Bertus Stemerdink (rechts) en Wilco ten Damme na hun huldiging. Foto: PR FC Trias

Bertus Stemerdink (rechts) en Wilco ten Damme na hun huldiging. Foto: PR FC Trias

Bertus Stemerdink al 36 jaar bij tweede elftal: ‘Ik stop pas bij kampioenschap’

Sport Winterswijk

WINTERSWIJK – Er zijn genoeg voorbeelden te noemen van mensen die onvoorwaardelijk trouw zijn aan hun club. Vooral onder de wat ouderen. Maar mensen die onlosmakelijk verbonden zijn met een bepaald elftal, zijn er minder. Bertus Stemerdink is er één. Want hij is al 36 jaar betrokken bij het tweede elftal: eerst dat van vv Ratum en sinds de fusie van die club met Fortuna Winterswijk en Sportclub Kotten op 1 juli 2002 dat van FC Trias.

Door Bart Kraan

Daarvoor werd hij op maandag 28 september tijdens de algemene ledenvergadering van FC Trias benoemd tot lid van verdienste. Een onderscheiding die ook was weggelegd voor Wilco ten Damme, die zich voor de derdeklasser verdienstelijk heeft gemaakt als speler, leider, scheidsrechter en, sinds 2015, teammanager van het eerste elftal. Dat hij tot lid van verdienste werd benoemd, kwam voor Stemerdink als een volkomen verrassing. “Ik wist van niets”, zo bekent hij. “Ik ga altijd naar de jaarvergadering. Normaal zijn er dan vijftig tot zestig mensen. Maar nu waren er heel veel van het eerste en tweede. Na het reguliere deel van de vergadering en de bestuursverkiezing moesten Wilco en ik naar voren komen. Onze families waren er ook bij, onder wie mijn vrouw, kinderen en kleinkinderen. Toen richtte voorzitter Bart Berenschot, die niet aanwezig kon zijn, zich via een videoverbinding tot ons en gaf aan dat wij tot lid van verdienste werden benoemd. Overigens was Wilco bijna niet aanwezig geweest: zijn vrouw moest hem overhalen om te komen.”

Stemerdink is niet zijn hele voetballeven betrokken geweest bij Ratum en later FC Trias. Hij is op zijn achtste begonnen bij het in 2013 in FC Winterswijk opgegane WVC. “Daar voetbalde ik tot mijn achttiende. Toen kreeg ik problemen met mijn knie. Ik heb daarna tien jaar niet meer gevoetbald, wel gevolleybald, maar dan op recreatief niveau.”

Nadat hij in 1989 naar Huppel was verhuisd, vroeg zijn zwager Wim Blekkink hem het bij vv Ratum toch weer te proberen. De toen 28-jarige Stemerdink sloot aan bij het zesde team van de club uit de buurtschap, waarmee hij prompt kampioen werd. Hij schoof toen door naar het derde, waarmee hij weer een titel binnenhaalde. Het noodlot sloeg toe toen hij na de competitie tijdens de laatste wedstrijd van een toernooi in Eibergen zijn kruisband afscheurde. “Ik heb daarna bij dokter Tom van Thiel (inmiddels overleden, BK) een kijkoperatie ondergaan. Besloten werd geen reconstructie uit te voeren. Mijn eerste vraag was toen of ik nog mocht voetballen. Van Thiel gaf na zes weken aan dat ik bij wijze van spreken wel een marathon mocht lopen, maar niet meer mocht voetballen.”

Voor velen zou dat aanleiding zijn geweest om het voetballen vaarwel te zeggen. Maar Willy Korten vroeg Stemerdink of hij grensrechter van het tweede elftal van vv Ratum wilde worden. Stemerdink hield in eerste instantie de boot af, maar hapte later toch toe. Hij ontpopte zich daarbij tot een eerlijke grens. “Ik vlagde niet als het geen buitenspel was. Dan hadden de jongens pech, moesten ze maar harder lopen. Ik stond ook altijd op één lijn met de laatste man, daar maakte ik een sport van. En ik wilde de buitenspeler van de tegenpartij bijhouden of zelfs voorblijven.”

Het vlaggen hield hij vol totdat de knie opnieuw opspeelde. “Aanvankelijk lukte het nog wel, maar op een gegeven moment niet meer. Toen kregen ze in de gaten dat ik niet meer zo soepel liep”, vertelt Stemerdink. “Dat was al bij FC Trias. Toen ben ik bij het tweede elftal leider en materiaalman geworden. Toen nog met Willy Korten, die nu nog af en toe met zijn vrouw Tine kantinedienst draait. Er zijn uit die tijd al heel wat mensen gestopt. Maar je moet wel volk hebben. Wat dat betreft valt het in de Achterhoek nog wel mee. In deze streek hebben nog heel veel mensen hart voor de club, in de grote steden is dat wel anders.”

Als leider en materiaalman maakt Stemerdink zich voor het tweede elftal van FC Trias verdienstelijk door op wedstrijddagen voor aanvang het materiaal en de kleding klaar te leggen en naderhand op te ruimen. “Ik ben zondag meestal een van de eersten die aanwezig is”, aldus Stemerdink. Hij ving aanvankelijk bij thuiswedstrijden ook de scheidsrechter in de bestuurskamer op en begeleidde hem naar diens kleedkamer. “Maar nu ontvangt Geert van Eerden of iemand anders de scheidsrechter en hoef ik dat niet meer te doen.”

Hij heeft in de afgelopen 36 jaar uiteraard de nodige trainers meegemaakt. “We hebben nu Mark te Kulve, die aan zijn tweede seizoen bezig is. Daarvoor Richard Kok, Bob de Jongh en Jeroen Jolink. Ja, ik kan en kon goed overweg met de trainers, ik heb nooit problemen met hen gehad. Zij bepalen de opstelling en tactiek, daar bemoei ik me niet mee. Ik treed niet zo op de voorgrond.”

En vanzelfsprekend heeft hij in de afgelopen 36 jaar met een groot aantal spelers te maken gehad. “Ik weet niet hoeveel, het zullen er honderden zijn geweest”, aldus Stemerdink, die aangeeft ook met de voetballers goed overweg te kunnen. Hij drinkt ook graag na afloop van de wedstrijd een biertje met hen. “Het tweede elftal is een gezellig team, altijd geweest. Maar de derde helft gaat niet meer zoals vroeger. Heeft met de leeftijd te maken”, zo glimlacht hij.

Stemerdink is dus heel loyaal aan ‘zijn’ team. “Bij de fusie ging Edy Kersten bij het eerste vlaggen. Maar als ze mij hadden gevraagd, had ik het misschien wel gedaan. Maar ze vroegen me niet, daarna ben ik gewoon bij het tweede gebleven”, aldus de zeventigjarige Stemerdink, die pas van plan is ermee op te houden als FC Trias 2 kampioen wordt. “Ik wil stoppen op mijn hoogtepunt. Maar dat komt er nog niet van.”

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant