Column Ria Tuenter
Column Ria Tuenter

Oog voor de natuur

Opinie

Er zijn van die momenten waarop je als moeder denkt: hoera, ergens is het toch goed gekomen. Dat gevoel kreeg ik een paar weken geleden toen ik een appje kreeg van onze jongste zoon. Net 31 jaar, vader inmiddels, druk leven, volle agenda. Uit het niets schreef hij: “Moet je kijken mam hoe mooi de bloemen bloeien bij onze oude basisschool.” Mijn hart maakte een sprongetje. Want dezelfde jongen die mij nu spontaan een bloesemfoto stuurt, was ooit een puber die volledig blind was voor alles wat groeide, bloeide of ritselde. De bloemen en bomen in onze tuin waren totaal niet interessant. De hangmat die tussen de platanen hing, boeide hem veel meer. Ik herkende het trouwens pijnlijk goed.

Als puber had ook ik weinig met de natuur. De oude perenboom voor ons huis, was in de zomer een grote ellende. Onder die boom stikte het van de wespen die zich laafden aan gevallen, rottende peren. Je kon er niet fatsoenlijk langs lopen zonder de angst om gestoken te worden. En de stoofperen die mijn moeder van de goeie exemplaren maakte, maakten het bijna nog dramatischer. Ze waren zacht, glibberig en het stukje waar het klokhuis had gezeten voelde ruw aan je tong. Brrr, dat mondgevoel, zo ranzig.

Ook de voortuin, d’n hof, kon me niet bekoren. Keurig op gelijke afstand van elkaar stonden daar de afrikaantjes. Rijtje hier, rijtje daar. Ik vond het spuuglelijk. En waarom in vredesnaam zoveel ruimte ertussen? Je bleef aan het schoffelen. En ze stonken ook nog. Kortom: natuur was iets waar je last van had. Of waar je moeder blij van werd, wat minstens zo verdacht was.

Jaren later krijg ik zelf een tuin. Zonder perenboom en afrikaantjes. Maar wel met grote hortensiastruiken, heerlijk geurende jasmijn en veel, heel veel wilde bloemen. Van lieverlee leer ik te genieten van hoe alles zich, heel dankbaar, weer aandient na een koude winter. Mijn favoriete seizoen is dan ook het voorjaar. Als alles letterlijk weer tot leven komt. De tuin krijgt kleur en dat heeft een positieve uitwerking op mijn gemoedstoestand.

Gelukkig heeft de natuur geduld. Ze wacht rustig tot we er oog voor hebben. Geen haast, geen oordeel. Elk jaar opnieuw die bloesem, of we nu kijken of niet. En dan, uit het niets, stuurt je volwassen kind een foto van bloeiende bomen. Ineens ziet hij hoe prachtig de prunussen bloeien. En neemt hij ook nog de moeite om daar een foto van te maken om naar mij te sturen. Alsof hij opeens met een ander filter naar de natuur kijkt. Niet vluchtig, niet per ongeluk. Alsof hij wil zeggen: mam, ik zie het nu ook. Echt!

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant