Toon van Gemert voor de verkoopwagen. Foto: Rob Weeber
Toon van Gemert voor de verkoopwagen. Foto: Rob Weeber

Groentebroertje Toon van Gemert 50 jaar op de markt werkzaam

Zakelijk Neede

NEEDE - De Groentebroertjes zijn een bekend gezicht op de Needse markt en nemen met hun 17 meter lange verkoopwagen een prominente plaats in. Achter de ‘toonbank’ staat Toon van Gemert (67), een van de drie broers Van Gemert. Hij staat deze week vijftig jaar op de markt.

Door Rob Weeber

Kraamhouder op markt zijn, moet in je bloed zitten, ofwel, “je moet met het marktvirus besmet zijn”, aldus Toon van Gemert. Hij begon al vroeg als derde generatie met helpen in de schoolvakanties. Toch had het weinig gescheeld of hij had voor het CIOS (Centraal Instituut Opleiding Sportleiders) gekozen. De verslechterende gezondheid van zijn vader echter deed de balans naar de markt overslaan. Spijt van die keuze heeft hij nooit gehad. “Ik heb in al die vijftig jaar nog nooit een dag overgeslagen, niet als het regende en niet als het sneeuwde of ijzelde. Het is iedere dag anders en je bent lekker buiten.”

Zijn opa begon met de groente- en fruithandel, zijn vader nam het in 1959 over. Aanvankelijk was er nog een winkel, maar de focus werd geheel op de ambulante handel gelegd. Dagelijks worden er ‘s nachts verse groenten en fruit aangeleverd in Enschede, waar het bedrijf gevestigd is. Om dat allemaal op tijd te kunnen verwerken voor de markt staat hij zes dagen in de week om 04.30 uur op. “Wij staan voor dagelijkse kwaliteit en service met verse producten”, legt Toon uit. “Daarmee willen we ons onderscheiden met de niet-ambulante handel. Ook hoeft de klant bij ons niet altijd een afgepaste hoeveelheid te kopen. Als hij of zij twee appels wil, dan kan dat ook.”

In al die jaren heeft hij wel het een en ander zien veranderen op de markt. “In de beginjaren waren er nog veel gastarbeiders die voor het werk de markt bezochten, zeker in Enschede. Buitenlandse winkels en discounters waren er toen nog niet of nauwelijks. Ook de niet-werkende huisvrouw was een belangrijke doelgroep.” De jaren erna vergrijsde het publiek, hoewel er volgens hem een kentering gaande is met een nieuwe generatie marktbezoekers. Een andere ontwikkeling is de teruggang van het non-food assortiment ten opzichte van het food aanbod. “Ik zie dat zo gauw ook niet meer veranderen. Food zal altijd op peil blijven, de mensen willen immers een lekker vers product.”

Nog een ander verschil met vroeger is het verdwijnen van zogenaamde standwerkers, verkopers van producten die met hun ‘sfeerpraatje’ meerdere mensen tegelijk tot aankoop willen bewegen. “Ik spijbelde vroeger wel eens van school om naar de markt in Enschede te gaan. Daar stonden wel tien standwerkers. Rasartiesten en echter sfeermakers waren het en ik genoot ervan. Op de weekmarkten zie je ze nauwelijks nog, hooguit in de zomer in de toeristische streken.”

Aan stoppen denkt hij nog niet, hoewel alle drie de broers de oude pensioenleeftijd al hebben bereikt. Inmiddels zijn ook zijn beide zonen met het marktvirus besmet. Een ervan staat zelf tegenover zijn vader met een poelierswagen.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant