Loes ten Dolle. Foto: PR
Loes ten Dolle. Foto: PR

‘Alle duiven op de dam, het lijkt mij verschrikkelijk’

Veur de Draod

ACHTERHOEK - In Veur de Draod beantwoorden Bekende Achterhoekers stellingen. Wie antwoordt legt zijn ziel bloot. In deze aflevering Loes ten Dolle (30), geboren en getogen in Winterswijk. De politica van D66 en docent juridische vakken denkt en leeft compleet in het nu, maar zal ooit een bijzonder einde hebben.

Door André Valkeman

1) Mijn mentale bui is:
“Ik voel mij prima om eerlijk te zijn. Deze ochtend liet ik mijn winterbanden onder de auto zetten. Ik spreek overdag met mensen uit Winterswijk, ondernemers, als zijnde mijn functie politicus. Vanavond ga ik lekker Sinterklaas vieren met mijn schoonfamilie.

Mijn vergezicht is dat ik om heb gezien naar anderen. Niet wegkijken. Als ik sterf wil ik dat ik een bijdrage heb kunnen leveren aan de samenleving. Mij hard maken politiek voor anderen, of een kopje soep aan mijn buurvrouw heb kunnen leveren als ze ziek is. 

Ik ben nu lijsttrekker voor D66 in Winterswijk, was al eens kandidaat Tweede Kamerlid. Tussen al die politieke lagen zie ik geen verschil. En ik zie mijn loopbaan politiek niet als carrière. Ik kijk alleen als ik gevraagd word of ik de juiste persoon op de juist plaats ben. De provinciale of landelijke politieke zie ik niet als een divisie hoger.’’

2) Ik lijk het meest op ‘mien va/mo’:
“Het uiterlijk is het meest mijn moeder. In grote lijnen ben ik een kopie van haar. Ik weet niet of ik een rond gezicht heb, dat hoor ik net iemand zeggen. Ik heb sprekende ogen, een open gezicht, denk ik.

In mijn karakter ben ik een mix van allebei. In de politiek kan ik afwachten en rustig luisteren, maar dan ook wel eens best pittig uit de hoek komen. Dat is wel mijn moeder. 

Mijn vader is het zachte en het zorgen voor anderen. Het omkijken.

Al zit dat laatste tevens in allebei. Mijn moeder had een bedrijf in EHBO- en BHV-cursussen. Nu is zijn gezinsconsulent bij gezinnen die hulp nodig hebben in opvoeding. Mijn vader is magazijnbeheerder en hulp bij een echt Winterswieks bedrijf.

Politiek in functie kreeg ik niet direct van huis uit mee. Wel om je openlijk uit te spreken in sociale kwesties.’’

3) Dit is mijn grootste angst:
“Vogels, vogels, vogels. Zelfs een lief parkietje heb ik liever niet. Als zo’n vogel binnenvliegt vlucht ik het huis uit en mag mijn vriend het regelen.

Eendjes gaan nog. Die zijn langzaam en voorspelbaar. Andere vogels fladderen, reageren zo opvliegerig. Alle duiven op de dam lijkt mij de hel… Nee, zet mij dus niet op de Amsterdamse Dam neer.’’

4) Na de dood is er:
“Ik heb geen idee. Ik vind het wel interessant om erover na te denken. Maar ben bang in zo’n vicieuze cirkel te raken, waar je telkens weer terugkeert bij de vraag: wat is er na de dood, wat is er na de dood… Ik blijf liever dan in het hier en nu. Ik laat mij verrassen, die ene dag.’’

5) Ik kan buiten de Achterhoek wonen:
“Nee. Toen ik studeerde zei ik altijd: wat moet ik hier. Hier is niks. Maar nu… Een paar dagen ergens anders is prima, eenmaal terug op het station voel ik: ik ben thuis. Weggaan hier is eeuwig heimwee krijgen.

De Achterhoek is gemoedelijkheid en het naoberschap. Dat heb je natuurlijk ook wel in streken om ons heen. We hebben buren als Sallanders, lui uit Liemers en Tukkers. Die zijn voor mijn gevoel iets gereserveerder. 

Achterhoekers zijn iets opener, bourgondischer en daardoor misschien een beetje lomp. Als in: direct zijn. We kunnen joa joa zeggen, maar zeker ook recht voor de raap zijn.’’

6) Als tweeling ben je nooit een individu:
“Dat is zo. Ik ben een tweeling, met mijn tweelingbroer. Niet in hoe ik word benaderd, maar hoe ik het voel. Niet iedereen weet dat ik van een tweeling ben.

Het is iets ongrijpbaar, maar als het mijn tweelingbroer niet goed gaat bel ik hem en dan blijkt er ook iets te zijn. Alsof tweelingen telepathie meekrijgen.

Twee mensen kunnen niet meer verschillen, in karakter en interesse. Mijn broer en politiek? Hij stemt nog net. Toch ben ik pas samen met hem één.’’

7) Hierom huilde ik voor het laatst:
“Ik ben docent. Er kwam een student met een best wel heftig privéverhaal. Ik kan vanwege privacy niet zeggen wat. Het voelde zo onrechtvaardig, en ik kon niets betekenen.

Helemaal alleen autorijdend moest ik huilen om haar verhaal. Haar onmacht voelde ik. Zo zielig om daar zo jong mee te moeten leven. Dat dacht ik te kunnen invoelen.’’

8) De mens is monogaam:
“Dat denk ik niet. Ik denk namelijk juist niet dat je voor slechts en enkel en alleen voor één iemand in het leven dat ware liefdesgevoel kunt hebben. Je kan je in je leven tot meerdere mensen aangetrokken voelen. Ik denk dat van nature de mens niet per se monogaam is, maar je kan monogaam handelen.

Wij, mijn partner en ik, zijn in een relatie beide monogaam.’’

9) Mensen met een accent en of tongval zijn:
“Mooi. Ik heb zelf een accent. Ik vind het Achterhoeks het mooist. In dialect praten is stoer. Je geeft direct aan dat je niet tot de norm of een gewenst standaard behoort.’’

10) Dit komt op mijn steen:
“Ik wil geen steen en geen ecologische voetafdruk van mijn overlijden. Ik wil composteren (een lichaam laten afbreken dan wel veraarden in de bodem, iets dat nog niet is toegestaan in Nederland, red.), een champignonkistje noem ik het altijd.

Ik wil dat mijn eventuele over-over-groot kleinkinderen zich niet hoeven druk te maken over mijn graf.”