
Als wethouder had Emmeke Gosselink onder meer wonen en ruimtelijke ordening in haar portefeuille. Foto: Luuk Stam
Emmeke Gosselink zwaait af: ‘Mijn opvolger kan vaak de bouwhelm op gaan zetten’
Politiek Hengelo SteenderenSteenderense zet na vier jaar een punt achter haar wethouderschap in Bronckhorst
Door Luuk Stam
HENGELO – Met de gemeenteraadsverkiezingen van komende week voor de deur (woensdag 18 maart) komt voor Emmeke Gosselink (45) het einde van haar wethouderschap in zicht. Eind vorig jaar maakte ze al bekend afscheid te nemen. Nu blikt de geboren en getogen Steenderense in haar kantoor in het gemeentehuis in Hengelo terug. In haar portefeuille had ze als wethouder onder meer wonen en ruimtelijke ordening. Onder haar leiding kregen heel wat woonplannen vorm. Zo’n 400 huizen zijn er al opgeleverd, ruim 1.800 zitten er in de pijplijn.
Op het vlak van wonen in de Achterhoek was Gosselink eerder al werkzaam als strategisch adviseur van een woningcorporatie. In die rol werkte ze geregeld samen met de gemeente Bronckhorst, als wethouder was ze er de voorbije vier jaar volop deel van. Dat gebeurde in eerste instantie namens Gemeentebelangen Bronckhorst (GBB). Nadat die partij begin vorig jaar uit de coalitie stapte, zette Gosselink haar werk als wethouder voort, namens coalitiepartijen CDA, PvdA, VVD en D66.
Best een bijzondere gang van zaken, toch?
“Ja, dat was het zeker. De nieuwe coalitie vroeg of ik door wilde gaan. Dat was heel mooi. Dat vertrouwen heeft mij goed gedaan. En ik wilde het zelf ook graag. Anders zou een jaar voor de verkiezingen een deel zijn stilgevallen, daar help je de inwoner ook niet mee.”
Uw verhaal was direct bijzonder, want u startte in 2022 zonder enige politieke ervaring.
“Dat klopt. Al had ik vanuit de corporatie al veel met gemeenten te maken, de politiek was geen onbekend terrein. Het is wel anders als je er zelf middenin staat. Maar het belangrijkste: alles wat je hier doet, is ongelofelijk maatschappelijk relevant. Dat is mijn drijfveer geweest. De generaties voor mij hebben veel maatschappelijk bijgedragen. Mijn vader en moeder, mijn opa’s en oma’s, ze zijn of waren allemaal heel actief in het verenigingsleven. Toen ik hier wethouder kon worden, dacht ik: dit is voor mij het moment. Uiteindelijk ben ik super blij dat ik dit heb kunnen doen. En ik ben trots op wat we hier samen hebben neergezet.”
Waar bent u het meest trots op?
“Als ik zie wat voor team er nu staat, aan kennis en kunde op het gebied van wonen. Maar ook de visies en beleidskaders die we samen hebben opgesteld. Dan denk je misschien: pfff.. Maar het is zó nodig om nieuwe projecten opgang te helpen. Het is fantastisch als je dan resultaat ziet. Zoals bij Het Loo in Zelhem, waar de bouw al is opgestart. En in relatief korte tijd, dat kan alleen maar als we niet naar de Raad van State hoeven. Als inwoners hun omgeving zien veranderen, maar ook andere mensen een woonplek gunnen.”
Niet overal gaat het zo soepel. Kijk naar het plan voor Hiddinks Weide in Hengelo, waar een groep omwonenden zich nog altijd sterk maakt tegen de komst van een nieuwe wijk.
“Je kunt niet alle weerstand wegnemen, het is ook een recht van mensen om in beroep te mogen gaan. Natuurlijk had ik liever gehad dat we ook in Hengelo al aan het bouwen waren, maar er ligt een sterk plan. Dat laat ik met een gerust hart achter. Zo ligt op meerdere plekken nu de omgevingsplanprocedure op tafel, zijn in principe alle stappen gezet om snel met de bouw te kunnen starten. Mijn opvolger kan dan ook vaak de bouwhelm op gaan zetten. En zelf ben ik nog steeds inwoner dus ik zal het zeker blijven volgen.”
U woont hier zelf al heel uw leven. Als wethouder kwam u ook meermaals bekenden tegen, die soms pal tegenover de gemeente kwamen te staan, zoals bij de opvanglocaties voor minderjarige vluchtelingen in Hengelo en Vorden. Hoe heeft u dat ervaren?
“De commotie rondom de besluitvorming voor de AMV-locaties, dat was niet ok. Dat vond ik heel heftig. Mensen zien jou ook als verantwoordelijke. Voor mij is vooral steeds de vraag geweest: hoe kunnen we in gesprek blijven? De gemeente is de overheid die het dichtstbij de inwoners staat. Dat is heel mooi, maar soms ook ingewikkeld, zeker als er landelijk geen keuze wordt gemaakt. Dat merk je ook met de geitenhouderijen, wordt er wéér om een onderzoek gevraagd. Ik zie wat het met de geitenhouders doet, wat het met de omwonenden doet. Duidelijkheid is dan heel belangrijk. Soms kun je dat als lokale bestuurder niet geven.”
Dan was er ook nog de mogelijke komst van een munitiedepot in Toldijk in 2024. Dat kwam er niet, na een periode van veel onzekerheid en volop discussie. Hoe kijkt u daarop terug?
“Dat was niet gemakkelijk. Ik ben voor een groot deel in Toldijk opgegroeid. Mijn moeder had daar een bouwmarkt, mijn oma woonde daar. Dan sta je daar voor een volle zaal, met allemaal bekenden, waarvan je voelt dat ze collectief boos zijn. Waar ik dan ook met die mensen meevoel. Aan de andere kant hoort bij mijn ambt dat ik in het kader van algemeen belang moet acteren. Dat we met z’n allen veilig willen wonen in Nederland, dat er ruimte nodig is voor zo’n depot. Daarover moet ik wel in gesprek. Ik kan niet alleen maar de barricade op van: wij willen niks in Bronckhorst. Zo werkt het natuurlijk niet.”
Heeft u ergens in de afgelopen vier jaar een moment gedacht van: waar ben ik aan begonnen?
“Dat niet, in elk geval niet op die manier. Op die avond over het munitiedepot denk je wel even van: oh my, waarom doe ik dit ook alweer? Dat was met de AMV-locaties ook zo. Het verschil daarbij was dat ik daar ook vanuit persoonlijk en politiek oogpunt achter de keuze stond. Ik vind dat we de opvang van vluchtelingen met z’n allen moeten dragen, spreiden. Mensen kunnen laten inburgeren, een plek kunnen laten vinden, dat vind ik heel belangrijk.”
Terugkijkend op vier jaar als wethouder, wat zijn dan de mooie momenten die bijblijven?
“Dat is er niet specifiek één. Het zijn vooral de momenten waarop je heel erg met de inwoner in gesprek bent. Neem de kijkdag van een bouw met twaalf starters. Dan spreek je die jongeren aan het begin van hun wooncarrière, die helemaal blij zijn. Daar doe je het voor.”
Wat heeft voor u nu de doorslag gegeven om te zeggen: ik stop ermee?
“Ik ben een ontdekkingsreiziger, in figuurlijke zin. Ik vind het heel fijn om af en toe van omgeving te veranderen. Ik heb dit vier jaar gedaan, er staat veel klaar waar andere mensen mee verder kunnen. En voor mijzelf ben ik benieuwd naar de nieuwe rol waarin ik onze leefwereld een stukje mooier en socialer kan maken, naar een volgend hoofdstuk.”
Heeft u al een idee hoe dat eruit gaat zien?
“Nee, nog altijd niet. Weet je hoe dat voelt? Als een soort verliefdheid. Je gaat de onzekerheid in, maar dat spannende maakt het ook wel weer leuk. Natuurlijk laat ik hier ook veel mooie dingen achter, maar dat hoort bij keuzes maken.”
U sluit het wel met een positief gevoel af.
“Zeker, zeker. Kijk, er gebeuren minder leuke dingen, die ga ik niet missen. Maar we hebben echt een fijne omgeving hier, waarin we respectvol met elkaar omgaan. Bronckhorst is prachtig, de Achterhoek is prachtig. Ik zal ook altijd bij de regio betrokken blijven.”
Wat staat er nog op uw bucketlist?
“Poeh, dat weet ik echt niet. Ik geloof niet dat ik zo’n lijstje heb. Sowieso wil ik meer tijd met mijn dochter doorbrengen. En wat ik wel hoop, is dat ik wat ruimte krijg om weer meer met kunst en cultuur te doen. Ik houd héél erg van kunst. Ik heb zelf ook veel geschilderd, maar mijn penseel heb ik al jaren niet meer vastgehouden. Dat ik kunst en cultuur nog wat nadrukkelijker hier in onze samenleving zou kunnen brengen, dat zou ik heel gaaf vinden.”











