Dominic Monasso. Foto: Bart Kraan
Dominic Monasso. Foto: Bart Kraan

Dominic Monasso uit Groenlo nu leraar van leraren kyokushin karate

Sport Groenlo

‘Het was een grote eer en een mooie kans, dus ik ben ervoor gegaan’

Door Bart Kraan

GROENLO - Dominic Monasso heeft onlangs een volgende stap in zijn loopbaan in het kyokushin karate gezet. De Groenlose karateleraar, in zijn actieve loopbaan een zeer succesvol karateka, daarna assistent-bondscoach, bondscoach en scheidsrechter, behaalde zijn vijfde dan en mag zich nu shihan in plaats van sensei noemen.

‘’Ik ben nu een leraar van leraren, een soort grootmeester die nu leraren opleidt’’, vertelt Monasso, die dat een bijzondere eer vindt. Met name vanwege zijn leeftijd. ‘’Ik ben nu 49, ben daarmee de jongste shihan van Nederland.’’

Monasso maakt nu deel uit van een groepje van zes shihans, van wie er opmerkelijk genoeg drie uit de Achterhoek komen. ‘’Deze streek vormt het zwaartepunt van het kyokushin karate. Mike te Braake heeft vorig jaar zijn vijfde dan behaald, Aloys te Braake, verre familie van Mike, heeft die al langer. Maar Aloys staat helaas niet meer elke week voor een groep, zoals Mike en ik. Hij fungeert nu meer als een cultuurbewaker.’’

Dat er zoveel karateleraren met een hoge dan-graad uit de Achterhoek afkomstig zijn, is eigenlijk te danken aan de verhuizing van shihan Tom van Elten van Rotterdam naar Groenlo in de jaren zestig. ‘’Hij had alles wat hij wist, geleerd van shihan Hollander, die na de Tweede Wereldoorlog vanuit Japan het kyokushin karate in Europa en Noord-Afrika groot heeft gemaakt’’, vertelt Monasso. ‘’Van Elten verhuisde destijds van Rotterdam naar Groenlo omdat hij op het kantongerecht ging werken. Hij heeft Michael van Vliet en Aloys te Braake opgeleid, die op hun beurt Mike en mij hebben getraind. Dat er nu twee actieve shihans in de Achterhoek wonen, is eigenlijk toevallig en uniek. Met ons zessen bewaken we de kwaliteit van het kyokushin karate in Nederland en de rest van Europa.’’

De manier waarop Monasso werd voorgedragen voor zijn vijfde, was opmerkelijk. Normaliter meldt de nationale bond van een land een karateleraar bij de Kyokushin World Federation (KWF) voor die eer aan, waarna die de voorgedragen sensei aan een soort onderzoek onderwerpt en hem dan toestemming geeft om examen te doen. ‘’Maar KWF-voorzitter shihan Antonio Pinero, met wie ik goed overweg kan, zei tegen me: ‘Jij hebt al negen jaar je vierde dan, wordt het niet eens tijd dat je voor de vijfde dan opgaat’. Hij heeft toen aangegeven dat Nederland een aanvraag moet doen. Dat heeft de nationale bond tijdens het zomerkamp in Papendal van vorig jaar gedaan.’’

Dat Pinero vond dat hij zijn vijfde dan moest behalen, kwam voor Monasso als een volslagen verrassing. ‘’Omdat ik voor een shihan relatief jong ben. Als shihan ben je toch een senior. Aan de andere kant: het is natuurlijk heel eervol, dus ik vond niet dat ik nee kon zeggen. Het was een mooie kans, dus ik ben ervoor gegaan.’’

De maandag na het zomerkamp van vorig jaar, heeft Monasso een plan de campagne gemaakt, waarmee hij naar zijn examen zou toewerken. ‘’Ik heb het aangepakt alsof ik naar het wereldkampioenschap zou gaan, de examendatum heb ik ook met stip in de agenda gezet. Ik ben gaan trainen op mijn vechttechnieken en op andere technieken voor onder meer de balans. Die vormen voor een karateka de wortels in de grond, die moet je echt beheersen en snappen.’’

