
De wandelstokken
Opinie Aalten DinxperloAnsichtkaartjes stuurden opa en oma nooit. En áls ze er al eentje hadden gestuurd, hadden we waarschijnlijk een team van linguïsten moeten inschakelen om hun archaïsche handschrift te ontcijferen. Wat we wél kregen waren kleine souvenirs, soms voorzien van het klassieke, nostalgische rijmpje dat vroeger in Duitsland en Oostenrijk op wandbordjes, pijpenkoppen en allerlei andere souvenirs stond:
An diesem schönen Platz habe ich an dich gedacht,
und dir dieses Andenken mitgebracht.
In plaats van ansichtkaartjes kregen we dus meegebrachte cadeautjes. Op een mooie dag waren dat zelfs twee wandelstokken: één voor mijn broertje en één voor mij. Wij renden natuurlijk veel te hard om al kalmpjes en beheerst met een wandelstok rond te ‘spatzieren’. We vroegen ons dan ook lachend af wat we er in vredesnaam mee moesten. We konden er natuurlijk mee schermen. Dat duurde alleen niet zo lang, want onder aan de wandelstok zat geen rubberdop, maar een scherpe metalen punt. Om een bezoek aan de oogarts te voorkomen hebben we die riddergevechten op dringend advies van onze ma maar snel gestaakt.
Het leuke van zo’n wandelstok was echter dat er na bijna ieder tripje van opa en oma een nieuw metalen schildje bij op kwam. Ze brachten zo’n plaatje mee in een klein papieren zakje, samen met twee minuscule spijkertjes. Zodra ze thuiskwamen, wilden we natuurlijk meteen weten wat ze hadden meegebracht. Opa vertelde over de bergen en groene weiden alsof ze hoogstpersoonlijk bij Heidi en Peter hadden gelogeerd. Opa zal vast het een en ander uit z’n dikke duim hebben gezogen want hij vertelde graag en met humor. Oma bleef maar lachen en schudde af en toe haar hoofd. Vervolgens pakte opa een hamertje en tikte de twee nieuwe schildjes zorgvuldig op onze wandelstokken.
Dat was een precies werkje, want ze moesten netjes onder de andere plaatjes passen. Steeds kwam er weer een nieuw schildje bij en langzaam groeiden de stokken vol met plaatsnamen, stadswapens, kerkjes, kastelen en berglandschappen. Iedereen die ‘t stokkie zag, moest wel denken dat wij half Europa te voet hadden doorkruist. In werkelijkheid waren wij gewoon thuis gebleven en hadden opa en oma de kilometers gemaakt. Nou ja… de plaatsen bezocht.
Zonder dat we het beseften, werden die eenvoudige wandelstokken steeds waardevoller. Ieder plaatje was een herinnering aan een uitstapje van opa en oma en aan de aandacht waarmee ze altijd iets voor ons meenamen.
Waar die wandelstokken gebleven zijn, weet ik helaas niet. Ik heb geen flauw idee zelfs. Ik kan me vaag herinneren dat we ze achter het huis als doelpalen in het gras gedrukt hebben, want we waren daar altijd fanatiek aan het voetballen. De heg is volgens mij nog steeds niet helemaal bekomen van alle kanonskogels die hij te verduren kreeg.
Ik zocht een slotzin, maar bedacht me: weet je wat? Ik ga in de voetsporen van mijn grootouders treden en aanstonds wandelen op het Wodanseikenpad bij Wolfheze. Pas onderweg besefte ik ineens dat ik inmiddels ongeveer de leeftijd heb waarop mijn grootouders vroeger al zo stok-oud leken.
Tekst: Rocco Ostermann










