
Verkoopklaar
Opinie ZutphenIk loop briesend door het huis met alle accessoires die me lief zijn. Prop dingen binnen kasten en in laden, weet niet meer waar ik alles nog moet laten en ben het overzicht vergeten te bewaren. Het is geen sinecure je huis verkoopklaar te maken, ik mopper dat ze je vragen de ziel eruit te halen. Vind de Funda-foto’s onpersoonlijk en smetteloos geworden en raas dat het met creativiteit niets heeft te maken.
Jij vraagt je af wat mij zo stresseert terwijl ik dat als een persoonlijke aanval interpreteer. Net zoals ik het niet hebben kan dat mijn tekenen aan deze wand ook moeten wijken omwille van het inbeeldingsvermogen van een ander, liever heb ik dat hier niets verandert; dat men op de schappen en in de vensterbanken ziet wie we zijn, gniffelt om kwinkslagen en eigenheid, onze plek bewaart als een eiland in de tijd.
Nu snap ik best dat wij het zijn die besluiten ergens anders aan te meren, maar om dat nu met zoveel oppervlakkigheid te eren.. ’t Is misschien vanwege mijn werk en de wil de dingen te lezen; het reliëf in de gekozen print en hoe een groef het licht weer vindt. Dat het ons zo past zolang te hebben getwijfeld over het nisje in het toilet en wat we er uiteindelijk in hebben gezet. Dat we gelaten niets boven het bed hebben gehangen, daar we niet konden kiezen en ik dat altijd prima heb gevonden. Alhoewel nu dus niet meer, nu wil ik er eigenhandig nog een schroef in jagen om het eigener te maken. Als tegenhanger van deze doorsnee weergave.
Ik vind het heerlijk om door huizen van anderen te dwalen, kom er verhaal halen omwille van de liefde, snuif er kleur op, keuzes, routes en ontdekte al wat fluctueerde van onbevlekt tot gekte. Zeg dan zowel tactisch als hoognodig te gaan plassen en maak geruisloos foto’s van prullaria en planken.
Merk op dat er een tas hangt tussen klink en balustrade, als ware het een traphek dat men niet heeft hoeven plaatsen. Zie dat de scheurkalender achterloopt en hoe dat bij de chaos past, kan pas op m’n tenen bij het haakje voor mijn jas. Zie muren zo groen als ze zelf niet meer zijn, mensen achter glas die zijn bevroren in de tijd, ontwaar krabpaal tot aan feestmaal, taal en materiaal, een aanrechtblad dat net te laag, maar nog wel functioneert, boeken die op kleur staan of gealfabetiseerd, vind verbanden tussen wanden en wie ze heeft gesausd, wil het weten, lezen, proeven, alvorens ik ze trouw.
Ons verhaal ligt achter deuren, in vuilniszakken, dozen, straks zullen hier vreemden door de resten komen lopen. In de flarden van ons leven, door dit reine paradijs, door niets en ons omgeven, langs dit eiland in de tijd.
En als ze zijn verdreven, pak ik alles er weer bij.










