
Zinderend
DichtAfgelopen week heeft ons land voor het eerst code rood gehad vanwege de hitte. Tijdens het vele zwemmen, schaduw zoeken en water drinken was het eigenlijk te warm om na te denken. Toch schreef ze dit gedicht. Over warmte en bliksem. Over klimaatverandering, maar ook over hoe mensen uit elkaar groeien. Niet alles breekt met een knal; soms droogt iets langzaam uit, waarna één storm alleen nog zichtbaar maakt wat al langer veranderd was.
Zinderend
Code rood voor hitte, de allereerste keer
De onontkoombare variant van warmte
Ik zette alle ramen en deuren tegen elkaar open, maar de lucht binnen bleef hangen
‘s Nachts voelde het alsof de muren warmte hadden onthouden
Sommige dingen verdwijnen niet, ook niet als je besluit dat het tijd is
Een tuin weet beter hoe je met droogte omgaat dan ik
Hij weet dat er nood is aan water, maar doet niets dan wachten
Ik kan niet wachten op wat ik zoek, giet het onderste uit de kan
Onkruid dat als laatst ten ondergaat aan de warmte
Zo verstrik ik alle mooie dingen voor mezelf
Na de hitte volgde het onweer
Bliksemflitsen, meer dan 300.000 stuks
Ze brengen aan het licht wat al langer aan het brokkelen is
De wind blies met geweld de ergste warmte uit mijn huis
En iedereen zei dat we hiervan zouden opknappen, dat het oplucht en tot inzicht leidt
Het lijkt misschien alsof het bij donderslag en blikseminslag plotsklaps uit elkaar knapte
Die zinderende bubbel van het leven
Ik denk dat de scheuren er al zaten, seizoenen gepasseerd
Dat dat langzaam bouwt en groeit - gelijk de warmte in het jaargetijde
En dat storm niets veranderd, alleen heeft blootgelegd










