
Handbalarbiters in rap tempo naar top
SportULFT - De handbalscheidsrechters Tom Erinkveld en Rob Wiendels maken furore. Het Achterhoekse duo, zelf spelend bij handbalvereniging UGHV in Ulft, is als scheidsrechterskoppel wekelijks op het hoogste niveau actief. En dat terwijl ze pas zes jaar geleden voor het eerst een wedstrijd floten, op een schooltoernooi in Ulft. In gesprek over hun bijzondere samenwerking, de ambitie, ervaringen, het bewust laten lopen van een internationale carrière en hun culinaire ritueel op de terugweg na een gefloten wedstrijd.
Door Remko Alberink
Decor van het gesprek is sporthal IJsselweide in Ulft, en dat is niet toevallig. Het is de thuisbasis van UGHV en tussen kerst en oudjaarsdag steevast het decor van het Theo Geerts schoolhandbaltoernooi. “Hier hebben we elkaar zes jaar geleden ook getroffen en is het begonnen”, weet Wiendels (31 jaar uit Megchelen) zich te herinneren. “We kenden elkaar al, maar floten hier samen tijdens het schooltoernooi. Dat was een beetje uit nood geboren, ze zochten arbiters”, vult Erinkveld, ook 31 jaar en in Gendringen woonachtig, aan.
Het blijkt de start van een stormachtige carrière. Wiendels: “Dan word je eens gevraagd door een buurtvereniging en later kwam de vraag van de bond uit of we niet voor hen wilden gaan fluiten. Zo kwamen we in de kweekvijver terecht en begonnen we op het NK voor B-junioren.”
Daar werden talentvolle koppels getest. Fluiten ‘in de provincie’ gaat koppels vaak goed al af. “Maar dan mag je het ook eens in Amsterdam laten zien”, meent Erinkveld en duidt op de mondigheid van de westerlingen.
Rapporten
De beoordelingen voor het Achterhoekse scheidsrechters waren goed en in no-time maakten ze promotie. Erinkveld: “We hebben de eerste divisie overgeslagen en fluiten sinds 2,5 jaar op het hoogste niveau, de Nederlands-Belgische competitie die nu SHL (Super Handball League) heet. Ook fluiten we in de eredivisie van de vrouwen.”
In de SHL spelen de beste ploegen van beide landen. Dat kan zijn in Emmen, het sterk vertegenwoordigde Noord-Holland, handbalminnend Limburg of België. Wiendels: “We rijden altijd samen, om en om. Bijna altijd gaat de vader van Tom ook mee, dat is Frank.”
Onderweg vindt de voorbespreking plaats. “Dan bespreek je wie er staan opgesteld, wat we kunnen verwachten. En op de terugweg bespreken we de wedstrijd na. Wat er goed ging en wat er de volgende keer beter kan. Als het moet, zijn we tussen de duels door binnen vijf minuten bij elkaar om iets te bespreken. Sommige arbiterkoppels wonen een uur rijden bij elkaar vandaan, dat kost ze veel meer tijd.”
Verschillen
Beide arbiters verschillen in hun fluitgedrag. Wiendels: “Ik los het net iets vaker verbaal op dan Tom, die is er wat sneller klaar mee. Wat we moeten doen, is dat we beiden voor dezelfde situaties fluiten, dat we consequent zijn en een constante lijn fluiten. We hebben beiden een eigen taakgebied in het veld, dus we weten waar je in welke situatie op moet letten. Door langer te fluiten, leer je de spelers en speelsters ook beter kennen, en ook hun acties en trucjes.”
In het handbal is volgens de beide UGHV’ers best wat toegestaan, stelt Wiendels, inwoner van Megchelen. “We zijn een duo dat veel toelaat. handbal is een harde sport, het is geen korfbal.”
Wat helpt is dat de scheidsrechters met elkaar kunnen communiceren. Erinkveld: ‘Absoluut. En we hebben natuurlijk voor het eerst dit jaar zelf ook de handbal-VAR mogen meemaken.”
Deze wordt echter beperkt ingezet. “Dat kan in het handbal alleen bij het al dan niet geven van een rode kaart.”
Eer
De introductie van de handbal-VAR was overigens nog wel een dingetje. “We werden aangesteld voor de supercupwedstrijd tussen Aalsmeer en Volendam. Daar werd de VAR ook voor het eerst getest. Best wel spannend, want je fluit een mooie wedstrijd die best wel ergens om gaat, dat is een hele eer. Toch merkten we dat de bond ook graag die VAR zou testen, dan ga je onbewust toch zoeken naar situaties die zich daarvoor lenen.”
Soms hebben scheidsrechters ook mazzel, vervolgt Erinkveld. “Dan word je geholpen door de stand, de spelers of een coach. Het duo merkte dat die wedstrijd en de VAR-test ook een bepaalde spanning opriep. “Natuurlijk die wedstrijd alleen al, daarnaast is de NOS erbij die ook wat willen weten over die VAR natuurlijk. De VAR is bedoeld om excessen te helpen bestraffen.”
Stoppen
Het duo ziet zich nog jaren fluiten. Erinkveld: “Maar als de een stopt, stopt de ander ook. Samen uit en samen thuis, dat is wel een afspraak die we gemaakt hebben.”
De scheidsrechterscarrière van hen gaat dus als de brandweer, maar toch trapten ze zelf ook een beetje op de rem. “Vorig jaar werd ons gevraagd of we ook ambitie hadden voor het internationale podium”, herinnert Wiendels, in het dagelijks leven servicecoördinator bij Rolflex, zich. “Maar daar achten we ons te oud voor, we maken andere keuzes. Tom wordt binnenkort vader en internationaal fluiten betekent steeds drie dagen van huis, Een reisdag, een wedstrijddag en een terugreisdag. Dat heeft gevolgen voor thuis en daarnaast moet je het ook willen en qua werk nog weten te regelen.”
Erinkveld: “Je ziet dat jonge scheidsrechters van 17 en 18 jaar hun leven nog op een andere manier ingericht hebben. Die gaan daar wél voor, want vergeet niet dat je dan ook weer onderaan moet beginnen.”
Polen
Dat internationale begin kan overal zijn. “Bijvoorbeeld op een jeugdtoernooi in Polen bij de B-jeugd, waar weer anders wordt gespeeld dan in Nederland. De handbalbond had ons die kans willen geven, maar dan hadden we andere keuzes moeten maken. Uiteindelijk hebben we er daarom ook maar een paar dagen hoeven na te denken om het niet te doen. Dat zegt trouwens niet dat we niet meer willen groeien”, rept Wiendels. Zijn collega knikt instemmend: “Er valt voor ons nog genoeg te leren.”
Geen Europa dus, al lijken de wedstrijden in België wel op. “Soms moet je naar een plaats onderin België, net tien kilometer boven Lille. Dan fluiten we daar en nemen we op eigen kosten een hotel. Dat is namelijk toch wel vier uur rijden. Ik heb geen zin om tot drie uur ‘s nachts door te rijden”, stelt Erinkveld, in het dagelijks leven werkzaam bij Kramp in Varsseveld. Maar hoe lang de terugweg ook is, er wordt altijd minimaal een stop gemaakt. “Bij een vestiging van de Mac, dat is in al die jaren vaste prik geworden”, stelt Wiendels lachend.
Veranderd
Het respect voor handbalarbiters in het algemeen is de laatste twee jaar wel veranderd, meent Erinkveld. “Dat is net zoals in de maatschappij. Er wordt veel meer gezeurd en gezeikt in het veld, spelers en coaches zijn veel mondiger geworden. Ook het publiek schreeuwt van alles, maar je moet daar niet in meegaan.”
De status van scheidsrechter heeft niet het respect dat bijvoorbeeld een rugbyarbiter geniet. “Af en toen denk je wel bij jezelf dat je eigenlijk hartstikke gek bent dat je nog fluit.”
Daar staan de nodige complimenten dan tegenover. “Als mensen je bij het ontvangst aangeven dat ze blij zijn dat wij de wedstrijd mogen fluiten, dan is dat fijn om te horen”, geeft Wiendels op zijn beurt aan. “We doen normaal, dat blijkt gewaardeerd te worden.”
UGHV
Zelf spelen bij UGHV doet het duo weinig. “Als we een keer niet fluiten omdat een van ons een feest of trouwerij heeft, dan vragen we om een weekeinde niet ingedeeld te worden. Als dat zo is, kan de ander wel een wedstrijdje meespelen. We trainen wel twee keer in de week met de ploeg mee”, legt Wiendels uit. Erinkveld vult aan: “Hoe leuk handbal ook is, als je zaterdags ‘s nachts thuis komt van een wedstrijd fluiten, heb ik geen zin om op zondag nog naar Leeuwarden te gaan voor een wedstrijd. Als het een thuiswedstrijd is, komt het al beter uit.”
Toch zijn beide handballiefhebbers, al beiden meer dan 20 jaar id van UGHV, en druk met de club. Erinkveld is bijvoorbeeld lid van de sponsorcommissie en Wiendels is voorzitter van de handbalvereniging. Veel opvolgers zien ze nog niet rondlopen. Voor hen was het schooltoernooi een mooi begin. “We proberen altijd kinderen en mensen te enthousiasmeren voor het scheidsrechtersvak.”
Hulp
Tot slot daagt het duo geïnteresseerden uit om ook eens te fluiten, het te ervaren. Erinkveld: “En we zijn makkelijk bereikbaar om vragen te beantwoorden of ergens te helpen.”
Het slotwoord is voor Wiendels, die voor het eerst dit gesprek zijn pet van UGHV-voorzitter opzet. “Mijn wens voor 2026 is dat we elkaar als buurtverenigingen helpen qua scheidsrechters. Je hebt een plicht om arbiters te leveren, want anders mag je geen duels spelen. Sommige clubs hebben het hier moeilijk mee, en dreigen veel boetes te krijgen. Laten we elkaar helpen.”








