Afbeelding

Tachtig jaar in angst

Opinie

Voor een verhaal in deze krant was ik onlangs in het Nationaal Museum Tachtigjarige Oorlog in Groenlo.

Nationaal? Groenlo? Jazeker. Niet in de Randstad, nee, ‘gewoon’ in de Achterhoek. Dat is opmerkelijk want als ik aan De Opstand denk, komen ronkende verhalen over Den Briel, Leiden en Alkmaar naar boven.

Dat is in mijn geval niet zo gek. Ik kreeg geschiedenis op de lagere school in Naarden en daarin werd de oorlog bekeken door de Hollandse bril. In de protestantse geschiedschrijving werd de overwinning van de Republiek (lees Holland) op Spanje gezien als een overwinning van het calvinisme op het katholicisme en van David op Goliath.

Hoe de mensen het elders in de Republiek of in Brabant tijdens de oorlog verging? Geen idee, er werd met geen woord over gerept. Net zo min als over de graven Van den Bergh, toch belangrijke seigneurs in deze regio (ze waren ‘fout’ omdat ze meevochten met de Spanjaarden).

Gelukkig wordt dat scheve beeld rechtgezet in de Oude Calixtuskerk in Groenlo, waar het museum is gevestigd. Het verhaal van de Tachtigjarige Oorlog wordt op een interactieve manier verteld, vanuit meerdere invalshoeken. De verschillende standpunten worden weergegeven door Willem van Oranje, Margaretha van Parma en Filips II.

Terwijl de oorlog in het westen ‘maar’ enkele jaren duurde (Alkmaar werd één keer belegerd terwijl Groenlo, toen Grol geheten, dat vijf keer moest meemaken) waren andere delen van de Republiek veel langer strijdtoneel met alle gevolgen van dien. De mensen leefden tachtig jaar in angst. Ze konden geen kant op. Elk jaar kwamen zowel de Spanjaarden als de Staatsen (opstandelingen) en eisten geld, zogenaamd om hun boerderij te beschermen. De boer had dan wel een bewijs op papier dat er voor bescherming betaald was maar daar trok geen soldaat zich iets van aan tijdens plundertochten.”

Daardoor trokken steeds meer mensen weg, de streek raakte ontvolkt. In Ruurlo woonden op een bepaald moment nog maar drie mensen, in Varsseveld liepen de wolven door het dorp. De armen vluchtten naar de moerassen, de rijken naar de stad.

De veelgeprezen Willem van Oranje, waarvan begin 2026 een musical in première gaat, was hier niet populair. Zo heeft de Vader des Vaderlands opdracht gegeven alles achter de IJssel te vernietigen, dorpen en boerderijen in brand te steken en waterputten te vergiftigen opdat er niets te halen viel voor de Spanjaarden. Ook zijn zoon Maurits heeft twee maal de tactiek van de verschroeide aarde toegepast.

‘Mon Dieu, ayer pitié de ce pauvre peuple’ (’God, ontferm u over dit arme volk’) moet Willem als aan het eind van een Hollywood-film hebben geroepen toen hij werd vermoord in Delft. Denk niet dat hij met ‘pauvre peuple’ toen aan de bevolking van de Achterhoek dacht waar zijn troepen rampokkend en brandschattend doorheen waren getrokken.

Hoe het ook zij, er is genoeg te zien en te beleven in het museum. Je krijgt een genuanceerd beeld van wat zich hier tussen 1568 en 1648 heeft afgespeeld.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant