
‘Nog een keer!’
OpinieEr is een hardnekkig misverstand over opvoeden. Dat het vooral gaat over je kind. Over regels, ritme, groente eten en schermtijd. Maar hoe langer ik moeder ben, hoe duidelijker het wordt: opvoeden gaat voor een groot deel over jezelf.
Over hoe jij reageert als je kind boos is. Over hoe jij omgaat met teleurstelling, met drukte, met vermoeidheid. En, misschien wel het meest confronterend, over wat er in jou geraakt wordt. Want kinderen hebben een feilloos talent om precies op de ‘goede’ knopjes te drukken.
Afgelopen week vierden we (eindelijk) het kinderfeestje van de grote zoon. In Bommelwereld. Samen met de ex-man. Dat blijft een soort emotionele evenwichtsoefening. Het is even wennen, soms ongemakkelijk, maar ook belangrijk. Voor onze zoon. Voor ons. En eerlijk is eerlijk: het was fijn en gewoon echt gezellig.
Ik stapte in de achtbaan. Eerst nog met enige vrees, daarna steeds fanatieker. ‘Nog een keer!’ Nog een keer. En nog een keer. Tussendoor de boomstammen op het water, half nat, half gillend. Volledig overgegeven aan het moment. Geen verleden, geen toekomst, geen gedoe. Gewoon lachen.
En samen met dat gekke gevoel in mijn buik kwam ook het gemis om kind te zijn. Hoe onbevangen dat was. Niet alles overdenken. Niet voortdurend afwegen wat ‘goed’ is.
Nu voelt het leven vaak als een enorm dik zelfhulpboek. Zoeken naar balans, naar rust, naar wie je eigenlijk bent tussen alle rollen door. Moeder, partner, ex-partner, initiatiefnemer, mens. En ondertussen proberen we iets voor te leven. Geduld, zelfvertrouwen, stevigheid. Terwijl we zelf vaak nog zoeken hoe dat er eigenlijk uitziet.
Een eeuwige zoektocht naar wat goed is voor je kinderen en wat goed voelt voor jezelf. Alsof daar een duidelijk antwoord op bestaat. Maar misschien zit het misverstand juist daar. Dat we denken dat we het eerst moeten weten, voordat we het goed kunnen doen.
Opvoeden lijkt eigenlijk gewoon verdacht veel op een achtbaan. Je twijfelt van tevoren. Zodra je erin zit, denk je: waar begin ik aan? Je wordt er soms ellendig van; het gaat alle kanten op en die luttele seconden bovenin, wanneer je weet dat je alle controle moet loslaten, wil je er eigenlijk uit, maar dat kan niet.
En toch… stap je elke keer weer in. Omdat je kind het vraagt. Omdat het verrassend leuk is. En omdat dat kleine kind in jezelf er stiekem ook heel blij van wordt.
Namasté,
Bien