Monasso deed daarbij een beroep op andere karateleraren als Paul Lorist uit Arnhem en Jeroen Zeegers uit Waddinxveen. Hij trainde met hen één op één. ‘’Zoals een jeugdig leerling die zich helemaal moet ontwikkelen. Die mannen konden precies aangeven waarin ik nog beter kon worden en mezelf moest ontwikkelen. Mijn doel was ook om te slagen met een tien, hoewel ik wel wist dat dat niet mogelijk zou zijn. Maar ik heb er alles voor gegeven en gelaten.’’

Omdat hij zich zo gedegen had voorbereid, stapte Monasso tijdens zijn examen vol vertrouwen de mat op. ‘’Ik was niet zenuwachtig. Tijdens de voorbereiding heb ik wel wat kleine blessures gehad. Maar ik had veel getraind en was dus bij een aantal andere leraren geweest’’, aldus de Groenlose karateleraar.

Het examen vond plaats tijdens het onlangs gehouden NKKO West-Europees Zomerkamp op Nationaal Sportcentrum Papendal, waarna karateka’s uit Nederland, België, Frankrijk, Spanje, Duitsland en Polen deelnamen. Tijdens het examen mochten de kandidaten onder toeziend oog van de examencommissie, bestaan uit shihans uit Spanje en Nederland en shihan Antonio Pereiro hun kunnen tonen op een vier uur durend technisch examen en het examen Kumite. ‘’Bij het technisch examen worden alle Kata en Kihon doorlopen, dat zijn allerhande technieken die de basis vormen voor een goede vechter. Als je die technieken goed beheerst, heb je een betere balans en overbrenging van kracht naar de gevechten.’’
Tijdens het onderdeel Kumite moesten Monasso en de andere kandidaten vijftig rondes van een minuut vechten. ‘’Hierbij speelt het mentale aspect een grote rol. De druk wordt ronde na ronde opgevoerd tot je eigenlijk een punt bereikt dat je wilt opgeven. Het is aan jou om aan te laten zien dat je jezelf over een drempel kunt helpen. Full contact vechten tegen een tegenstander wordt eigenlijk een gevecht tegen jezelf. Tegen de stem die zegt dat je op wil geven.’’

Maar Monasso bleef tijdens het Kumite overeind, zoals hij ook goed presteerde tijdens het technisch examen. En dus mag hij zich nu shihan noemen. In die hoedanigheid mag Monasso iedere maand tijdens bijeenkomsten met Nederlandse karate-leraren op Papendal zijn ervaringen met anderen delen en als klankbord fungeren. ‘’Ik ben dan een soort mentor en senior. Je kunt het vergelijken met een vader in een gezin. Kinderen kunnen heel veel van hun vader leren, op die momenten ben ik een soort vader voor andere leraren. Zo’n samenwerking met andere leraren vind ik belangrijk, want het verbindt je met mensen.’’

Dat Monasso nu als shihan andere leraren van advies voorziet en hen laat profiteren van zijn rijke ervaring, wil absoluut niet zeggen dat hij het contact met de leerlingen van Karate Lichtenvoorde en Mu-Chin Groenlo laat wat voor dat is. Want hij haalt net zo veel, zo niet meer, plezier uit het trainen van bijvoorbeeld jonge kinderen die net begonnen zijn en karateka’s die niet aan wedstrijden deelnemen maar het leuk vinden om één keer per week onder leiding van een leraar aan de slag te gaan.. ‘’Ik train op maandagavond in Lichtenvoorde een groepje van drie tot vijf kinderen in de leeftijd van zes en zeven jaar, hartstikke mooi. Ik wil leuk les geven, de passie voor het karate op hen overbrengen. Die kinderen zijn soms heel onzeker, maar ik kan hen discipline, zelfvertrouwen en etiquette overbrengen. En ik geef woensdagavond een groep van 25 man met een gemiddelde leeftijd van dertig les. Die hebben dan hartstikke veel plezier. Sommigen zeggen wel eens: ‘Was ik er maar eerder meer begonnen’. Ik vind het leuk om lekker met zo’n groep bezig te zijn. Die mensen worden elke keer weer uitgedaagd, waarbij naast het fysieke ook het mentale aspect aan bod komt.’’

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant