
Hans Mellendijk. Foto: Gerard Mühlradt
‘Ik heb de zomer in de kop’
Veur de DraodACHTERHOEK - In Veur de Draod beantwoorden Bekende Achterhoekers stellingen. Wie antwoordt legt zijn ziel bloot. In deze aflevering Hans Mellendijk (74) uit Sinderen. De beeldend kunstenaar verdwaalt in de taal. De Dichter des Achterhoeks, schrijver en kunstenaar wil honderd worden.
Door André Valkeman
1) Mijn mentale bui is:
“’k Heb de zommer in de kop. Ik ben best wel opgewekt, ondanks de huidige toestand in de wereld, waar ik als pacifist niet bepaald vrolijk van word. Momenteel leuk druk, druk, druk. Namelijk als werkgroepslid voor Rondje Kunst Hummelo Keppel. Een nieuwe kunstwandelroute in Hummelo, de oude vertrok naar ’s-Heerenberg omdat landgoed Enghuizen niet meer beschikbaar is. Ik was zowel als dichter en beeldend kunstenaar vanaf 2010 bij de oude betrokken. Nu dus bij deze nieuwe!
Breder bekeken is alles in mijn leven nog niet gedaan. Afhankelijk van hoeveel tijd er nog van leven is, zal ik me zeker niet vervelen. Ik ga voor de honderd jaar.”
2) Ik lijk het meest op ‘mien va/mo’:
“Veel gezegd hier en ook ik lijk op allebei. Ik heb jeugdfoto’s van mijn vader en zie dan dezelfde trekken in mijn uiterlijk. Als ik ’s morgens in de spiegel kijk zie ik dan weer aan de neus moeders kant van mijn dna. Zo kreeg ik ook het schrijftalent en het kunstzinnige van haar.
Al is de creatieve aanleg overigens evengoed van vader. Mijn vader was smid en werd uiteindelijk machineconstructeur. Een uitvinder, alles wat hij zag, konden zijn handen maken. Kortom: een ondernemend karakter.”
3) Mijn grootste angst in het leven is:
“Dat door een ongeluk het leven vroegtijdig voorbijglijdt, dat was het.”
4) Na de dood is er:
“Dan is het gebeurd, het hiernamaals is een leuk concept, het houdt de mensen van de straat, maar het is wel verzonnen. Wij gaan uiteindelijk uit de tijd, naar het eeuwige niets. Slechts in gedachten van je naasten en de mensen in de wereld zal je blijven voortbestaan. Mooier kan ik het niet maken.”
5) Wat rechtse politici zeggen: kunst is inderdaad een linkse hobby!:
“Wat een onzin. Kunst is… Tot daar klopt het nog, maar het heeft niets met links of rechts te maken en al helemaal niet met een hobby. Een vreselijk woord dat naar klunzigheid riekt. Voor mij is kunst een heilig moeten, geen liefhebberij dus.”
6) Ik kan buiten de Achterhoek wonen:
“Och, zekers, maar de Achterhoek is thuis. Ik ben van geboorte een Achterhoeker, in 1951 op Sinderen geboren en op tweejarige leeftijd verhuisd naar Varsseveld. Op mijn 16e trok ik de wijde wereld in. Ging ik studeren en ook wonen in Enschede. Na de studies MTS werktuigbouw en de kunstacademie ging ik vanwege werk op de grens van Salland en Twente wonen.
Vanwege de liefde heb ik wel deels in Amsterdam gewoond. Ondertussen werkte ik in Raalte, Terborg, Doetinchem en Arnhem. Uiteindelijk keerden we tijdens de trouwdag samen terug naar het ouderlijk huis van mijn geliefde in Varsseveld. Eindelijk waren we weer thuus.
Daniël Lohues bezingt mijn én dat bijzondere gevoel voor het Oosten van thuus kommen heel mooi, in ‘Ten Oosten van de Iessel’. Je moen der wel ‘s wezen, veur ‘t werk of veur de gein, met de auto naor ‘t westen, of ‘s eben fijn met de trein. Mar nao ‘n poosie, is ‘t weer mooi west, dan wu’j wel kroepens weer naor huus, en be’j de brugge ienmoal over, dan be’j zowat weer thuus.”
7) De mens is monogaam:
“Monogaam zijn is een afspraak. Van nature is de mens dat niet. In mijn relaties met de meisjes is me dat meestal wel gelukt. In de trouwdag sowieso. Maar het is ook wel eens misgegaan.”
8) Dit was mijn laatste lachkick:
“Ik weet het niet precies meer. Het zal bij een uitzending van Jiskefet zijn geweest, of bij Van Kooten en de Bie en zekers op één van de jaarlijkse volksfeesten alhier, die ik uitbundig vier. Ik ben overigens meer van een lichte glimlach, het zogenoemde graolen. Nu net nog, bij de strip Dirkjan van Mark Retera.”
9) Mensen met accent en/of tongval zijn:
“Ik en anderen tonen er de ziel mee. Sommigen zeggen dan soms: ze zijn leuk. Nee, accenten zijn niet voor de leuk. Ik houd van de streektaal, ik schrijf er gedichten mee. Het raakt het dichts aan mijn ziel. Goed, het zal inderdaad kleur geven. Maar leuk vind ik daar zo’n versleten woord voor.”
10) Deze tekst komt op mijn grafsteen:
“Poe. Is er een tekst die symbool staat voor het leven, die je op een gedenksteen zou zetten? En: denk ik weleens aan hoe mijn uitvaart moet zijn?
Nou, een gedenksteen zal niet aanwezig zijn. Ik ben weduwnaar en mijn as zal na mijn crematie in een urn komen en in het urnengraf van mijn lief Rini worden bijgezet, op Natuurbegraafplaats de Slangenburg. Op het houten plankje komen mijn naam en de jaartallen 1951-2051 en de tekst: ‘Tao is ‘t laeven de weg te gaon.’ Tao is ‘taai’ in ‘t Nedersaksisch en tao is ook de benaming voor ‘de weg’ in de oosterse filosofie. Langzaam zal de tekst daarna aan de natuur worden teruggegeven.”










