van wateroverlast. De restanten van die operatie zijn nog te zien in het Buskersbos waar net voordat de beek onder de Borkense Baan doorgaat een zandige wal de beek begeleidt. Deze zou toen opgeworpen zijn om te voorkomen dat de beek buiten zijn oevers zou treden. Dat die vrees niet overbodig was, bleek onder andere in 1861,1928 en 1946 toen de beek door hevige regenval zijn oude bedding weer opzocht en het halve dorp onder water zette. Ongetwijfeld is dat in de eeuwen daarvoor ook met enige regelmaat gebeurd. De gebeurtenissen van 1946 waren aanleiding de hoge, aarden wal op te werpen die nu aan de noordzijde van de beek loopt. In 1969 was er opnieuw paniek toen half februari de dooi inzette en het smeltwater een uitweg zocht. Bij de toenmalige textielfabriek de Batavier aan de Zonnebrink lagen 2000 zandzakken klaar om het water buiten te houden, mocht dat nodig zijn. Gevreesd werd dat ook de Slinge buiten haar oevers zou treden. Het waterschap had eerder geconstateerd dat de dijk een halve meter was verzakt. “Wat er dan allemaal gaat gebeuren is niet te voorspellen” aldus een artikel in de Nieuwe Winterswijkse Courant van 19 februari 1969. Waarschijnlijk liep het met een sisser af, want de dagen erna werd er niet meer over gerept.










