
Column De Buitenstaander: Jaws in ons dorp!
Opinie Aalten DinxperloHet kwaaie kuitenbijtertje heeft vorig jaar Abraham gezien. Jaws! Vijftig jaar alweer. En da’s toch een film die een hele generatie voorgoed anders naar een rustig kabbelend stukske water heeft laten kijken. Sindsdien was zelfs een pierenbadje ineens verdacht.
Ik was een jaar of 13 toen ik ‘m voor ‘t eerst in het dorpshuis Óns Huis zag. Geen luxe, geen Dolby Atmos, maar wel spanning waar je nog dagen van moest bijkomen. De houten stoelen kraakten bij elke ademhaling van de zaal mee.
Voor ons voelde het als een echte bioscoop. Als de lichten uitgingen en de film begon, was je de wereld om je heen vergeten. Prachtig was dat.
Tot dát moment...
Ineens schoot dat venijnige viske uit het water omhoog. Zonder enige waarschuwing. Kiekeboe! Aaaaaaaghhh!!! Ik schrok zó ontieglijk hard dat ik in een reflex mijn glas Herschi Sinas als een vuurpijl recht omhoog lanceerde. Niet een beetje morsen, nee... dat glas maakte een perfecte loodrechte lijn richting het plafond van de zaal. Zeker vijftien meter hebben we het dan over hè! Potverdorie! Ik denk dat als daar toen juryleden hadden gezeten, ik minimaal een 9,8 had gekregen voor uitvoering en hoogte.
Op dat ene moment was ik waarschijnlijk de Nederlands kampioen schrikken. Misschien zelfs Europees. Olympisch niveau, durf ik gerust te zeggen.
Maar mijn prestatie was nog niet afgelopen.
Terwijl de halve zaal nog bezig was de hartslag terug onder controle te krijgen, kwam mijn glas weer terug van zijn ruimtereis richting de aarde. De wetten van Newton laten zich immers niet tegenhouden door Steven Spielberg. Met een oorverdovende klap donderde het ding tussen de stoelen aan gruzelementen. Dát was schrikmoment nummer twee. Volgens mij schrokken de mensen van dat in duizend stukken versplinterend gevallen glas nog harder dan van de haai zelf.
Heel even was alle aandacht in de bioscoop niet voor de heer Jaws, maar voor die idioot met z’n rondvliegende sinas.
Het mooiste is misschien nog wel dat ik dit vijftig jaar later nog precies voor me zie. Niet alleen die haai, maar ook dat kneuterige fijne zaaltje, de geur, ik doe m’n ogen dicht en hoor het geroezemoes vóór de film begon. Geen streaming, geen pauzeknop en geen telefoons die om de haverklap afgaan. Gewoon een volle zaal die tegelijk voorprettig glimlachte, zweeg en daarna als dorp collectief de stuipen op het lijf kreeg gejaagd.
Jaws heeft me jarenlang wantrouwig gemaakt tegenover alles wat water bevatte. Een grote plas? Verdacht. Zee? Nog véél verdachter. Nogal wiedes! Eerst even kijken of er geen vin boven kwam. En als ik mijn voeten in ons openluchtzwembad ‘het Blauwe Meer’ de bodem niet meer voelde raken, hoorde ik een tijdlang meteen dat vervelende deuntje... duh-dum... duh-dum...duh dum…
Ik heb nog steeds een schijthekel aan vissen wanneer ik zwem. En ik zwem nooit. Kan je nagaan!
Maar Jaws... van harte, jongen! En bedankt hè, voor een trauma, een gesneuveld glas Herschi en een herinnering die na vijftig jaar nog af en toe fris uit het water omhoog springt.
Tekst: Rocco Ostermann










