Afbeelding

Column De Buitenstaander: Vraag aan Ron Jans

Opinie Aalten Dinxperlo

Laatst kreeg ik de vraag van talentverbinder Richard Jongetjes: ‘kun jij een vraag verzinnen voor de voetbaltrainer Ron Jans? Hij is ambassadeur voor het project Music & Memory. Jij bent muzikant en ook voetballer geweest bij De Graafschap.’ ‘Keeper was ik,’ antwoorde ik, ‘en ‘t had allemoal nie écht ‘n böksken an, K-heb al vri-j vlot de keepershansen an de wilgen ‘ehangen.’ ‘Ok, maar je kan wel een vraag verzinnen?’ ‘Zeker wel...’
Maar wat? Na een tijdje moest ik denken aan die avond dat ik in tv-programma Bar Laat was en dat Hans Kraaij jr., de SBS6-spraakwaterval, tijdens een item over voetbal zei dattie niks met keepers had. Ik hoorde mezelf ontstemd grommen. Hij hoorde het, keek me aan en zei: ‘Oh, dat zie jij anders?’ ‘Nogal,’ antwoorde ik droog, maar ik zat er natuurlijk voor iets anders, dus dacht: zeg maar niet wat je écht denkt.
Maar hoe haal je het in je hoofd om doodleuk te zeggen dat je ‘niks met keepers’ hebt? Bij iedere goal is een keeper betrokken. Dat alleen al lijkt me voldoende reden om er wél iets mee te hebben.
Het was een lange dag, ik was moe en begon lichtjes te trillen van zoveel narrigheid, maar ja, ik zei het al: het ging niet om de mening van meneer Rocco. ’s Avonds op weg naar huis moest ik denken aan iets wat mijn pa me ooit vertelde over een Spaanse keeper genaamd Ricardo Zamora. Sinds ik zelf niet meer keep, ben ik alleen nog maar beter geworden in de verhalen, die steeds sterker verteld werden. Nou, met Zamora is het helemaal prijs. El Divino noemde men hem. De goddelijke. Hij was honderd jaar geleden de beste doelman ter wereld. Ik heb keepers altijd unieke persoonlijkheden gevonden en ook dát irriteerde me aan die opmerking van Hansi. Zamora was de eerste van al die unieke en soms ook ludieke keepers. In tegenstelling tot de in Spanje zo populaire stierenuitdagers, de torero’s, bleek Zamora de jonge matador op het moment van de waarheid nooit een stap opzij te zetten, maar stelde zich op als schietschijf. Sierlijk en stoer wierp hij zich bij elke dreiging voor de voetbalschoenen van zijn opponenten.
Waar in de Angelsaksische wereld vooral de trefzekere spitsen werden geroemd, was de keeper vaak de kop van jut. De goalie moest naast de poeiers van de tegenstanders vaak ook het hoongelach van het publiek trotseren. De Spanjaarden echter herkenden in het keepen de kick van de eenzame blootstelling aan gevaar, het oog in oog staan met de vijand.
Zamora, met zijn sensationele speelstijl, was Rock and roll avant la lettre, want naast dat hij een goddelijke goalie was, rookte hij ook nog drie pakjes sigaretten per dag, was verslaafd aan cognac en bezat ook een flinke dosis sterallures toen hij tijdens een promotietour door Zuid-America blufte dat de eerste speler die hem zou verschalken, op kosten van de Spaanse voetbalbond een huis zou krijgen!
Niet voor niets draagt de prijs voor de minst gepasseerde keeper in Spanje nog altijd zijn naam: de Trofeo Zamora.
En dat nu mijn vraag aan Ron Jans: wat is volgens jou de meest flamboyante keeper die het dichtst in de buurt van een rockstar komt?
(nb. Ron Jans komt 15 oktober naar De Pol in Aalten tijdens het programma ‘Voetbal, muziek & memory’, waar ik antwoord krijg op mijn vraag.)

Tekst: Rocco Ostermann

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant