
De Mooiste Gezichten van Zutphen
Algemeen ZutphenIn Zutphen begon fotograaf Frank Mossink ruim drie jaar geleden met het portretteren van opvallende stadsgenoten. Zijn fascinatie voor portretten deelde hij op social media, waar het snel aansloeg bij een breed publiek. Eind 2023 vierde Mossink zijn 100e portret, en vanaf 2024 is de serie te bewonderen in Contact Zutphen-Warnsveld.
Door Frank Mossink
Voor het mooiste gezicht van deze week begint een nieuw werk nooit met een uitgewerkt plan. Hij begint gewoon. Werken, kijken, weer iets veranderen en opnieuw beginnen. Pas gaandeweg ontstaat er iets dat hem verrast. Misschien is dat wel de rode draad in zijn leven: vertrouwen op het proces, niet op de uitkomst.
Hoewel hij in Apeldoorn werd geboren, voelt hij zich een echte Zutphenaar. Hij was anderhalf jaar oud toen zijn ouders naar Zutphen verhuisden. Hier ging hij naar school, groeide hij op en ontwikkelde hij zijn liefde voor kunst. Alleen voor zijn opleiding verliet hij de stad. Eerst vertrok hij op zijn zeventiende naar de kunstacademie in Breda om fotografie te studeren. Al snel ontdekte hij dat hij daarin niet vond wat hij zocht. Schilderen trok hem veel meer, ook al had hij dat nog nauwelijks gedaan. Na twee jaar experimenteren werd hij toegelaten tot de kunstacademie in Enschede, waar hij zijn opleiding afrondde.
Toch bleef Zutphen trekken. Na enkele jaren keerde hij terug en vestigde hij zich in het atelier aan de Kolenstraat, waar hij inmiddels al sinds 1981 werkt. In de loop der jaren woonde hij regelmatig deels in Amsterdam, waar zijn toenmalige vriendin woonde, maar definitief vertrekken uit Zutphen voelde nooit als een optie. “Ik heb gewoon iets met deze stad,” zegt hij nuchter.
Van kunst leven is nooit vanzelfsprekend geweest. Zeker in de beginjaren was het zoeken naar een manier om het hoofd boven water te houden. Hij gaf jarenlang schilderlessen aan tientallen cursisten. Sommige leerlingen bleven meer dan twintig jaar bij hem. Daarnaast verkocht hij regelmatig werk via galerieën en tentoonstellingen. Luxe heeft hem nooit geïnteresseerd. Geen dure auto, geen groot huis, geen behoefte aan status. Zolang hij maar kon blijven maken.
Dat maken veranderde in de loop der jaren ingrijpend. Zijn vroege, kleurrijke expressionistische schilderijen verdwenen uiteindelijk zelfs in de afvalcontainer. Hij was er simpelweg niet tevreden over. Rond 1990 vond hij zijn eigen beeldtaal. Niet langer werkte hij met penseelstreken, maar bouwde hij zijn werken laag voor laag op met zand, papier, karton, sisaltouw en gevonden materialen. Soms bracht hij honderden dunne lagen aan voordat een werk precies de spanning kreeg waarnaar hij zocht.
Bijzonder genoeg heeft hij bijna dertig jaar geen kwast aangeraakt. Pas sinds kort keert die langzaam terug in zijn atelier. Niet omdat hij ontevreden is over zijn eerdere werk, integendeel. Juist omdat hij voelt dat het tijd is voor een volgende stap. “Ik heb geen zin meer om weer jaren aan hetzelfde te werken,” zegt hij. Nieuwsgierigheid wint het van routine. Inspiratie is volgens Jan bovendien een overschat begrip. Hij vertrouwt liever op zijn instinct. Niet iets mystieks, legt hij uit, maar een optelsom van alles wat hij in zijn leven heeft gezien, geprobeerd en weggegooid. Want weggooien hoort er net zo goed bij. Duizenden werken verdwenen in de prullenbak omdat ze simpelweg niet goed genoeg waren. Zonder frustratie. Het hoort bij het vak. Die nuchterheid typeert hem.
Zes dagen per week fietst hij naar zijn atelier, waar hij al vroeg begint. Zonder muziek, zonder afleiding. Gewoon werken. Als het lukt, mooi. Zo niet, dan morgen weer. Buiten zijn atelier geniet hij van een goed boek, een museumbezoek of een kop koffie met vrienden. Meer heeft hij eigenlijk niet nodig.
Ook Zutphen waardeert hij om diezelfde eenvoud. De stad is volgens hem precies groot genoeg om levendig te zijn en klein genoeg om overzicht te houden. Hij zag de oude binnenstad veranderen: van vervallen panden na de oorlog naar de sfeervolle historische stad van nu. Zijn eigen plek veranderde nauwelijks. Zolang hij de trap naar zijn atelier nog op kan lopen, blijft hij doen wat hij het liefst doet: iedere dag opnieuw beginnen, zonder precies te weten waar hij uitkomt.
Deze sympathieke kunstenaar mocht simpelweg niet ontbreken in deze serie en is niemand minder dan Jan Schut.
Facebook ‘Frank Mossink’








