
Nederland moet groeien. Waarom eigenlijk?
OpinieVroeger kwam de pastoor bij katholieke gezinnen langs om te informeren of het niet eens tijd werd voor een volgend kind. Bij mijn vader thuis resulteerde dat uiteindelijk in vijftien kinderen. De bemoeienis van mijnheer pastoor ging nog verder. Mijn oma overleed in 1945 in het kraambed. Ze liet zeven kinderen achter. Mijn opa moest hertrouwen. Zo ging dat in die tijd. De pastoor hielp zelfs bij het vinden van een nieuwe vrouw. Voor haar moet dat een enorme opgave zijn geweest. Ze trouwde niet alleen met een man, ze kreeg er meteen zeven kinderen bij, van wie de oudsten al snel puberden. Ze kregen er vervolgens samen nog acht.
In 2026 bemoeit de pastoor zich niet meer met de gezinsgrootte. Wordt die rol nu door de overheid overgenomen? Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen na Prinsjesdag nam de Tweede Kamer een motie aan voor een eenmalige tegemoetkoming bij de geboorte van een kind. De SGP noemt het een startbonus.
Na de oorlog kwam de babyboom. Nederland groeide razendsnel. In 1970 waren we met 13 miljoen mensen. In dorpen kwamen voorzieningen die daarvoor ondenkbaar waren. Een muziekschool, bibliotheek, zwembad. Supermarkten verdreven de kruidenier, bakker en slager. Voor die tijd zorgde een winkeltje aan huis voor inkomsten. Mijn opa van moederskant had een schildersbedrijf. Oma verkocht thuis verf en snuisterijen. We wisten niet beter. Als we doordeweeks op bezoek kwamen, rinkelde regelmatig de bel en moest oma even naar de winkel.
Op straat speelden wij verstoppertje, stoeprandje en stand-in-de-mand. Af en toe zie ik oude foto’s met lege straten. Geen auto’s. Een fietser. Een paar mensen op de stoep. Verder niets. Ik kijk er met een nostalgische blik naar.
Want kijk eens naar onszelf. Twee auto’s bij huis is heel normaal. Een weekje aan zee werd twee of drie keer per jaar reizen naar een ver land. We vliegen voor een stedentrip naar Barcelona en laten de boodschappen thuisbezorgen omdat we geen ‘tijd’ hebben om naar de winkel te gaan.
We zijn inmiddels met ruim achttien miljoen Nederlanders en maken ons zorgen omdat er te weinig kinderen worden geboren. We moeten blijven groeien om onze economie draaiende te houden. Toch lukt het ondanks al die groei steeds minder goed om voorzieningen dichtbij overeind te houden. Een muziekschool, bibliotheek of zwembad in het eigen dorp is allang niet meer vanzelfsprekend.
Misschien moeten we ons eens afvragen: wanneer hebben we genoeg?










